"Landbouwsubsidies zijn elke euro meer dan waard"
nieuws“Ggo’s maken boeren afhankelijk van een handvol multinationals en zetten de traditionele landbouw onder druk.” Dat zegt Bart Staes in een interview met De Standaard. Verder verdedigt het groene europarlementslid een sterk GLB met voldoende steun voor jonge boeren, en benadrukt hij het belang van de Europese controlemechanismen voor de voedselveiligheid.
Als lid van de groene fractie in het Europees Parlement mengt Bart Staes zich in verschillende landbouw-gerelateerde debatten die op Europees niveau worden gevoerd. De discussie rond genetisch gemodificeerde gewassen is er daar één van. Volgens Staes draait de eindbalans in het nadeel van de ggo’s uit: “Als je rekening houdt met alle factoren, wordt het een groot probleem.”
In de eerste plaats vreest Staes dat de invoering van ggo’s ertoe zal leiden dat boeren nog meer dan vandaag afhankelijk worden van een beperkt aantal multinationals. Dat is nu al deels het geval, signaleert hij, “maar de machtsconcentratie zal nog groeien, en daardoor zal de traditionele landbouw onder grote druk komen te staan.” Door de macht van die multinationals zullen boeren bovendien steeds minder vrij kunnen kiezen voor ggo’s of niet.
Nochtans is Staes niet bij voorbaat een tegenstander van biotechnologie: “Ik ben voor het gebruik van biotechnologie in de medische sector bijvoorbeeld, omdat zowel dokter als patiënt de autonomie behoudt om er géén gebruik van te maken. Zodra je biotechnologie introduceert in de voedselketen, verlies je die vrijheid. En van mij mag iedereen doen wat hij wil, maar niet ten koste van de vrijheid van anderen. Dat geldt trouwens zowel voor de boer als voor de consument.”
Ook voedselveiligheid is een thema waar Staes een uitgesproken mening over heeft. Het paardenvleesschandaal is volgens hem een “klassiek geval van fraude uit hebzucht”, maar desondanks blijft hij geloven in het bonafide kwaliteitsstreven van de voedingssector: “Ik denk dat 95 procent het goed doet, maar fraude blijft altijd mogelijk. Gelukkig gaat het alleen om de verkoop van paardenvlees als rundvlees, pure consumentenfraude dus, en is er tot nader order geen probleem voor de volksgezondheid.”
Over die volksgezondheid waken verschillende Europese instanties. Ook zij krijgen goede punten van Staes: “de Europese controlemechanismen hebben hun nut bewezen. Sinds de gekkekoeienziekte hebben we een snel waarschuwingssysteem, en dat heeft goed gewerkt. De politiek trekt lessen uit crisissituaties: kijk in België bijvoorbeeld naar de verbeteringen van de controles op de voedselveiligheid na de moord op Karel Van Noppen of na de dioxinecrisis.”
Tenslotte laat Staes zijn licht schijnen op de Europese landbouwsubsidies. Vorige week bleek dat Europees landbouwgeld onder meer bij OCMW’s terechtkomt. “Een deel van de landbouwbegroting wordt inderdaad gebruikt voor voedselsteun aan kansarmen, terwijl dat deel van het budget natuurlijk thuishoort in de begroting van het Europese sociale beleid, en niet bij de landbouw.”
In de kritiek op de grote hap van de landbouwsubsidies uit het Europese budget kan Staes zich totaal niet vinden: “Er bestaat geen enkel continent zonder landbouwsubsidies. Ik huiver voor een voedselmodel dat alleen op vrijhandel draait. We besteden 0,4 procent van ons bruto binnenlands product aan landbouw, en ik denk dat het dat meer dan waard is.” Ook de vergoeding die boeren krijgen voor hun bijdrage aan het plattelandsonderhoud, vindt Staes niet meer dan logisch. “Maar het grote probleem is dat de meeste jonge, startende boeren te weinig steun krijgen.”
Bron: De Standaard