nieuws

De slag om het Europese geld

nieuws
Op 22 en 23 november blazen de staatshoofden en regeringsleiders verzamelen in Brussel om de inkomsten en uitgavenplafonds van de Europese Unie voor de periode van 2014 tot 2020 vast te leggen. De inzet bedraagt zowat één biljoen euro. Voor sommigen een exuberante bom geld, voor anderen peanuts in het aanschijn van de uitdagingen waarmee Europa geconfronteerd wordt.
16 november 2012  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:20
Lees meer over:

Op 22 en 23 november blazen de staatshoofden en regeringsleiders verzamelen in Brussel om de inkomsten en uitgavenplafonds van de Europese Unie voor de periode van 2014 tot 2020 vast te leggen. De inzet bedraagt zowat één biljoen euro. Voor sommigen een exuberante bom geld, voor anderen peanuts in het aanschijn van de uitdagingen waarmee Europa geconfronteerd wordt.

In juni vorig jaar lanceerde de Europese Commissie haar voorstel: 1,025 biljoen euro verbintenissen en 972,2 miljard euro betalingen. Het voorstel komt neer op een stijging met bijna vijf procent in vergelijking met de meerjarenbegroting van 2007 tot 2013. Landbouw, plattelandsontwikkeling en milieu krijgen 382 miljard euro toebedeeld, waarvan 281 miljard euro naar inkomenssteun voor de landbouwers en marktinterventies gaat.

Het voorstel zorgde zoals verwacht meteen voor tweespalt onder de lidstaten. Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Nederland, Zweden, Finland, Denemarken en Oostenrijk zijn landen die meer bijdragen aan de Europese begroting dan ze ervan terugkrijgen, zogenaamde nettobetalers. Ze maken er traditioneel een punt van dat de begroting maximaal één procent van het Europees bruto nationaal inkomen (BNI) bedraagt. Ze nemen het dan ook niet dat de uitgaven zouden stijgen op een moment dat ze onder Europese druk harde saneringen op het thuisfront nemen. Bij deze groep, die naargelang de bron tot 'friends of better spending' of 'friends of austerity' is omgedoopt, weerklonk al meteen de roep om 100 miljard euro te snoeien in het Commissievoorstel.

Aan de andere kant van de arena staan de zogenaamde 'friends of cohesion'. Het gaat om landen uit het centrum, oosten en zuiden van het continent die per saldo netto ontvangen uit de Europese begroting. Zij bepleiten een zo groot mogelijk budget. Niet zozeer omwille van hooggestemde Europese idealen, maar omdat ze maximaal willen profiteren van de cohesiefondsen. Ze vormen de belangrijkste katalysator voor openbare investeringen op het thuisfront. Voor Kroatië bijvoorbeeld staat vier procent van de nationale rijkdom op het spel. Ook voor een land als Polen gaat het nog steeds om meer dan twee procent.

België behoort noch tot het ene noch tot het andere kamp. De regering bepleit een ambitieuze begroting die strookt met de Europese roeping en die hefbomen voor groei en jobs creëert. In de praktijk vertaalde zich dat in steun voor het Commissievoorstel. Daarnaast heeft België ook wat te verdedigen. Doordat de voormalige Oostbloklanden een steeds grotere hap uit de landbouw- en cohesiebudgetten mogen opeisen, moeten de Belgische landbouwers en regio's met steeds minder genoegen nemen. Het komt er voor de regering op aan de schade te beperken.

Het Europees Parlement is traditioneel de grootste pleitbezorger van een sterke Europese begroting. Eerder dan te focussen op uitgaven, bepleit Straatsburg meer eigen inkomsten voor Europa zodat de nationale bijdrages kunnen dalen. Ondanks de visie van de Europese founding fathers zijn die dotaties de voorbije decennia gestegen tot 75 procent. In het Europees Parlement wil een ruime meerderheid groen licht voor de meerjarenbegroting koppelen aan een akkoord over eigen inkomsten. Er zouden vanaf 2014 niet meteen Europese belastingen komen, maar het halfrond wil wel afspraken over een stapsgewijze invoering. Frankrijk, België, Italië en een handvol andere landen steunen het idee.

Bron: Belga

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek