Bosdoelstelling vraagt flinke inhaalbeweging van de Vlaamse regering
nieuwsVlaanderen is nog lang niet op schema om 10.000 hectare extra bos aan te planten tegen 2030. Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&v) trekt jaarlijks 18,5 miljoen euro uit voor bosuitbreiding, maar de effectieve aanplant blijft voorlopig beperkt. Hoewel lokale besturen vorig jaar slechts een beperkt deel van de pot hebben aangesproken, wijst Brouns erop dat heel het voorziene budget wel degelijk wordt besteed.
“44 miljoen voorzien voor extra bossen, amper 500.000 euro toegekend”, zo kopt Het Belang van Limburg over het bosbeleid van Vlaams minister Jo Brouns (cd&v). Want het was Limburger Kris Verduyckt die de kat de bel aanbond. Hij is de fractievoorzitter van Vooruit in het Vlaams Parlement. Cijfers die het kabinet Brouns betwist. “Er wordt jaarlijks18,5 miljoen euro besteed aan bosuitbreiding”, zegt woordvoerder Tom Demeyer. “In 2025 is dat ook effectief gebeurd. Als gemeenten het budget niet benutten, zijn er andere spelers zoals bosgroepen, het Agentschap Natuur en Bos en verenigingen die dat wel doen. Elke euro die voorzien werd voor bosuitbreiding, ging naar bosuitbreiding.”
Top-down of bottom-up?
Verduyckt stelt vast dat de subsidieoproep te laat is gelanceerd, waardoor slechts weinig besturen zich op tijd kandidaat konden stellen. Hij spreekt van een ‘verloren jaar’ voor bosuitbreiding. Bovendien moet de coördinatie volgens hem strakker gebeuren vanuit het Vlaamse niveau, en is er nood aan vereenvoudigde subsidieregelgeving. “Zorg er vooral voor dat we niet nog meer tijd verliezen, dat we de evaluatie op zich niet hoeven af te wachten,. Maar dat we echt een kering kunnen brengen in de evolutie die er nu zit rond de bosaanplanting, want anders gaan we er absoluut niet geraken”, zei Verduyckt in het parlement. Vooruit is nochtans een regeringspartner van cd&v.
Het kabinet Brouns vindt het echter waardevol om de regierol vooral aan de lokale besturen te bedelen. “Omdat zij het best geplaatst zijn om te weten waar er nood is aan extra bosuitbreiding in de gemeente: lokaal gedragen, duurzaam en dicht bij de mensen”, zegt woordvoerder Demeyer . “We willen niet vanuit Vlaanderen top-down opleggen waar bos moet komen, maar vertrouwen erop dat lokale besturen het best weten waar de noden het hoogst zijn om extra groen te realiseren.”
Wat gebeurt er met het geld?
Wil minister Brouns de bosdoelstelling voor 2030 behalen, dan moet hij een flinke achterstand inlopen. Sinds 1 oktober 2019 is er 2.317 hectare nieuw bos bijgekomen in Vlaanderen en werd voor 739 hectare bos gecompenseerd. Bovendien ligt er 929 hectare grond klaar om te bebossen in het kader van bosuitbreiding (niet voor compensatie). Maar de optelsom is nog ver verwijderd van het doel van 10.000 hectare. Het jaarlijks voorziene budget van 18,5 miljoen euro voor bosuitbreiding lijkt dus welgekomen.
“Lokale besturen kunnen subsidies tot 90 procent krijgen om bossen aan te planten. Dit via een oproep die loopt van 2025 tot 2029”, legt Demeyer uit. “Daarnaast krijgen ook Natuurpunt subsidies (90%) en krijgt het Agentschap Natuur en Bos (ANB) budget om gronden aan te kopen en te bebossen. Bovendien krijgen Bos+, de bosgroepen en Natuurpunt ook subsidies om lokale besturen te ontzorgen. Het gaat om subsidies voor een aantal VTE om rond bosuitbreiding te werken.”
In 2025 hebben de lokale besturen inderdaad maar 500.000 euro van de voorziene 18,5 miljoen opgenomen. Verduyckt benadrukt dat het resterende bedrag niet verloren is gegaan, maar benut door Natuurpunt en het Agentschap Natuur en Bos om boskernen uit te breiden en met elkaar te verbinden. Ook andere kosten zoals de overheid, IT en communicatie van ANB werden hiermee gefinancierd.
