Cameratoezicht moet wantoestanden in slachthuizen voorkomen
nieuwsHet Vlaams Regeerakkoord bepaalt dat er in alle 45 Vlaamse slachthuizen verplicht cameratoezicht komt. “Een belangrijke ingreep, die ervoor moet zorgen dat wantoestanden in de slachthuizen vermeden worden”, zegt parlementslid Gianna Werbrouck (Vooruit). Webrouck vraagt zich echter af of er voldoende handhaving is van de dierenwelzijnswetgeving. Volgens de cijfers van het kabinet Brouns zijn de structurele controles door dierenartsen met opdracht (DMO’s) fors toegenomen.
Volgens Michael Gore van Febev is cameratoezicht al even gangbaar bij slachthuizen. “Al onze leden die FEBEV-gecertificeerd zijn doen het al sinds 2018”, zegt hij. “Dit is een formalisering van wat toen is uitgewerkt tussen de minister en de sector. Enkel hele kleine slachthuizen deden dit nog niet.”
Hoe dit cameratoezicht concreet moet gebeuren, komt in een uitvoeringsbesluit opgesteld door de minister. “Het is de bedoeling om duidelijk vast te leggen hoe de plaatsing van de camera’s moet gebeuren en welke activiteiten gefilmd moeten worden, zodat de slachthuizen de nodige duidelijkheid hebben”, zegt Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&v). “Ik pleeg hierover ook overleg met de slachthuisorganisaties. Het ontwerp zal ook nog juridisch afgetoetst worden om overeenstemming te garanderen met de regelgeving over de bescherming van persoonsgegevens. Ik wil dit besluit in de eerste helft van dit jaar ter goedkeuring voorleggen aan de Vlaamse Regering.
DMO-controles meer dan verdrievoudigd
De afgelopen jaren is er wel meer veranderd aan de controlemechanismen binnen de slachthuizen. Sinds 2020 gebeuren er structurele controles door dierenartsen met opdracht (DMO’s) en voeren inspecteurs van de Afdeling Dierenwelzijn enkel nog algemene controles uit. Dit type controle is sinds 2023 gehalveerd, van een honderdtal naar een vijftigtal controles per jaar.
De DMO-controles zijn dan weer fors toegenomen, In 2020 vonden deze slechts 1.611 keer plaats. In 2021 gebeurden er 5.096 DMO-controles, en sindsdien blijft dit cijfer zweven rond de 5.000 tot 5.500 controles. Volgens het kabinet Brouns zijn zij het dus die in de eerste plaats toezien op het dierenwelzijn in de slachthuizen. “Dit betekent in de praktijk dat slachthuizen veel vaker en grondiger gecontroleerd worden dan vroeger”, stelt Brouns.
Aantal inbreuken lijkt gedaald
Als een slachthuis niet in regel is, krijgt het voorwaarden opgelegd naargelang de aard en de ernst van de inbreuk. Werbrouck vraagt zich af hoeveel zulke inbreuken er de afgelopen jaren gepleegd zijn, maar dat is niet duidelijk. Als een slachthuis niet in regel is, stelt de DMO een informatieformulier op, maar één formulier kan meerdere inbreuken bevatten. In 2021 werden zo 94 inbreuken vastgesteld, in 2022 ging het om 132 formulieren. In 2023 ging het om 139 formulieren, en in 2024 waren het er slechts 51. Het lijkt alsof het aantal inbreuken in slachthuizen dus is afgenomen, al kunnen de cijfers dat niet met zekerheid zeggen.
Bij een vastgestelde inbreuk, gaat het meestal om problemen tijdens het slachtproces of om een incorrecte behandeling van een dier. Ook het lossen van dieren zonder toezicht, dieren die zonder drinkwater worden gezet of een probleem met de infrastructuur van het slachthuis komen voor.
Bron: Eigen berichtgeving
Beeld: VLAM