KU Leuven zoekt weg uit de loopgraven van het ggo-debat
nieuwsEen werkgroep van hoogleraren aan de KU Leuven pleit in een visietekst over het gebruik van genetisch gemodificeerde organismen (ggo's) in de landbouw voor een behoedzame en rationele kosten- en batenanalyse en dat geval per geval. "Naast veiligheid voor milieu en gezondheid moeten hierbij ook ecologische en socio-economische duurzaamheid expliciete criteria zijn." Een mondiale aanpak dringt zich naar verluidt op.
Voor- en tegenstanders van ggo's zitten in een ware loopgravenoorlog. "Tijd voor een objectief en genuanceerd debat", vindt de ggo-werkgroep van Metaforum Leuven, de interdisciplinaire denktank van de KU Leuven. "Er zijn zowel mogelijkheden als risico's verbonden aan het grootschalig gebruik van ggo-technologie, maar in het sterk gepolariseerde debat klinken vaak argumenten die met genetische modificatie op zich weinig te maken hebben", zegt professor Filip Rolland, coördinator van de werkgroep. "Zowel bij de argumenten pro als contra worden de technologie zelf, specifieke ggo-toepassingen en het landbouwsysteem waarbinnen ze worden gebruikt, vaak door mekaar gehaald."
Nog volgens Rolland staat de landbouw voor zo'n grote uitdagingen dat het onverstandig is om a priori een bepaalde technologie uit te sluiten. Ggo's bieden in principe enorme mogelijkheden om de stijgende behoefte aan voedsel wereldwijd aan te pakken. Gezondheidsrisico's voor de consument lijken eerder beperkt en beheersbaar. Andere gevaren zoals mogelijke socio-economische en ecologische gevolgen van grootschalige teelt van ggo's zijn echter moeilijker in te schatten en te beheersen. Bij het afwegen van voor- en nadelen moet duurzame voedselzekerheid de centrale doelstelling zijn en is de gebruikte technologie in principe van secundair belang.
De eerste generatie ggo's heeft haar groene beloftes niet waargemaakt door al vroeg en zeer snel de richting in te slaan van de grootschalige agro-industrie met een beperkt aantal landbouwkundige toepassingen zoals insectenresistentie. De werkgroep schat het potentieel van de nieuwe generatie veel hoger in om tegemoet te komen aan uitdagingen zoals voedselzekerheid, voedselkwaliteit, verhoging van voedingswaarde en het verkleinen van de risico's.
De ggo-werkgroep wil niet alleen zo veel mogelijk concrete en objectieve informatie verschaffen om de argumenten voor of tegen helder te stellen, maar geeft in zijn visietekst ook een aantal concrete aanbevelingen. "De overheid kan de ontwikkeling, teelt en handel van ggo’s duidelijker sturen om zo zowel duurzame voedselveiligheid en -zekerheid als rechtszekerheid voor de producent te verzekeren. Momenteel zijn in Europa – onder andere door de complexe besluitvorming en verdeelde politiek – maar twee ggo-gewassen voor de teelt goedgekeurd. Tegelijk worden ggo-producten wel op grote schaal ingevoerd, in de eerste plaats als diervoeder."
Producenten moeten binnen een gepast wettelijk kader en met inachtneming van door wetenschappelijke studies vastgelegde bufferzones de mogelijkheid krijgen ggo's te telen. De werkgroep pleit hierbij voor het implementeren van de nieuwste technologie om de risico's op het verspreiden van ggo's en gentransfer te minimaliseren. Een open licentiesysteem moet tegemoet komen aan de bezwaren tegen octrooien. Ten behoeve van consumenten moeten de producten correct gelabeld worden. Deze labeling mag zich niet beperken tot de productiewijze maar moet ook informatie bevatten over de werkelijke milieu-impact.
De ggo-problematiek is volgens de werkgroep echter een voorbeeld van een materie die een gestroomlijnde mondiale aanpak vergt. Elk land, en zelfs elk continent, draagt immers de gevolgen van de beslissingen die elders op de planeet genomen worden. "Beslissingen omtrent ggo's moeten daarom verschoven worden naar een orgaan met mondiale draagkracht dat de afweging maakt tussen risico's en maatschappelijke voordelen waarbij ook rekening gehouden wordt met de mogelijke socio-economische en ecologische impact".
Meer info: KU Leuven
Bron: Belga / KU Leuven