Hoe ga je aan de slag met agroforestry?
nieuwsIn onze wekelijkse duiding geVILT bestempelen de landbouwadministratie en het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) agroforestry als een landbouwsysteem dat Vlaamse boeren, groot en klein, kansen biedt. Stel, je gelooft wel in de synergie tussen bomenrijen en landbouwgewassen maar de stap in het ongewisse schrikt je af. Dan verzamelt dit artikel een rits praktische tips die jou heel wat leergeld uitsparen.
Wie de stand van zijn gewas naast een boom of struik aan de perceelsrand bekijkt, zou wel eens durven twijfelen aan het nut van boslandbouwsystemen. “Je kan de twee niet vergelijken”, drukt ILVO-onderzoeker Bert Reubens ons op hart. “De bomen op de perceelsrand worden meestal niet geplant, beheerd (gesnoeid) en gerooid als de bomenrijen op een boslandbouwperceel.”
Een negatief effect van de bomenrijen op de gewasopbrengst zal er ook bij agroforestry zijn, “maar met de juiste strategie kan dat beperkt worden gehouden”, verzekert Reubens. De ‘juiste strategie’ betekent bijvoorbeeld een slimme oriëntatie van de bomenrijen, een beredeneerde plantafstand tussen en in de rijen en de keuze voor een geschikte boomsoort. Zo is een boom met een lichtdoorlatende kroon te verkiezen.
Een boomsoort die laat in blad komt, zoals een notelaar, zal geen schaduw werpen op een pas gekiemd zomergewas, en komt de jeugdgroei dus ten goede. Een soort die vroeg zijn blad verliest, is een goede keuze wanneer veel wintergranen in de teeltrotatie zitten. Een bijkomend voordeel van vroege bladval is dat het wintergraan de nutriënten kan recupereren die vrijkomen wanneer de afgevallen bladeren verteren.
“De grond diep bewerken, helpt om de concurrentie met het gewas om water en nutriënten te beperken”, adviseert Reubens. Dat verplicht de bomen namelijk om dieper te wortelen. Ook winterteelten zoals granen kunnen daartoe bijdragen want ze onttrekken bodemvocht in hun groeifase zodat de bomen in het voorjaar dieper moeten zoeken naar vocht. Een bijkomend voordeel van diep wortelende bomen is dat ze uitloging van stikstof helpen voorkomen.
De impact van agroforestry op de waterhuishouding is complex. In principe vormen de bomen een buffer voor extreme situaties: bij droogte pompen ze water op uit de diepe lagen waar het gewas niet bij kan, terwijl ze ‘draineren’ na een periode van veel regen. De onderzoeker van ILVO sluit niet uit dat er bij droogte toch concurrentie is om het schaarse water, bijvoorbeeld voor zomergewassen dichtbij de bomen.
“Wat de plantdichtheid betreft, kozen de pioniers voor 50 tot 70 bomen per hectare”, vertelt Koen Wellemans van het Departement Landbouw en Visserij. De landbouwadministratie laat op dat vlak veel vrijheid want zowel een lage (30 bomen) als hoge (200 bomen) plantdichtheid komen in aanmerking voor de subsidie. Die bestaat uit een terugbetaling van 70 procent van de aanplantkosten. Naast het plantgoed worden ook (machinaal) werk en materiaal vergoed. Denk bij dat laatste aan palen ter versteviging van de jonge boom of gaas dat de boom moet beschermen tegen wildschade. “Weet wel dat enkel de kosten die op factuur bewezen kunnen worden voor subsidie in aanmerking komen”, verduidelijkt Wellemans.
Een misverstand is dat de combinatie bomen-grasland niet subsidiabel is. “De steunmaatregel sluit dat niet uit”, bevestigt Wellemans, “en laat zelfs toe dat tussen de bomenrijen een bijzonder ‘landbouwgewas’ als korte omloophout wordt geteeld.” In de praktijk blijkt grasland met bomen het meest geliefde boslandbouwsysteem bij de pioniers.
