Lidstaten vinden compromis over Europese biowetgeving
nieuwsTijdens de Landbouwraad in Luxemburg hebben de Europese ministers een akkoord bereikt over het voorstel voor nieuwe EU-wetgeving voor de biolandbouw. De Letse landbouwminister, Janis Duklavs, reageert opgetogen op het hard bevochten politiek akkoord dat de onderhandelingen met het Europees Parlement inluidt. België, Denemarken, Tsjechië en Slowakije stemden tegen. Op het laatste moment verdween met de decertificeringslimiet een twistpunt uit het voorstel. Zonder die limiet zal een bioproduct dat door bespuitingen op naburige gangbare percelen sporen van gewasbeschermingsmiddelen bevat het biolabel niet verliezen. Schadelijk voor het consumentenvertrouwen, oordeelden een aantal delegaties. Toch bevat het compromis verder veel goede zaken, reageert BioForum, waarmee tegemoetgekomen wordt aan de kritiek van de sector op een in de praktijk moeilijk haalbaar Commissie-voorstel.
Met zeer veel moeite kwam het Lets EU-voorzitterschap tot een gekwalificeerde meerderheid die het voorstel voor nieuwe Europese biowetgeving wilde steunen. Het compromis dat onder leiding van de Letse landbouwminister uit de bus kwam, is voor geen enkel land volledig naar wens. Toch kreeg het slechts vier tegenstemmen te verwerken van België, Denemarken, Tsjechië en Slowakije. Bulgarije, Kroatië en Cyprus onthielden zich. Deze landen wilden niet tegen stemmen uit waardering voor de inzet van het Lets voorzitterschap om tot een akkoord te komen. Oostenrijk, één van de voorlopers in biologische landbouw, prijst het voorzitterschap omdat Letland het voorstel van de Europese Commissie heeft weten om te vormen van een verordening tegen naar een verordening voor de biologische landbouw.
BioForum Vlaanderen, de ketenorganisatie van de biologische landbouw en voeding, reageert in dezelfde trend. Directeur Lieve Vercauteren: “Het akkoord komt in grote mate tegemoet aan de verzuchtingen van de sector. Zo stuurde de Europese Commissie aan op het snel uitdoven van een aantal uitzonderingen op algemene principes zoals het gebruik van biologisch zaaigoed en biologisch veevoeder. De lidstaten zijn de sector gevolgd in de visie dat geleidelijke vooruitgang beter is. Landen met een nog jonge biologische landbouwsector moeten immers mee kunnen. Ook voor de anderen zou het helemaal niet evident geweest zijn.” Vercauteren geeft de slechte beschikbaarheid van biologisch zaaigoed voor kleinere teelten en de snelheid waarmee de Commissie het aandeel bio in het rantsoen van vee naar 100 procent wou optrekken als voorbeelden van moeilijk weg te werken knelpunten.
Aan een sociale bekommernis binnen de biosector is de Europese Landbouwraad ook tegemoetgekomen in de vorm van een werkbare regeling voor import van bioproducten uit het Zuiden. De directeur van BioForum verduidelijkt: “Gelijkwaardigheid van productiestandaarden is een zorg bij import, maar de Europese Commissie koos daarbij voor equivalentieregelingen of conformiteit aan de Europese regels. Dat zou import vanuit derdewereldlanden veel moeilijker maken. Voor bioboeren in het Zuiden wordt het erg lastig om naar Europa te exporteren als ze aan de EU-regels voor bio moeten voldoen die onbestaande zijn voor producten als koffie en cacao en geen rekening houden met hun bijzondere productieomstandigheden. Het alternatief zijn akkoorden tussen EU-lidstaten en derde landen over equivalentie van biostandaarden, maar de biosector is in het Zuiden niet altijd nationaal en van overheidswege georganiseerd.”
Voor een aantal lidstaten was het een zware dobber dat de decertificeringslimiet uit het wetsvoorstel verdween. In bijvoorbeeld België en Italië was men het gewend om met drempelwaarden te werken zodat bioproducten die door bespuitingen op naburige percelen sporen bevatten van chemische gewasbeschermingsmiddelen uit het biologische verkoopcircuit verdwijnen. BioForum bepleitte eerst een algemene toepassing van dat principe in gans Europa, maar maakte er geen breekpunt meer van toen duidelijk werd dat een harmonisering van die regel er niet in zat.
België, Italië en een aantal Oost-Europese lidstaten vrezen dat het consumentenvertrouwen geschaad kan worden zonder decertificeringslimiet. Voorstanders van het schrappen van de drempelwaarden argumenteerden dat het boeren zou demotiveren om over te stappen op biologische productie. De Europese belangenverdediger van de bioboeren, IFOAM EU, voegt daar nog aan toe dat biolandbouw een proces is. “In plaats van consumenten te misleiden met valse beloften, stellen de landbouwministers de bioproducenten alleen verantwoordelijk voor datgene waar ze rechtstreeks controle over hebben.” Het voorstel bevat een uitdoofscenario richting 2020 voor landen of regio's waar die decertificeringslimiet wel bestaat, zoals in Vlaanderen. In verband met het vertrouwen dat de consument in biologische productie en in het eindproduct mag stellen, merkt Vercauteren tevreden op dat de jaarlijkse controle bij biobedrijven meer bijval geniet bij de lidstaten dan eerst bij de Europese Commissie.
De lidstaten kunnen nu de onderhandelingen met het Europees Parlement aanvatten. Daar liggen al honderden amendementen van Europarlementariërs klaar om het wetsvoorstel aan te passen. Bovendien is er tot nu toe weinig aandacht geweest voor de technische invulling van de finale tekst. IFOAM EU kijkt uit naar het EU-voorzitterschap van Luxemburg om daar samen aan te werken. “Dat is belangrijk want de praktische uitvoering van de wetgeving heeft een enorme impact op de levensvatbaarheid van de biosector. Wij hebben altijd benadrukt dat we moeten vertrekken van de bestaande wetgeving willen we de biologische productie verder ontwikkelen."
Bron: BioForum / eigen verslaggeving
In samenwerking met: Boerderij