Landbouwcoöperaties in EU groter en internationaler
nieuwsDe Europese landbouwcoöperaties worden steeds groter en internationaler, zo blijkt uit een studie in opdracht van de Europese Commissie. Toch ontbreekt het zelfs de grootste coöperaties aan macht en slagkracht ten opzichte van de retailsector. De resultaten werden gepresenteerd op een studiedag rond coöperatief ondernemen, georganiseerd door Coopburo (Cera).
Een internationaal consortium met onderzoekers uit Wageningen, Leuven, Finland, Duitsland en Griekenland maakte in opdracht van de Europese Commissie een overzichtsstudie van de Europese landbouwcoöperaties. Daarin werden meer dan 500 coöperaties doorgelicht in acht verschillende sectoren, verspreid over de 27 lidstaten. Er werd onderzocht hoe de institutionele context en het beleidskader de werking van de coöperatie beïnvloeden, welke positie ze innemen in de voedselketen, hoe ze gerund worden en tenslotte tot welke prestaties dat leidt.
De landbouworganisaties die in aanmerking kwamen voor het onderzoek voldeden aan drie voorwaarden: de aandeelhouders zijn mede-eigenaars, hebben participatie- en beslissingsrecht en delen in de winst. En die winst per landbouwer ligt zowat in alle lidstaten hoger dankzij het coöperatieve model, zo legden onderzoekers Krijn Poppe (Landbouw-Economisch Instituut Wageningen) en Caroline Gijselinckx (KU Leuven) uit. Een sterkere onderhandelingspositie door het schaalvoordeel is hiervoor de belangrijkste verklaring.
Bovendien vlakt het coöperatief model het marktrisico uit, zorgt het voor lagere transactiekosten en een hogere voedselkwaliteit en -veiligheid. In de zuivelsector bijvoorbeeld, zorgt de coöperatie bijna systematisch voor een betere melkprijs voor de landbouwer en houdt ze ook de prijsvolatiliteit onder controle. Ook de landbouwers die geen lid zijn van een coöperatie profiteren hier mee van. Wat zuivel betreft, scoort België bijzonder hoog qua participatiegraad. Ook in de groente- en fruitsector is een zeer hoog aantal landbouwers aangesloten bij een coöperatie in vergelijking met andere Europese landen: 83 procent, terwijl het Europese gemiddelde net boven de 40 procent ligt.
Volgens het onderzoek zijn schaalvergroting en internationalisering de twee belangrijkste tendensen in het coöperatieve landschap van vandaag. In de studie werden 46 ‘transnationale’ coöperaties gevonden met leden in meer dan één lidstaat. Vooral in de zuivel-, groente- en fruitsector in het Noordwesten van Europa zijn coöperaties sterk internationaal getint. "Maar zelfs de grootste coöperaties ontbreekt het aan macht ten opzichte van de oppermachtige retailsector", zo merkte professor Krijn Poppe op.
De noodzaak om een sterkere marktpositie uit te bouwen, zorgde er mee voor dat eind vorig jaar BelOrta het levenslicht zag. Filip Fontaine, directeur van de fusieveiling, legde uit dat meer dan 70 procent van de handel via een handvol grote retailbedrijven verloopt, wat meer dan 10 procent meer is dan 10 jaar geleden. Dankzij het schaalvoordeel van de fusie wil BelOrta zijn landbouwers een goede prijs garanderen. Zelf verbetert de veiling zijn concurrentiepositie door langere seizoenen en grotere volumes.
De schaalvergroting bij de coöperaties hangt voor een deel samen met de schaalvergroting bij de landbouwers, vertelde Fontaine nog: "Onze grootste producenten worden groter, maar de kleine vallen af, waardoor ons volume dus gelijk blijft en we steeds verder op zoek moeten naar nieuwe producenten, tot in Nederland en Duitsland. Bernard Guillard, voorzitter van de groentesectie bij de Franse landbouwcoöperatie Agrial en zelf ook akkerbouwer, bevestigde de schaalvoordelen van een grote coöperatie. Agrial behoort tot de 20 grootste coöperaties van Europa.
Lees de studie hier.
Bron: eigen verslaggeving
Beeld: Coopburo