Volgens Reubens omdat de opbrengstderving bij gras kleiner is. “Dat kan een argument zijn om te starten met akkerbouwgewassen en over te schakelen op gras wanneer de bomen en dus ook de opbrengstderving groter worden. Toch is het belangrijk te beseffen dat de bomen de botanische samenstelling van het grasland kunnen beïnvloeden, met vaak een reductie in voederwaarde tot gevolg.” In buurland Frankrijk, waar agroforestry al beter ingeburgerd is, kiezen landbouwers veelal voor granen en andere akkerbouwgewassen tussen de bomen.
Qua teelttechniek hoeft de landbouwer niet per se iets te veranderen, tenzij het eerder vermelde diep ploegen langs de bomenrijen. “Het belangrijkste is dat stootschade aan de bomen door landbouwmachines vermeden wordt want sommige soorten zijn daar erg gevoelig voor”, aldus Wellemans. “Daarom is het nodig dat de bomen geplant worden volgens een goed ontwerp: naast een juiste oriëntatie betekent dat ook een ruime wendakker die vrij blijft van bomen”, zegt Reubens.
Veel problemen kunnen voorkomen worden door de afstand tussen de rijen af te stemmen op de werkbreedte van de landbouwmachines. “Meestal wordt een paar meter verder uit elkaar geplant dan de breedte van het spuittoestel”, weet de ILVO-onderzoeker. Overlappingen in de werkgangen tussen de bomenrijen worden beter met elke machine vermeden met het oog op arbeidsefficiëntie en zuinig omspringen met meststoffen en zaaigoed.
De steunmaatregel zegt niet dat de strook in de bomenrij onbespoten moet blijven, maar in de praktijk is die smalle strook wel lastig bereikbaar met de spuitmachine. Een rugspuit zou uitsluitsel kunnen bieden voor hardnekkig onkruid, maar de onkruiddruk kan ook onder controle worden gehouden met een groenbedekker, bloemenmengsel, kruidenstrook of grasstrook. Maaien of een mulch met het snoeihout onderdrukt de onkruiden. De landbouwer kan er ook bewust voor kiezen om de strook te laten verruigen. “Dat heeft een positief effect op de biodiversiteit en stimuleert nuttige insecten die plagen helpen bestrijden”, motiveert Bert Reubens.
Wie de bomen rooit - ten vroegste na 15 jaar wil hij de vergoeding van de aanplantkosten niet verliezen - kan agroforestry verder toepassen door nieuwe bomen te planten in dezelfde rij. In dat geval moeten de oude stronken niet weggefreesd worden en kan men eenvoudig de nieuwe bomen tussen de oude stronken planten. De stronken frezen, dient wel te gebeuren om het perceel opnieuw als reinteelt te kunnen bewerken.
Het kan ook een optie zijn om na de oogst van de bomen de stronken te enten met paddenstoelenbroed. Op stronken geteelde paddenstoelen staan culinair hoger aangeschreven dan de gangbare paddenstoelen die op stro worden gekweekt. “De markt daarvoor zal binnen 15 jaar quasi zeker beter zijn dan nu”, denkt Reubens, “en dat zal het mogelijk maken om van een kostenpost een inkomstenbron te maken.”
Het hout van de gerooide bomen kan op stam worden verkocht. Bosgroepen van private boseigenaars gaan op geregelde tijdstippen over tot gezamenlijke houtverkoop. Zij kunnen de landbouwer helpen bij de zoektocht naar een afnemer. “Vaak zal het om kleinere partijen hout gaan, maar daar staat tegenover dat bomenrijen eenvoudiger te exploiteren zijn dan een bos”, besluit Reubens.
Tijdens de landbouwbeurs Agriflanders in Gent wordt een nieuwe praktijkgids Natuur en Biodiversiteit voorgesteld. Daarin staan heel wat nuttige tips omtrent agroforestry.
Lees ook: geVILT “Vergroening GLB kan een prikkel betekenen voor agroforestry”
Mail Bert Reubens (teelttechniek) of Koen Wellemans (beleid) voor meer info.
Beeld: ILVO