Investeringen in natuur hebben zin
nieuwsIn het algemeen gaat het nog altijd niet goed met de biodiversiteit in Europa. En de doelstelling om het biodiversiteitsverlies tegen 2010 een halt toe te roepen, zal niet gehaald worden. Anderzijds hebben investeringen in natuur wel degelijk zin. Dat blijkt uit de meest omvangrijke studie over de biodiversiteit in Europa die ooit gemaakt werd.
De studie, die voorgesteld werd door de Europese Commissie, brengt de situatie in kaart van 1.182 dier- en plantensoorten en van 216 habitattypes. Eén ding is volgens de onderzoekers zeker: als er geïnvesteerd wordt in natuur, dan heeft dat zijn positieve effecten. Maar de toestand van graslanden, wetlands en kusten is meer dan ooit bijzonder benard.
Het behoud van grasland is afhankelijk van traditionele landbouwpraktijken, en die hebben het niet overal makkelijk om stand te houden tegen de intensieve landbouw. Wetlands worden nog steeds vaak herbestemd voor andere natuurdoeleinden en bovendien hebben ze specifiek te lijden van de klimaatverandering. Dat geldt ook voor berggletsjers. En kusten ondervinden vooral druk van het toerisme.
Hoe het komt dat we het in Vlaanderen op het vlak van biodiversiteit niet bijster goed doen? "Ten eerste zijn er de problemen van de twintigste eeuw: verdroging, overbemesting en een versnippering van het gebied. Daarbij komen de problemen van de 21ste eeuw: klimaatverandering en een toevloed van invasieve exoten", zeggen Steven Vanholme en Wim Van den Bossche van Natuurpunt in De Standaard.
Niettemin moeten ze toegeven dat ook bij ons een aantal soorten het goed doen. Zo doet de bever het in België en Nederland goed omdat hij op een aantal plaatsen geherintroduceerd werd en omdat de kwaliteit van zijn leefgebied erop vooruit gegaan is. "De waterkwaliteit is verbeterd waardoor er meer vissen in het water zitten. Al moet meteen gezegd dat meer vis niet betekent dat de waterkwaliteit weer echt goed is", aldus Vanholme en Van den Bossche.
Bij Natuurpunt benadrukt men dat natuur niet beperkt mag blijven tot kleine eilandjes. "Buiten de natuurgebieden, en dan vooral in landbouwgebieden, moeten soorten ook kansen krijgen. Er zijn daarbij verschillende opties. Of je legt tussen landbouwzones een aantal natuurgebieden aan. Of je kiest voor de optie dat landbouwbedrijven duurzaam moeten zijn en niet alleen aan akkerbouw moeten doen maar ook wat veeteelt en een stuk grasland moeten behouden". Dit laatste is vandaag al een randvoorwaarde voor het verkrijgen van rechtstreekse inkomenssteun.
De intensieve maïsteelt in de polders blijft echter een doorn in het oog. "Maïs zorgt voor nul biodiversiteit. Zal men op die weg verder gaan?", vragen Vanholme en Van den Bossche zich af. "Men evolueert nu al naar een systeem waarbij de landbouwer geen subsidies meer krijgt voor wat hij produceert maar wel voor de mate waarin hij voor een meerwaarde voor de natuur zorgt. Dan mag je toch verwachten dat ze ook een maatschappelijke functie vervullen?"
De komende jaren zullen nogal wat Vlaamse land- en tuinbouwers geconfronteerd worden met de Europese verplichting om instandhoudingsdoelstellingen uit te werken in het kader van de Vogel- en Habitatrichtlijn. Om habitats en soorten weer in een 'goede staat van instandhouding' te brengen, werd 162.964 hectare bij Europa aangemeld als speciale beschermingszone. Daarvan is vandaag nog 66.500 hectare in landbouwgebruik.
Meer informatie: Article 17 Technical report
Bron: De Standaard