Keniaanse jongeren kiezen bewust voor boerenstiel
nieuwsHoewel de Afrikaanse jeugd de jongste jaren steeds minder te vinden was voor het boerenleven, begint in Kenia het tij te keren. Een groeiende groep, veelal hoogopgeleide jongeren, vindt door het stijgende aantal afgestudeerden maar moeilijk een kantoorbaan en begint in te zien dat er in de landbouwsector geld te verdienen valt. Met een smartphone en een iPad in de hand starten steeds meer jongeren er een eigen boerderij op.
Eén van hen is Francis Kimani (30). Hij studeerde vijf jaar geleden af als leraar geschiedenis, maar vond nergens werk. Inmiddels runt hij een boerderij met 100 koeien en 200 schapen en geiten . Met de verkoop van het vlees en de huiden verdient hij zo’n 1.500 euro per maand, veel meer dan hij als beginnend docent zou verdienen. Mary Gitau die afstudeerde in human resource management, verdient met haar boerderij buiten Nairo zo’n 2.100 euro per maand. Ook zij verdient veel meer dan haar oud-klasgenoten met een kantoorbaan.
Op haar boerderij houdt Mary Gitau varkens, kippen en konijnen en kweekt ze paprika’s, aardbeien en cherrytomaatjes. Door het voeder van haar 90 varkens zelf te telen, bespaart ze meer dan 60 procent aan voederkosten. De groenten die Mary teelt, zijn vooral in trek bij de groeiende middenklasse in Kenia. De jonge boerin richt zich vooral op nieuwe markten. “Je moet als landbouwer out of the box denken”, zegt ze. “Aardbeien kan ik bijvoorbeeld vers verkopen, maar ik kan er ook jam, yoghurt of vruchtensap mee maken. Zo verdien ik er drie keer zo veel aan.”
Afgestudeerd als bouwkundig ingenieur kon ook Daniel Kimani nergens aan de bak komen. En dus ging hij opnieuw studeren, maar dit keer aquacultuur. Ondertussen heeft hij niet alleen een eigen bedrijf in centraal Kenia, maar is hij ook consulent in aquaponics, een combinatietechniek van visteelt en hydrocultuur. Hij is de eerste die dit introduceerde in Oost-Afrika, voor heel Afrika is hij de tweede.
“Afrika kampt met een tekort aan land, water, vruchtbare aarde en heeft ongunstige klimaatomstandigheden. Met nieuwe technieken zoals aquaponics beheers je die klimaatfactoren, heb je weinig plaats nodig, recycleer je het water en gebruik je in plaats van aarde bijvoorbeeld vulkanisch puimsteen dat hier in de bergen te vinden is”, legt de jonge boer uit. “Zelfs mensen in de woestijn kunnen met deze nieuwe techniek groenten en vis kweken. Met de vitaminen en proteïnen die daarin zitten, kunnen we het probleem van ondervoeding oplossen”, aldus Kimani.
Hij is ervan overtuigd dat jongeren een cruciale rol zullen spelen in de toekomstige voedselzekerheid in Afrika. “Zij staan open voor nieuwe technieken die noodzakelijk zijn op dit continent”, klinkt het. Ook Joseph Macharia (35) beaamt dat. Hij is oprichter van Mkulima Young, een organisatie speciaal voor jonge boeren. “Met hun smartphones en Ipads vinden ze razendsnel informatie op het internet, houden ze gemakkelijk contact met klanten en andere boeren in en buiten Kenia en verbouwen ze nieuwe producten.”
Naast een systeem voor microkredieten voor jonge boeren heeft Mkulima Young ook een Facebook-groep die na minder dan een jaar al meer dan 30.000 volgers heeft. Dagelijks verschijnen op de pagina van het sociaal netwerk honderden berichten, zoals: ‘Help, ik heb tien bijenkorven, maar na drie jaar zijn er pas twee bevolkt. Wat doe ik fout?’ of ‘Beste collega-boeren, is er iemand die ganzen verkoopt in de buurt van Nairobi?’ Volgens Joseph Macharia tonen jongeren uit Tanzania en Rwanda inmiddels ook interesse in deze nieuwe manier van boeren. Vanwege het goede internet in het land ziet hij vooral potentie in Rwanda. “Je hebt sociale media nodig om de jeugd mee te krijgen.”
“Maar niet alleen jongeren moeten landbouw aantrekkelijker vinden, ook de Afrikaanse regeringen moeten er hun schouders onder zetten”, benadrukt David Adama van Action Aid International. “Holle woorden vullen geen magen. De Afrikaanse regeringen moeten hun belofte houden en meer investeren in landbouw.” De regering in Kenia, waar de landbouwsector de op twee na grootste werkgever is, doet dat alvast. Ze biedt jonge boeren leningen aan, steunt de viskwekers en maakt het gemakkelijker om landbouwgrond te leasen.
Onlangs wees de Wereldvoedselorganisatie van de Verenigde Naties (FAO) nog eens op het belang van een groeiende, modernere landbouw voor het Afrikaanse continent. “Er ontstaan nieuwe markten, zoals aquacultuur, met mooie groeikansen. Er liggen enorme kansen voor jongeren”, zegt FAO-directeur José Graziano de Silva. “Het is absoluut noodzakelijk dat Afrikaanse jongeren kiezen voor de landbouw om de groeiende voedselvraag de baast te kunnen. We moeten af van de mentaliteit dat boer worden een laatste optie is”, zei ook Gerda Verburg, de Nederlandse voorzitter van de Commissie voor Wereldvoedselzekerheid.
Bron: De Tijd