nieuws

"De zuinige boer gaat het redden"

nieuws
Breed georiënteerde boeren die met plezier werken en niet onder de knoet van de bank zitten zijn volgens Jan Douwe van der Ploeg, hoogleraar aan Wageningen UR, de boeren van de toekomst. “Het zijn vaak multifunctionele bedrijven die zich toeleggen op productie en consumptie in een regionale context, recreatie en zorg. Ze zoeken voortdurend naar toegevoegde waarde en houden rekening met de maatschappij.” Groei is volgens van der Ploeg alles behalve zaligmakend. “Geforceerde groei creëert kwetsbare bedrijven”, zo klinkt het.
29 december 2015  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:33

Breed georiënteerde boeren die met plezier werken en niet onder de knoet van de bank zitten zijn volgens Jan Douwe van der Ploeg, hoogleraar aan Wageningen UR, de boeren van de toekomst. “Het zijn vaak multifunctionele bedrijven die zich toeleggen op productie en consumptie in een regionale context, recreatie en zorg. Ze zoeken voortdurend naar toegevoegde waarde en houden rekening met de maatschappij.” Groei is volgens van der Ploeg alles behalve zaligmakend. “Geforceerde groei creëert kwetsbare bedrijven”, zo klinkt het.

Na landbouweconoom Krijn Poppe laat het Nederlandse landbouwblad Boerderij ook zijn collega Jan Douwe van der Ploeg zijn toekomstbeeld voor de landbouwsector uit de doeken doen. van der Ploeg is hoogleraar transitieprocessen aan Wageningen UR, doceert rurale sociologie aan de landbouwuniversiteit van Peking en treedt zo nu en dan op als adviseur van de landbouwcommissie van het Europese Parlement en de Wereldvoedselorganisatie (FAO). 

Veel uitgesprokener dan zijn collega Poppe maakt van der Ploeg komaf met de groeifetisj die al te vaak het toekomstbeeld van de landbouwsector beheerst. “Er bestaat een rare tweedeling”, aldus van der Ploeg. “Het schijnbeeld bestaat dat boeren die hard groeien, de ondernemers van de toekomst zijn. Het is het beeld van een wedloop, waarin groter competitiever zou zijn. Dat beeldt wordt opgehangen door een gemengde “vaktribune” die bestaat uit mensen uit het beleid, de toeleveringssectoren, banken, wetenschappers, enzovoort. En natuurlijk ook vanuit de voedingsindustrie, want je hebt liever één grote leverancier dan verschillende kleine.”

Het probleem is volgens van der Ploeg dat sterk groeiende bedrijven door de hoge financiële lasten waarmee de geforceerde groei gepaard gaat, kwetsbaar worden. van der Ploeg heeft het over ‘plankgasboeren’: “Er hoeft maar iets te gebeuren, een dierziekte, een arbeidsongeval, een marktdip, en de groeiers zitten in de problemen. Uit een studie die we uitvoerden op basis van de boekhoudingen van 1.500 melkveebedrijven blijkt dat de zuinige boer er als groep het best uitkwam: minder rentelasten, minder afschrijvingen en een beter inkomen.”

Wat is dat dan precies, een zuinige boer? “Zuinige boeren zijn zo veel mogelijk zelfvoorzienend. Ze telen eigen voeder, de eigen mest gaat naar het land, ze fokken hun eigen vee op, de kringlopen staan centraal. Ze werken aan de vorming van eigen vermogen. Hun variabele en vaste kosten zijn laag. Het vakmanschap is zeer hoog. Groeien zit in de genen van een boer, en groei kan ook, maar stap voor stap. Spant per spant en niet stal per stal. Groei moet je het liefst realiseren met eigen financiële middelen. Groei je met veel geleend geld, dan investeer je in kwetsbaarheid." 

Ook het veranderde Europese landbouwbeleid moet boeren doen nadenken. “Door de volatiliteit van de markt ontstaat een nieuwe realiteit”, aldus van der Ploeg. “Dat is een heel grote omslag. Het absurde is dat een deel van de boeren die volatiliteit heeft vergroot door veel meer te gaan melken. Dat heeft de prijs verder gedrukt. Het gevolg is dat de eersten de laatsten zullen worden en omgekeerd. De eersten zijn degenen die sterk zijn gegroeid met geleend geld, maar nu economisch kwetsbaar zijn. De boeren waarop eerst werd neergekeken, worden de eersten. Dat zijn de zuinige boeren waar ik het eerder over had.”

In de varkenshouderij tenslotte moet er volgens van der Ploeg een drastische omslag komen: “De varkenshouderij loopt op zijn laatste benen. De sector is niet in staat gebleken om een vertaalslag te maken naar kwaliteit en duurzaamheid. Ze is niet in staat om bijvoorbeeld te concurreren met Brazilië, waar ze bovenop het voeder zitten. Op de wereldmarkt gaat de varkenshouderij het verliezen. Alleen degenen die het anders aanpakken met bijvoorbeeld lupine-varkens of biologisch hebben toekomst. En ook al is dat voorlopig nog maar een heel beperkt percentage, zo beginnen alle veranderingen. Een boer moet niet met oogkleppen op lopen. Die zijn voor de paarden en niet voor de boer.”

Bron: |

In samenwerking met: Boerderij

Beeld: Boeren&Buren

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek