Buren ongerust over mestsilo van coöperatie LIMCOMEST
nieuwsIn Limburg is afstand het grote probleem voor een duurzame aanwending van dierlijke mest. De veehouderij concentreert zich in Noord-Limburg maar de mest moet in Zuid-Limburg geraken, een echte akkerbouwstreek. Jarenlang werd er nagedacht over een oplossing, zelfs mesttransport per boot werd geopperd. Voor een doorbraak was het wachten op de oprichting van de coöperatie LIMCOMEST, eerder dit jaar. Er komt een mestsilo in Zuid-Limburg zodat de aanvoer van de mest zich beter laat plannen. Een geschikte locatie vinden, was de eerste grote uitdaging voor de coöperatie. De keuze viel op een boerderij in Buvingen, een deelgemeente van Gingelom, maar daar rijst nu buurtprotest.
Een mijlpaal, zo werd in maart van dit jaar de oprichting van de coöperatie LIMCOMEST omschreven. De coöperatie brengt twaalf veehouders, zeven akkerbouwers en de Limburgse praktijkcentra PVL Bocholt en PIBO Campus Tongeren samen. De oplossing voor het Limburgse mestprobleem – een overschot in het noorden en een tekort in het zuiden van de provincie – bestaat uit een georganiseerd mesttransport. Uiteraard wordt er ook nu al dierlijke mest van de veebedrijven in het noorden naar de akkerbouwbedrijven in het zuiden gereden. Gesmeerd loopt dat evenwel niet omdat het voorjaar te kort en te druk is om alle mest op de plaats te krijgen waar hij gewild is.
Om tot een oplossing te komen, is de bouw van een mestsilo noodzakelijk. Door opslagcapaciteit in het zuiden van de provincie te voorzien, kan het transport beter gespreid worden in de tijd. Wat zich op voorhand zo al liet aanvoelen – de locatie van de mestsilo wordt een heikel punt –, lijkt waarheid te worden. Het Belang van Limburg meldt namelijk dat er buurtprotest is gerezen in Gingelom. LIMCOMEST meent daar een geschikte locatie gevonden te hebben, in een weiland naast een bestaande boerderij. De dichtstbijzijnde woningen staan op 220 meter maar een buurtcomité wil de silo niet in de spreekwoordelijke achtertuin. Zij zijn bezorgd over zwaar transport en geurhinder.
Een bezorgdheid die begrepen wordt door gedeputeerde van Landbouw Inge Moors. Zij benadrukt dat er rekening is gehouden met omwonenden. “Het extra transport rijdt niet door de dorpskern maar via ruilverkavelingswegen van en naar de silo.” Geurhinder schat de gedeputeerde niet in als een reëel risico aangezien het om een gesloten silo gaat. Verder benadrukt Moors dat het om een silo van normale omvang – 2.500 m³ volgens Het Belang van Limburg – gaat, één die op elk landbouwbedrijf vergunbaar is. Er is geen milieuvergunning klasse 1 of 2 voor nodig, enkel een meldingsplicht, en een bouwvergunning uiteraard. Met de mestsilo verhuizen naar een locatie in de velden, ver weg van alle bebouwing, is naar verluidt geen optie. “Vanuit het oogpunt van de ruimtelijke ordening hoort zo’n mestsilo niet thuis in de open ruimte maar aan een boerderij, wat meteen als voordeel heeft dat er meer controle is.”
Gedeputeerde Moors wil nog in de verf zetten dat het mesttransport van noord naar zuid ieder (voor)jaar al aan de orde was, maar dat het voortaan beter gespreid in de tijd kan verlopen. “Door het transport beter te organiseren, zullen de akkerbouwers meer dierlijke mest en minder kunstmest op hun akkers kunnen aanwenden”, herinnert Moors aan de positieve kant van dit verhaal. Minder kunstmest is twee keer winst: voor de boer en voor het milieu.
De landbouworganisaties zijn vragende partij voor een doorbraak in het mestprobleem dat specifiek Limburg typeert. Provinciaal Boerenbond-secretaris Koen Vanheukelom hoopt dat de recente negatieve beeldvorming de positieve kant van het verhaal niet overschaduwt. Hij vindt het net heel goed nieuws dat een betere organisatie van het mesttransport het gebruik van kunstmest in de akkerbouwstreek kan terugdringen en op die manier een bijdrage levert aan de ambitie om van Limburg een klimaatneutrale provincie te maken. Dierlijke mest optimaler aanwenden is één van de opdrachten voor de landbouw die een denktank over ‘Limburg klimaatneutraal’ identificeerde.
Bron: Het Belang van Limburg / eigen verslaggeving