Geurkader krijgt update: sterkere bescherming voor zone-eigen landbouw
nieuwsVlaamse veehouders zijn steeds meer onderwerp van bezwaren over geurhinder. Met een update van het geurkader krijgen zone-eigen landbouwactiviteiten in agrarisch gebied nu een sterkere bescherming. Ook komt er meer duidelijkheid over wat kan en niet kan bij de beoordeling van geurhinder. “We brengen met dit kader niet alleen duidelijkheid, maar ook rechtszekerheid: landbouw moet kunnen blijven functioneren in landbouwgebied”, reageert minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&v). “We beschermen het typische karakter van het Vlaamse platteland en alles wat daarbij hoort.”
Het platteland heeft voor velen een grote aantrekkingskracht. Geen verkeerslawaai, een open horizon van akkers en kerktorens, en uitlaatgassen die plaatsmaken voor verse ‘boerenbuitenlucht’. Het romantische beeld ligt mee aan de basis van het toenemend aantal zonevreemde activiteiten op het platteland. Denk aan recreatie, residentiële nieuwkomers en andere niet-landbouwgebonden bedrijvigheid.
Maar het platteland leeft en werkt ook. Daardoor kan het op de kleine wegen soms druk zijn door tractoren en leveranciers die af en aan rijden. Ook is er de geur van mest of varkens en breiden landbouwbedrijven uit, binnen de grenzen van het Vlaamse vergunningskader. Die bedrijvigheid kan al eens botsen met andere dorpsgenoten, zeker wat geur betreft. Niet alleen voor zonevreemde nieuwkomers die dit niet gewoon zijn, maar ook voor oudere dorpsgenoten, bijvoorbeeld bij de uitbreiding van een stal. Aangezien het platteland er ook voor hen is, zijn er geurrichtlijnen en moeten landbouwers voldoen aan geurvoorwaarden.
Hypotheek op de zone-eigen veehouderijen
In 2021 kreeg dat geurbeoordelingskader een grondige bijsturing. Er werd onder meer extra geduid hoe geur moet worden beoordeeld bij een vergunning en wat het kader is rond eventuele geursaneringen.
“Sinds de bijsturing van het geurbeoordelingskader in 2021 zorgde het geurbeleid in de praktijk voor steeds meer problemen bij vergunningsaanvragen van veehouderijen”, reageert landbouworganisatie Boerenbond. “Het geurkader werd steeds vaker een bijkomende en soms zelfs doorslaggevende drempel, bovenop andere complexe dossiers zoals stikstof en ruimtelijke ordening. Dit terwijl er in de praktijk voor omwonenden van deze landbouwbedrijven vaak niets was veranderd. Landbouwbedrijven die al jarenlang vergund waren en geen uitbreiding of wijziging van activiteiten vroegen, werden bij een eenvoudige verlenging van hun vergunning plots geconfronteerd met bijkomende geurvereisten, zoals een geurstudie en zelfs een saneringsplan.”
Agrarische activiteiten staan onder een toenemende druk door zonevreemde functies. Er zijn steeds meer bezwaren en klachten rond geur
De problematiek werd volgens de landbouworganisatie bovendien versterkt door de toename van zonevreemde functiewijzigingen in landbouwgebied. Het Departement Omgeving bevestigt dit ook. “Het agrarisch gebied en de agrarische activiteiten staan onder een toenemende druk door zonevreemde functies. Er zijn steeds meer bezwaren en klachten rond geur en beperkingen bij (her)vergunningsaanvragen. Deze druk hypothekeert de ontwikkelingsmogelijkheden en vergunningsverlening van zone-eigen veehouderijen. Want bij (her)vergunningsaanvragen van veehouderijen moet telkens een beoordeling van de geurhinder uitgevoerd worden.”
De Vlaamse regering nam de problematiek twee jaar geleden op en beloofde in het regeerakkoord het geurkader te herbekijken in functie van ‘gedesaffecteerde bedrijfswoningen’. Dit zijn bijvoorbeeld oude hoevewoningen die niet meer in een landbouwcontext worden gebruikt en zo zonevreemd worden. “De zonevreemde-functiewijziging moet mogelijk zijn, maar altijd met respect voor en met aanvaarding van de gebiedseigen activiteiten”, aldus het regeerakkoord.
Expliciete aandacht voor bestaande landbouwcontext
Dinsdag liet het Departement Omgeving weten dat het geurkader ondertussen werd bijgesteld. “Het komt erop neer dat de toetsingswaarden -en beoordelingspunten zijn geherevalueerd”, aldus woordvoerster Ann Heylens. “Deze herevaluatie omvat enkele doelen. Zo wordt het bestaande beoordelingskader onder meer verduidelijkt en geüniformeerd, de bescherming van de zone-eigen landbouwactiviteit verankerd en de wederkerigheid van het geurbeleid benadrukt bij functiewijzigingen naar zonevreemd gebruik.”
“Er wordt in de bijstelling explicieter gevraagd om rekening te houden met de bestaande landbouwcontext als er functiewijzigingen worden gedaan van landbouwbedrijven naar woningen”, verduidelijkt Boerenbond. “Zodat zo’n ruimtelijke beslissingen niet automatisch bijkomende beperkingen opleggen aan omliggende veehouderijen.”
Er mag een grotere tolerantie worden verwacht ten aanzien van hinder veroorzaakt door gebiedseigen gebruikelijke exploitaties
Zo is in het vernieuwde geurkader onder meer opgenomen dat, samen met de toetsing aan de goede ruimtelijke ordening, de nieuwe decretale bepaling moet garanderen dat een functiewijziging geen hypotheek mag leggen op de bedrijfsvoering van de zone-eigen landbouwbedrijven. “Daarbij is de redenering gevolgd dat een grotere tolerantie mag worden verwacht ten aanzien van de hinder veroorzaakt door gebiedseigen gebruikelijke exploitaties”, staat te lezen.
Meer duidelijkheid en rechtszekerheid
Volgens Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&v) brengt het kader “eindelijk duidelijkheid en rechtszekerheid”. Landbouw moet volgens hem kunnen blijven functioneren in landbouwgebied, wat tot nu bemoeilijkt werd. “Landbouwers, en zeker veehouderijen, worden steeds vaker geconfronteerd met discussies en onduidelijkheid bij vergunningen, wat hun ontwikkelingsmogelijkheden hypothekeert en de vergunningverlening bemoeilijkt”, klinkt het. “Met het geurkader beschermen we nu het typische karakter van het Vlaamse platteland en alles wat daarbij hoort.”
Positieve stap, maar waakzaamheid blijft nodig
Boerenbond is voorzichtig positief over de update van het geurkader. Volgens de landbouworganisatie wordt voorkomen dat het geurbeleid verder een automatisch bijkomende blokkering vormt voor de vergunningsverlening. Maar helemaal gerustgesteld is de organisatie nog niet. “De toepassing op het terrein zal moeten uitwijzen of de bijsturing effectief bijdraagt aan een rechtszekere en werkbare vergunningsverlening”, luidt het. “Waar het nodig blijkt uit signalen van de praktijk, zullen we verdere verbeteringen bepleiten.”