Tijdrovende processen
Volgens woordvoerder Nathalie Debast van VVSG (Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten) zijn er verschillende struikelblokken. Eén daarvan is het ruimtelijke vraagstuk: bebossing op industrie- en landbouwgebied wordt niet gesubsidieerd. Een keuze die Debast logisch vindt, maar die de zaken wel bemoeilijkt. Is er een akkoord om landbouwgrond of industrieterrein bebossen, dan moet de gemeente binnen de drie jaar de bestemming wijzigen via een gemeentelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan (RUP). Dat is een tijdrovend proces.
“We vermoeden dat de bebossing vooral is gebeurd of gepland bij het ‘laaghangend fruit’, de gronden die makkelijk te bebossen zijn”, zegt Debast. “Nu is het moeilijker om deze gronden te vinden. Het gaat om gronden die niet de juiste bestemming hebben, of waar de gesprekken met eigenaars wat langer duren. Bovendien hadden lokale besturen het vorig jaar druk met het opmaken van de meerjarenplannen, waardoor er wellicht minder ruimte was om zich met andere zaken bezig te houden. We vermoeden dat bebossing het komende jaar meer onder de aandacht zal komen.”
Vordering blijft mogelijk
Laure De Vroey van BOS+ acht het niet realistisch dat de bosdoelstelling van 10.000 hectare nog wordt gehaald, maar wil wel met de Vlaamse Regering zoveel mogelijk voortgang boeken. “We willen vooruitkijken, er is echt al iets in gang gezet vorige legislatuur”, zegt ze. “Het is zaak om de bosuitbreiding nu verder te zetten.”
Dat lijkt de Vlaamse Regering ook te doen, met het verderzetten van de subsidies. “Maar die duidelijkheid kwam er pas in juni, net voor de zomer. Op dat moment hadden lokale besturen de handen vol met hun meerjarenplannen, wat maakte dat men pas eind september met die subsidieaanvragen aan de slag is kunnen gaan. De tijd om die aanvraag nog te doorlopen voor het plantseizoen was heel kort. Dat is jammer, maar de duidelijkheid is er nu.”
De Vroey hoopt dat de beperkte aanplant van vorig jaar een tijdelijke dip is, die de komende jaren zal worden gecompenseerd. De niet-opgenomen subsidies zijn alleszins niet verloren. “Geld dat niet is opgenomen door lokale besturen kan worden aangewend door natuurorganisaties”, zegt zij.
Hoewel de ruimte in Vlaanderen schaars is, ziet De Vroey wel nog mogelijkheden voor bosaanplant. Bijvoorbeeld op gronden die zijn aangeduid als natuur, maar nog niet dusdanig zijn ingevuld. “De laatste jaren zijn er ook veel watergevoelige gebieden aangeduid. Gronden die Vlaanderen niet meer verder kan of wil ontwikkelen vanwege een risico op wateroverlast. Dat zijn gebieden waar er wel kansen liggen voor bebossing. En als je zulke gebieden met elkaar koppelt, kan je op grotere projectmatige basis werken.”
Meer duidelijkheid nodig
Dat de minister vooral kijkt naar lokale besturen om bosaanplant te coördineren, noemt De Vroey een valabel spoor. “Maar ze hebben ondersteuning en duidelijkheid nodig vanuit het Vlaamse niveau, niet alleen over de financieringsmogelijkheden maar ook wat betreft de toegang tot grond. Hoe gaan we bijvoorbeeld om met bebossing in agrarisch gebied? Dat zijn zaken waar we van de minister de komende jaren meer duidelijkheid verwachten.”
“Er zijn bijkomende inspanningen nodig. Dat ook de minister mee gaat nadenken over hoe we ruimtelijke processen, specifiek voor bebossing, kunnen vereenvoudigen. Of we geen lichter traject kunnen ontwikkelen rond bebossing in bepaalde gebieden, in plaats van een volledige RUP-procedure te moeten doorlopen. Als we zo'n zaken niet doen, dan gaan we nooit aan die 10.000 hectare geraken. Er zijn middelen voorzien, dat klopt, maar we moeten samenwerken om deze te vertalen naar effectieve projecten.”
Bron: Eigen berichtgeving