Canadese lijnzaadexporteurs eisen garanties van boeren
nieuwsDe Canadese exporteurs van lijnzaad willen de vlasboeren verplichten om voor hun teelt enkel nog gecertificeerd zaad aan te kopen, dat gegarandeerd ggo-vrij is. Op die manier proberen ze afzetmarkten open te houden, nadat enkele maanden geleden sporen van transgeen lijnzaad aanwezig bleken te zijn in een scheepslading die terechtkwam op de Europese markt.
De Europese Unie is veruit de belangrijkste afnemer van Canadees lijnzaad. Maar de leveringen stokken sinds het najaar van 2009 omdat exporteurs vrezen dat nog meer vrachten gecontamineerd zouden kunnen zijn met Triffid, de enige transgene vlasvariëteit die ooit geproduceerd werd. De overheden in Canada en de VS zetten het licht op groen voor het gebruik van dit gemodificeerde gewas, maar in Canada werd die toelating onder druk van de vlassector in 2001 teruggedraaid.
Dat heeft niet kunnen beletten dat in het Canadese lijnzaad op de Europese markt transgene bestanddelen teruggevonden werden. In Japan hebben importeurs dezelfde vaststelling gedaan en ook Brazilië eist bijkomende bemonsteringen van scheepsvrachten met lijnzaad. De exporteurs in Canda hebben daarom het plan opgevat om enkel nog gewassen op te kopen die geteeld worden op basis van zaad dat afkomstig is van gecertificeerde telers.
Daarnaast zouden nog bijkomende tests de controle op ggo-bestanddelen zo goed als waterdicht moeten maken. "Dit is allicht de beste manier om deze troep voor eens en altijd op te ruimen" zegt Barry Hall, voorzitter van de Canadese Vlasraad. Het plan zou bij de oogst van dit najaar voor het eerst vruchten moeten afwerpen, tenzij de boeren dwarsliggen. "Blijkbaar willen de exporteurs hun voorwaarden door onze keel rammen, maar ik verwacht nogal wat tegenstand", reageert vlasboer Allen Kuhlmann, die ook voorzitter is van de Saskatchewan Flax Development Commission.
In de Belgische havens passeert jaarlijks 450.000 ton lijnzaad, en daarmee fungeert ons land als Europese draaischijf. Het ingevoerde volume vindt vooral haar weg naar de verwerkende nijverheid. Het gaat om fabrieken in Henegouwen en Vlaanderen die het lijnzaad verwerken tot olie en andere bijproducten. Naast de verwerking van lijnzaad in onder meer brood en de technische bestemming voor de verfindustrie, gaat 120.000 ton per jaar richting veevoeders.
De mengvoedersector wordt bij de invoer van grondstoffen uit overzeese gebieden in toenemende mate geplaagd door kruiscontaminaties met ggo’s die in Europa niet toegelaten zijn. Voor dergelijke transgene bestanddelen hanteert de EU een nultolerantie. Net zoals de mengvoederfabrikanten dringen ook de Canadese lijnzaadexporteurs aan op een versoepeling.
Bron: Reuters