"Laat open ruimte zwaarder wegen in gemeentefonds"
nieuwsBij de implementatie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen moet de financiering van steden en gemeenten via het gemeentefonds anders aangepakt worden. Dat zegt Landelijke Gilden in de overtuiging dat open ruimte in de verdelingscriteria zwaarder moet doorwegen dan nu. Het reageert daarmee op de bekommernis van burgemeesters van plattelandsgemeenten die groei in hun inwonersaantal en economische bedrijvigheid noodzakelijk achten om hun gemeentelijke financiën op peil te houden.
Landelijke Gilden pleit voor een nieuw financieringskader van het gemeentefonds. De plattelandsbeweging redeneert als volgt: “Wil Vlaanderen de doelstelling van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen realiseren, dan moeten gemeenten die de open ruimte vrijwaren sterker beloond worden en mogen de inwoners niet bestraft worden of aangewezen als zondebok. Open ruimte zwaarder laten doorwegen in de verdelingscriteria is een absolute noodzaak opdat het beleidsplan geen ijdele hoop zou blijven. Het is de enige manier om de wisselwerking tussen stad en platteland op een positieve manier te benaderen.”
Na de aangekondigde ‘betonstop’ reageerden verschillende burgemeesters van de Kempen tot de Westhoek. Zij vrezen dat de plattelandsgemeenten het kind van de rekening zullen zijn omdat ze zonder groei in inwonersaantal en economische bedrijvigheid afstevenen op een lege spaarkas. Over de rijkdom van de gemeenten bestaan er heel wat stereotypen, waarbij de ‘arme stad’ tegenover het ‘rijke platteland’ wordt geplaatst. Landelijke Gilden stuurt dat beeld bij: “De relatieve rijkdom van de gemeenten kan eenvoudig geobjectiveerd worden door het gemeentelijk belastingsvermogen te berekenen. Dit is de belasting (per hoofd) die elke gemeente zou innen indien alle gemeenten hetzelfde ‘gemiddelde’ belastingstarief zouden hanteren. Typische plattelandsgemeenten in onder meer de Westhoek en het Waasland beschikken over het kleinste belastingvermogen.”
Voor de gemeenten komen bovenop dit belastingvermogen de financieringsstromen uit Vlaanderen. Deze werden geïnventariseerd door de Universiteit Gent en blijken zeer ongelijk verdeeld. Het Vlaamse beleid krikt het belastingvermogen van de gemiddelde centrumstad op van 591 euro per hoofd tot een besteedbaar inkomen van 1.425 euro, waarbij Landelijke Gilden nog steeds rekent met een gelijke belastingvoet. Dit gebeurt door 553 euro uit het gemeentefonds, het stedenfonds en de Elia-compensatie en door 281 euro uit de andere financieringskanalen. De plattelandsgemeenten moeten het gemiddeld stellen met een besteedbaar inkomen van 838 euro per hoofd, waar de Vlaamse overheid 402 euro toe bijdraagt.
Beeld: Jaklien Vandorpe