Landbouwer moet voor hij bemest bedrijfsstatus kennen
nieuwsDe percelen liggen er nog veel te nat bij maar in theorie is het bemestingsseizoen weer gestart. Dat is te merken aan de Vlaamse Landmaatschappij die een tandje bijschakelt in het informeren van landbouwers. Eerder werd al gewezen op handige e-tools voor het op punt stellen van de bemestingsstrategie. Nu wordt aan landbouwers gevraagd om hun status, focusbedrijf of niet, na te kijken op het Mestbankloket. Focusbedrijven moeten extra maatregelen nemen op het vlak van bemesting. Zij doen er bijvoorbeeld goed aan om de uitrijregeling te checken want de vuistregel dat je vanaf medio januari aan de slag mag met stalmest en vanaf half februari met kunst- en drijfmest is achterhaald.
Landbouwers kunnen sedert 15 februari op het Mestbankloket nakijken of hun bedrijf in 2016 de status focusbedrijf of niet-focusbedrijf heeft. Focusbedrijven moeten extra maatregelen nemen op het vlak van bemesting. Een bedrijf wordt beschouwd als focusbedrijf door zijn ligging in focusgebied – meer dan de helft van de bedrijfsoppervlakte in focusgebied – of door de evaluatie van nitraatresidubepalingen die werden uitgevoerd in 2015. De publicatie op het Mestbankloket geldt als enige kennisgeving.
De maatregelen die de Mestbank oplegt aan focusbedrijven zijn gericht op een maximale vermindering van het risico op uitspoeling van nutriënten. In focusgebied spoelt immers te veel nitraat uit naar het oppervlakte- of grondwater. Dit Vlaams netwerk van nitraatgevoelige gebieden wordt ieder jaar opnieuw afgebakend op basis van de resultaten van de MAP-meetpunten en het grondwatermeetnet.
Voor focusbedrijven door ligging zijn de maatregelen relatief beperkt. De belangrijkste maatregel betreft de verstrengde uitrijregeling. Neem even de tijd om de uitrijregeling uit te vlooien want door de opdeling in focus- en niet-focusbedrijven enerzijds en in drie types meststoffen anderzijds oogt het allemaal wat complexer, ook rekening houdend met de derogatie en de bemestingsbeperking na oogst van de hoofdteelt.
Focusbedrijven moeten een vanggewas zaaien als de hoofdteelt het toelaat. Voor focusbedrijven met maatregelencategorie 1 komt hierbij nog de verplichting om een bedrijfsevaluatie uit te voeren. Focusbedrijven met maatregelencategorie 2 en 3 krijgen daarnaast nog bijkomende maatregelen opgelegd: een daling van de stikstofbemestingsruimte, een verstrengde transportregeling, het bijhouden van een bemestingsplan en het uitvoeren van een bodembalans voor tuinbouw. Die maatregelen gaan onmiddellijk in bij de aanvang van het bemestingsseizoen.
De Mestbank brengt de landbouwers niet schriftelijk op de hoogte van de status en de opgelegde maatregelen. De publicatie op het Mestbankloket geldt als enige kennisgeving. De landbouwers van wie de Mestbank het e-mailadres kent, ontvangen een e-mailbericht met de melding dat hun status gepubliceerd is op het Mestbankloket. Als de Mestbank niet over een e-mailadres beschikt, wordt de landbouwer per brief verwezen naar het loket. Elke landbouwer kan tegen zijn status als focusbedrijf en de opgelegde maatregelen een bezwaar indienen, uiterlijk op 15 maart 2016.
Een landbouwer die een vrijstelling van de kwalificatie als focusbedrijf wil verkrijgen voor 2017, moet die uiterlijk op 1 juni 2016 aanvragen. Na 1 juni is de aanvraag definitief en moet verplicht een bedrijfsevaluatie uitgevoerd worden. De Mestbank selecteert dan in het najaar een aantal percelen waarop de aanvrager zelf het nitraatresidu moet laten bepalen. Als de bedrijfsevaluatie positief is, de maatregelen in 2016 werden nageleefd en als er geen andere overtredingen van de mestwetgeving vastgesteld werden in 2015 en 2016, wordt het bedrijf vanaf 2017 als niet-focusbedrijf beschouwd. Let wel, de bedrijven die in 2016 reeds een bedrijfsevaluatie moeten uitvoeren, komen bij een goede evaluatie automatisch in aanmerking voor een vrijstelling als focusbedrijf in 2017. Die bedrijven moeten niet nog eens een vrijstelling aanvragen.
Landbouwers kunnen zich laten begeleiden om efficiënter te bemesten én lagere nitraatresidu’s na te streven. Ze kunnen hiervoor terecht bij de bedrijfsadviseurs van de Vlaamse Landmaatschappij en het coördinatiecentrum CVBB. Om de bemestingsstrategie voor hun bedrijf op punt te stellen, kunnen ze de BASsistent Balanssimulator en de Demetertool van de dienst Bedrijfsadvies van VLM inzetten. Met de Balanssimulator kunnen landbouwers een optimale bemesting uitwerken en het effect daarvan op de mestbalans inschatten. Het programma rekent voor hen uit hoeveel mest ze op overschot hebben of hoeveel ruimte er is om organische meststoffen aan te voeren.
In het licht van strengere fosfaatnormen kunnen bedrijven berekenen of (en in welke mate) derogatie bijkomende mestgebruiksruimte doet ontstaan. Daarnaast kunnen ze een simulatie maken van het verplicht aantal derogatiestalen. Verder is het eenvoudig om sommige keuzes te optimaliseren. De landbouwers kunnen de Balanssimulator ook als bemestingsregister gebruiken of voor lastenboeken, zoals IKM, IKKB of Vegaplan. De Demetertool begeleidt landbouwers naar een betere bodemkwaliteit en berekent bovendien hun stikstof- en fosfaatbalans op perceelsniveau. De Demetertool kan hen bijvoorbeeld helpen om het fosfaatgehalte te doen dalen zonder een gelijktijdige daling van het organische stofgehalte. Dat door na te gaan wat het langetermijneffect is van hun keuzes rond bemesting, teeltrotatie en groenbedekkers.