Welke waterloop is geschikt voor het plaatsen van een stuw? Onlinekaart geeft het antwoord
nieuwsWelke waterloop is geschikt voor het plaatsen van een stuw? Boeren in de Vlaamse Zandstreek en de Kempen kunnen het antwoord krijgen via een recent gelanceerde stuwpotentiekaart. De onlinekaart vormt de afsluiting van het VLAIO-onderzoeksproject ‘Stuwviewer met impact’, waaraan de Bodemkundige Dienst, Boerennatuur Vlaanderen en de KU Leuven de voorbije jaren hebben gewerkt. Ook de impact van stuwen op waterconservering en gewasopbrengst wordt in beeld gebracht.
Melkveehouder Gerard Vangerven schat de meeropbrengst van maïs op zijn percelen, na de aanleg van stuwtjes, op een ton droge stof per hectare. De landbouwer uit het Limburgse Bocholt gaf aan Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&v) uitleg over de werking van de stuwtjes met peilgestuurde drainage. Die houden niet alleen water vast in de waterloop zelf, maar dankzij de combinatie met peilgestuurde drainage kan het oppervlaktewater via subirrigatie het perceel intrekken.
Het doel van stuwtjes is oppervlaktewater langer vast te houden. “De komende decennia zal het klimaat drastisch veranderen. In de zomer zullen de droogteperiodes langer aanhouden en in de winter zal er significant meer neerslag vallen. Het is zaak deze neerslag zo lang mogelijk vast te houden, zodat die de lokale grondwatertafels kan aanvullen en beschikbaar blijft voor de zomermaanden”, vertelt Steve Meuris van Boerennatuur Vlaanderen.
Boerennatuur Vlaanderen is een van de partners in het project ‘Stuwviewer met impact’, dat vier jaar geleden gelanceerd werd en de aanleg van stuwen wil bevorderen. Het project heeft recent een stuwpotentiekaart gelanceerd. Daarop kunnen boeren in de Kempen en de Vlaamse Zandstreek achterhalen of hun waterloop en de aanpalende percelen geschikt zijn voor het plaatsen van een stuwtje in de beek. “De ideale gebieden zijn zones met een goed doorlatende bodem die bovendien erg vlak zijn”, verklaart Meuris de geografische afbakening.
Voor de totstandkoming van de kaart hebben de projectpartners zich gericht op de beschikbare waterloopkaarten van de Vlaamse Milieumaatschappij. Hierop zijn algoritmes losgelaten die het potentieel van een stuw berekenen. “Hoe meer helling in het landschap hoe minder het potentieel voor een stuw”, geeft Meuris mee.
Zowel de waterlopen zelf als de percelen in de regio krijgen een kleurcode. Het perceel van Vangerven in Bocholt heeft de kleur groen en is daarmee volgens de stuwpotentiekaart uiterst geschikt voor het plaatsen van een stuwtje. In het geval van de melkveehouder blijkt dat zeker te kloppen. “Door het gebruik van mijn stuwtjes in combinatie met de peilgestuurde drainage hoef ik niet langer te beregenen. Dat scheelt veel geld en tijd”, aldus de boer, die denkt zo per hectare tussen 400 en 500 euro te kunnen besparen.
Impactberekening van plaatsen stuw
Meuris geeft aan dat de stuwpotentiekaart al geraadpleegd kan worden, maar de komende maanden nog enkele upgrades krijgt, onder andere via een zoekfunctie. Tot de afsluiting van het project in de zomer leggen de projectpartners ook nog de laatste hand aan een studie naar de impact van stuwen op waterconservering en gewasopbrengst. Op basis hiervan wordt een rekentool ontwikkeld die de impact van een stuw op de grondwatertafel en de gewasopbrengst voorspelt. Onder andere het reliëf en de doorlaatbaarheid van de bodem, maar ook de teeltkeuze en de ligging in het bredere landschap hebben hier invloed op.
Melkveehouder Gerard Vangerven plant dit jaar de aanleg van een volgend stuwtje. Hij ziet nog meer potentieel om het oppervlaktewater van de Zuid-Willemsvaart te benutten. Deze waterloop ligt hoger dan de meeste landbouwpercelen in de omgeving waaronder zijn huiskavel. “Door het plaatsen van een tap in de dam van de Zuid-Willemsvaart zou ik perfect water kunnen ophouden rond mijn huiskavels, maar het is niet eenvoudig om hiervoor een vergunning te krijgen.”
Versoepeling vergunningverlening en subsidie
Steve Meuris merkt de voorbije jaren een grote interesse in stuwtjes. “Rond 2000 liep het Interreg II-project “Watermanagement in het Benelux-Middengebied”. Toen werden in de provincies Antwerpen en Limburg 423 stuwtjes geplaatst op grachten en kleine waterlopen. 20 jaar later wordt het concept van gebiedsgerichte stuwplaatsingen terug leven ingeblazen. Sinds 2018 zijn er in de Noord-Limburgse gemeenten Peer, Bocholt, Hamont-Achel en Pelt opnieuw tientallen stuwen bijgekomen en we hopen dat aantal nog op te drijven. Een versoepeling van het vergunningskader is wat dat betreft meer dan welkom.”
Met dat laatste doelt Meuris op de recente afschaffing van de stedenbouwkundige vergunningsplicht voor stuwtjes. Met deze vrijstelling en het volledig subsidiëren van de aanleg ervan, probeert ook de Vlaamse overheid de opmars van stuwtjes te bevorderen. “We zijn er nog niet helemaal, naast het stedenbouwkundig aspect zijn er ook nog barrières rond het milieuluik van de vergunningsplicht”, aldus Meuris.“Maar laat duidelijk zijn dat dit al een belangrijke stap in de juiste richting betreft.”