nieuws

Denksporen om uit de ggo-impasse te geraken

nieuws
In Europa wordt momenteel één genetisch gemodificeerd gewas geteeld maar verder wordt er vooral veel gediscussieerd over ggo’s. Doctoraatsstudente Linde Ingelbrecht (UGent-ILVO) bekeek de hele discussie als een gordiaanse knoop: een hardnekkig probleem waarbij elke poging tot oplossing nieuwe aspecten van het probleem blootlegt. Op basis van haar analyse suggereert ze een aantal denksporen die gevolgd kunnen worden om uit de huidige impasse te komen. De technologie zelf kan bijvoorbeeld anders benaderd worden. Ook is het belangrijk om te zien hoe onze interpretaties over landbouw en keuzesituaties veranderen door deze technologie.
26 april 2016  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:35
Lees meer over:

In Europa wordt momenteel één genetisch gemodificeerd gewas geteeld maar verder wordt er vooral veel gediscussieerd over ggo’s. Doctoraatsstudente Linde Ingelbrecht (UGent-ILVO) bekeek de hele discussie als een gordiaanse knoop: een hardnekkig probleem waarbij elke poging tot oplossing nieuwe aspecten van het probleem blootlegt. Op basis van haar analyse suggereert ze een aantal denksporen die gevolgd kunnen worden om uit de huidige impasse te komen. De technologie zelf kan bijvoorbeeld anders benaderd worden. Ook is het belangrijk om te zien hoe onze interpretaties over landbouw en keuzesituaties veranderen door deze technologie.

De huidige 'stellingenoorlog' tussen voor- en tegenstanders zorgt ervoor dat in Europa momenteel slechts één ggo-gewas geteeld wordt. Het gaat om de eerste in Europa (eind jaren 90) goedgekeurde insectenresistente maïsvariëteit MON810. Die maïs wordt in Spanje, Portugal en drie Oost-Europese landen geteeld. De afgelopen 20 jaar waren er wel nog enkele andere teeltgoedkeuringen, waaronder de zetmeelaardappel Amflora van BASF, maar die zijn nooit uitgegroeid tot een commerciële teelt.

"We hebben momenteel wel een kleine 60 goedkeuringen in Europa voor import en verwerking van ggo's in voedsel en veevoeder", verduidelijkt René Custers van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB). "Er wordt in onderzoek heel veel gebruikgemaakt van ggo's, dat is slechts voor een deel in functie van de teelt van ggo-gewassen, want die kennis kan ook in klassieke veredeling gebruikt worden", gaat Custers verder. Als het gaat om kennisontwikkeling over de teelt, dan worden die ontwikkelingen wel buiten Europa, en dan vooral in Noord- en Zuid-Amerika, toegepast.

De teelt ervan in Europa zit in een patstelling en onderzoekster Linde Inghelbrecht (UGent-ILVO) deed meer dan dat bestuderen. Ze suggereert drie sporen om vooruit te komen in de discussie. Eén piste is het herzien van het ggo-label. "Het is te generiek en laat onvoldoende specificiteit en differentiatie toe. Integendeel, het versterkt net een publieke interpretatie van ggo-gewassen in loutere ja/neen opvattingen." Verder wil ze onder meer ook het debat verbreden door zich af te vragen of het wetenschappelijk onderzoek wel de juiste vragen stelt en of de antwoorden wel op een goede manier worden gebruikt.

De technologie kan ook beter anders benaderd worden. De huidige houdingen ten opzichte van technologie (instrumentalisme of determinisme) focussen alleen maar op de effecten van ggo-gewassen en verhinderen dat er aandacht wordt geschonken aan de gebruikerspraktijken die wetenschappelijke sociale, politieke, economische, culturele, … aspecten hebben.

Ook is het belangrijk om te zien hoe onze interpretaties over landbouw en keuzesituaties veranderen door deze technologie. Als men een nieuwe ggo ontwikkelt of wenst toe te laten op de Europese markt, is het beter om na te denken over welke praktijk nodig is om een probleem aan te pakken dan over welke ggo-kenmerken nuttig kunnen zijn. Dat maakt van het ontwerp van nieuwe ggo’s een multi-actorproces, waarbij nagedacht wordt over hoe het probleem gedefinieerd wordt, welke waarden gematerialiseerd worden, welk beeld van landbouw geschetst wordt, enz.

Verder zal het belangrijk zijn om de rol van wetenschap in het definiëren van politieke probleemstellingen rond nieuwe (landbouw)technologieën in vraag te stellen. Wetenschappelijke feiten zijn namelijk het resultaat van een specifieke vraagstelling, maar stellen we wel de juiste vragen? En worden de antwoorden op een goede manier gebruikt? Door daarover na te denken, kan ook de politieke discussie rond ggo-gewassen verbreed worden. In een open discussie zou er namelijk ruimte gemaakt kunnen worden voor vragen naar de waarden en prioriteiten van de Europese landbouw. Hierdoor komt opnieuw de interactie met ggo-gewassen centraler in de politieke vraagstelling en niet enkel het effect van ggo-gewassen.

"Dit probleem aanpakken vraagt dus een nieuw kader, waarbij het niet enkel gaat om een technologie die een bepaald probleem wil oplossen", zegt Linde Inghelbrecht. "De essentie is namelijk dat technologie-ontwerp, wetenschap, politiek en publiek verder moeten kijken dan de ja/neen-vragen over de technologie zelf." De bevindingen leveren geen pasklaar antwoord op de vraag 'hoe kan het ggo-probleem opgelost worden', maar de voorgestelde nieuwe denkpistes bieden wel perspectieven om de gordiaanse knoop van het ggo-debat losser te kunnen maken.

Bron: Belga / eigen verslaggeving

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek