Hoge varkensprijzen bezorgen China kopzorgen
nieuwsTerwijl de Europese varkenshouders kreunen onder de lage varkensprijzen, maakt de Chinese overheid zich zorgen over de hoogte van de varkensprijzen omdat die de inflatie opdrijft. Eind april werd een nieuw record bereikt van 2,73 euro per kilo levend gewicht. Hiermee ligt de prijs bijna 40 procent hoger dan het niveau van een jaar geleden. Om het tij te keren heeft China beslist om interventievoorraden te verkopen. Varkensbedrijven die hun productie vergroten, kunnen bovendien rekenen op een flinke bonus.
De varkensprijs in China bedroeg begin dit jaar 2,44 euro per kilo levend gewicht. Met uitzondering van de week waarin het Chinese Nieuwjaar viel, is de prijs enkel nog maar toegenomen en hij bedraagt nu ruim 2,73 euro per kilo. Dit bezorgt de Chinese overheid kopzorgen. Want hoewel de binnenlandse consumptie in 2016 daalde met bijna twee procent, daalde ook de productie met 2,5 procent zodat verwacht wordt dat de prijzen het plafond nog niet bereikt hebben.
Deze aanhoudende stijgende trend begint een steeds groter probleem te worden voor de Chinese economie. Varkensvlees is een basisproduct in het land en weegt daarom zwaar door in de indexkorf. Bij de berekening van voedselprijzeninflatie weegt varkensvlees voor ongeveer 30 procent mee en bij de berekening van de totale consumentenprijzeninflatie weegt varkensvlees voor 10 procent mee. Daardoor kwam de inflatie in februari en maart op 2,3 procent uit, terwijl rekening werd gehouden met een inflatie van 1,9 procent.
Om de stijging van de varkensprijzen te remmen, worden drastische maatregelen genomen. Zo worden strategische voorraden varkensvlees op de markt gebracht. De overheid startte hiermee in mei en tot en met 4 juli wordt dagelijks 50.000 kilo varkensvlees aan lage prijzen verkocht aan 121 grote supermarkten in Peking. In totaal zal er zo drie miljoen kilo varkensvlees bijkomend op de Chinese markt terechtkomen. Daarnaast moedigt de overheid varkensbedrijven ook aan om hun productie op te schroeven. Bedrijven krijgen een subsidie die kan oplopen tot 1,21 euro voor iedere kilo die ze extra op de markt brengen.
Gezien het overaanbod en de lage varkensprijzen stelt zich natuurlijk de vraag waarom we niet meer Europese varkens exporteren naar China. Volgens René Maillard, manager van het Belgian Meat Office, heeft dit te maken met het verschil in eetpatroon. “Chinezen eten vooral poten en oren, de stukken die in Europa eerder worden gezien als slachtafval. Ze zijn niet geïnteresseerd in spiervlees. Bovendien heeft men in China niet de gewoonte om deelstukken van een varken te eten, zoals wij koteletten of gebraad eten. Zij laten een varken slachten en consumeren dit vervolgens volledig.”
Maar dat neemt niet weg dat de afgelopen maand een topmaand was voor de export van Europees varkensvlees naar China. “Sinds het Russische embargo is Europa veruit de grootste importeur geworden van varkensvlees in China. Ook de gunstige dollarkoers van de euro tegenover de dollar heeft ervoor gezorgd dat we volop aan het ‘boomen’ zijn op de Chinese markt”, legt Maillard uit. Onder impuls van de Chinese vraag, de gunstige dollarkoers en het mooie weer ziet hij de varkensprijzen in ons land de komende maanden dan ook stijgen. Tegelijk daalt het Europese aanbod. “Maar voorzichtigheid blijft geboden, want je mag niet vergeten dat er nog een grote hoeveelheid varkensvlees in de opslag zit.”
Namens Belgian Meat Exports, het exportinitiatief van een aantal Belgische slachthuizengroepen, plaatst Thierry Smagghe een kanttekening bij de hoge varkensprijs in China. Het is niet zo dat een exporteur daar eenvoudig zijn graantje kan van meepikken. “Er zit veel ‘constructie’ achter. Als exporteur krijg je te maken met importtaksen en dergelijke.” Strategische stocks van varkensvlees in overheidshanden zijn er inderdaad, “maar ze zijn sinds 1992 nog nooit zo laag geweest”.
Smagghe betwijfelt dat de Belgische varkensprijs kan aantrekken onder impuls van de Chinese markt en wel om volgende reden: “Vandaag is maar een beperkt percentage van de slachthaken in ons land ‘China-waardig’, ongeveer 35 procent. Het doel moet zijn om dat snel op te trekken voor vlees en bijproducten van het slachtproces. Hoe meer we van het zogenaamde vijfde kwartier naar China kunnen exporteren, hoe beter de hele keten ervan wordt.”
Bron: Boerenbusiness/eigen verslaggeving
Beeld: VRT