Einde proces zuivelindustrie versus staat komt in zicht
nieuwsDe raadkamer van het Brusselse hof van beroep heeft de debatten hernomen in het kader van het proces dat een dertigtal bedrijven uit de zuivelindustrie, waaronder Nestlé en Campina, tegen de Belgische staat hebben aangespannen. Het hof van beroep spreekt op 18 juni een vonnis uit.
Didier Putzeys, de advocaat van de betrokken bedrijven, eist ongeveer 70 miljoen euro van de Belgische staat voor fouten die de staat tijdens de doixinecrisis in 1999 gemaakt zou hebben. Volgens de advocaat waren de maatregelen, die veel te laat genomen werden, buiten proportie, waardoor ze zware schade toebrachten aan de zuivelindustrie.
De Belgische staat was al in maart 1999 op de hoogte van de voedselbesmetting en wist ook welk bedrijf daarvoor verantwoordelijk was. De staat wachtte echter tot april om de eerste maatregelen te nemen, aldus Putzeys. Volgens de advocaat bestaat er een duidelijk oorzakelijk verband tussen de fouten en de geleden schade. Dat wordt echter betwist door Jean-Louis Jaspar en Jean-Marie van der Mersch, de advocaten die de belangen van de federale overheid behartigen.
Na uitvoerige pleidooien die vorig jaar gehouden werden, besliste het hof van beroep van Brussel om de debatten opnieuw te openen zodat de verschillende partijen hun standpunten, over eventuele fouten begaan door de gewesten en gemeenschappen, beter kunnen verduidelijken. Putzeys heeft alvast nieuwe conclusies ingediend om het oorzakelijk verband tussen de fouten en de geleden schade aan te tonen.
Jaspar en van der Mersch gaven, aan het hof en aan hun tegenstander, een kopie van een samenwerkingsprotocol tussen de gemeenschappen en de gewesten enerzijds, en de staat anderzijds. In het document staat te lezen dat de Belgische staat de eventuele gevolgen van juridische procedures, ten gevolge van de dioxinecrisis, op zich zal nemen.
Bron: Belga