"Duurzame transformatie inzetten vanuit onze sterktes"
nieuwsDuurzaamheid moet zowat het meest gebruikte containerbegrip van de laatste jaren zijn, maar hoe zet je dat als agrovoedingsketen om in de praktijk? Dat was de centrale vraag waarmee een brede coalitie van belangrijke spelers uit de landbouw- en voedingsketen twee jaar geleden aan de slag ging. Via de opmaak van een roadmap en de realisatie van enkele pilootprojecten werd een voorbeeld gesteld en een basis gelegd voor de toekomst. “Want evolueren naar meer duurzaamheid is een werk dat nooit helemaal af is”, zo klonk het op het slotevenement waar een balans werd opgemaakt van het transformatieproject.
Zo’n twee jaar geleden besloten de belangrijkste sectorfederaties van alle schakels uit de landbouw- en voedingsketen een breed gedragen transformatieproject op te starten, vanuit de motivatie om het verduurzamingsproces zelf aan te sturen en met het doel geleidelijke en haalbare veranderingen te realiseren. Geen transitie, maar een transformatie dus, “want je bereikt meer door 90 procent van de sector 10 procent te laten vooruitgaan dan omgekeerd”, aldus Marc Rosiers van Boerenbond. Vertrekpunt was een systeemanalyse die de drijvende krachten die de sector beïnvloeden in kaart bracht, zoals globalisering, verstedelijking, klimaatverandering en de uitputting van hulpbronnen.
Vanuit die analyse werden zeven duurzaamheidsdoelstellingen geformuleerd die de Vlaamse landbouw- en voedingsketen op middellange termijn duurzaamheidswinst moeten opleveren. Innovatie is er daar één van, net zoals het sluiten van kringlopen, het gebruik van hernieuwbare energiebronnen, een transparante communicatie, kenniscreatie en een bredere maatschappelijke betrokkenheid. Bij de uitwerking van deze doelstellingen stond een evenwicht tussen de drie pijlers van het duurzaamheidsprincipe centraal: economisch, ecologisch en sociaal. Of zoals ABS-voorzitter Hendrik Vandamme het verwoordde: “Als niet alle poten van een driepikkel even lang zijn, zit je niet comfortabel.”
Maar hoe kan je al die doelstellingen ook effectief gaan bereiken zonder de sector op z’n kop te moeten zetten? “Door nauw en permanent overleg tussen alle betrokkenen en door concrete acties te ondernemen”, vertelde Ann Nachtergaele van FEVIA. De acties werden onderverdeeld in drie categorieën: blauwe acties, die niet bepaald revolutionair zijn, maar daardoor wel aanvaard zijn en relatief makkelijk te implementeren. Denk bijvoorbeeld aan een uitbreiding van het assortiment lokale en duurzame producten in de supermarkt. Oranje acties zijn originele ideeën die nog experimenteerruimte nodig hebben en op middellange termijn voor duurzame innovatie moeten zorgen, zoals bijvoorbeeld een nieuw logistiek platform. Groene acties moeten het vertrouwen tussen de ketenpartners versterken zodat de oranje acties effectief kunnen uitgroeien tot realiseerbare ideeën.
Enkele van die ideeën werden in vier zogenaamde ‘action labs’ uitgewerkt om de duurzaamheidsambitie ook in de praktijk te brengen. In een eerste project werd onderzocht hoe biologische oogstresten gevaloriseerd kunnen worden: BioForum ontwikkelde samen met enkele partners courgettepesto. Het Innovatiesteunpunt experimenteerde met een efficiënte korte ketenlogistiek, Vredeseilanden ging rond de tafel zitten met UZ Leuven om te bekijken hoe verduurzaming kan gerealiseerd worden in de sociale keuken, en AVEVE produceerde een kleine lading varkensvoeder op basis van lokaal geteelde soja.
Aan de aanwezige vertegenwoordigers van de deelnemende sectororganisaties werd gevraagd om een tussenstand op te maken en tegelijkertijd ook even vooruit te blikken. “Duurzaamheid wordt een license to produce”, keek Boerenbond-voorzitter Piet Vanthemsche in zijn glazen bol. “De overheid moet daarvoor een duidelijk kader creëren, maar het zijn natuurlijk wel de bedrijven die het uiteindelijk moeten doen. En niet alles ligt zomaar voor het grijpen, er zullen inspanningen nodig zijn. Maar ik geloof dat we samen verder moeten gaan op deze ingeslagen weg: de transformatie stap per stap realiseren vanuit onze sterktes, rekening houdend met onze zwaktes.”
Romain Cools van UNIZO kan zich vinden in die samenwerking, maar wijst ook op de economische realiteit die bij momenten voor een enorm spanningsveld zorgt in de keten. Patrick Vanden Avenne benadrukte dan weer het belang van het duurzaamheidsdebat op Europees niveau: “Als we het over duurzaamheid hebben, dan is het enorm belangrijk dat we Europese regels hebben. Want wat duurzaam is in Oost-Europa is dat niet noodzakelijk bij ons, en dan ligt protectionisme op de loer.” En tenslotte: wat met de consument? “Die zal pas meer willen betalen als er een geloofwaardig verhaal achter het product zit”, zegt Tony De Bock van Colruyt. “Je moet de consument informeren en inspireren.”
Meer info: 'De voedingsketen verduurzaamt'