duiding

"Boeren moeten opnieuw timmeren aan solidariteit"

duiding
11 mei 2009  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 15:52

Hoe moet het na 2013 met de rechtstreekse inkomenssteun? Moet de overheid straks meer investeren in kwaliteit? We vroegen aan ABS-voorzitter Hendrik Vandamme wat de contouren moeten zijn van het Europese landbouwbeleid van de toekomst.

Hoe ziet U de verhouding tussen de eerste en de tweede peiler van het Europees landbouwbeleid verder evolueren? Moet het huidige systeem behouden blijven of is er een alternatief voorhanden?

Hendrik Vandamme: 'Sinds de ‘health check’ van het huidige landbouwbeleid wordt het steeds duidelijker dat Europa de eerste pijler zoals we die vandaag kennen niet zal behouden. In 2013 zullen de referentiejaren voor de bedrijfstoeslag tien jaar achter ons liggen, we kunnen dan nog moeilijk spreken van een referentie die up-to-date is. Toch moet er een zekere basis van het landbouwinkomen komen uit de eerste pijler, al was het maar om de grootste onzekerheid weg te nemen bij de ondernemende boeren. Land- en tuinbouwers leren wel leven met variabele prijzen, maar enige zekerheid op het vlak van inkomen is onontbeerlijk, al was het maar om de vaste kosten de baas te kunnen.

Er komt ongetwijfeld een verdere verschuiving richting tweede pijler, aansluitend op de hogere modulatie die doorgevoerd wordt vanaf 2010. In ieder geval moeten we er in Vlaanderen verder voor zorgen dat het VLIF hét doorgeefluik blijft voor de landbouwmiddelen uit de tweede pijler, ook met het groter worden van de bedragen die via de tweede pijler ter beschikking zullen komen. Ervan uitgaand dat de agromilieumaatregelen in het Europese landbouwbeleid na 2013 een nog grotere rol gaan spelen, moet er zeker over nagedacht worden of alle regeltjes die vervat zitten in de huidige randvoorwaarden wel allemaal moeten behouden blijven. Een ruimere tweede pijler is hoe dan ook gebaseerd op stimulerende maatregelen om één en ander te kunnen realiseren op het platteland. Daardoor heeft het nog weinig zin om ‘pestcontroles’ in leven te houden'.

Reageer op dit antwoord

Wat is de rol van Europa in de voedselproblematiek op wereldvlak? Moeten we de komende jaren extra investeren in bijvoorbeeld kwaliteit en export ten nadele van rechtstreekse inkomenssteun?

'Europese land- en tuinbouwproducten, en dan zeker de Belgische, zijn de meest gecontroleerde die je kan vinden. Deze kwaliteitsproducten moet je niet in bulk gaan afzetten op wereldmarkten, daarvoor is ons productieproces te duur. Onze eigen Europese markten moeten het eerste objectief zijn. Dus moeten we de Europese consument nog meer overtuigen van de uitstekende kwaliteit die we bieden. Enkel wat in onze contreien niet geconsumeerd kan worden, moet afzet vinden op de wereldmarkt. En als dat niet lukt, moet je als Europese Unie durven beslissen dat er iets minder moet geproduceerd worden.

Ingevoerde producten uit derde landen worden veelal niet geproduceerd volgens onze normen en lastenboeken. De Europese overheid moet hierin haar verantwoordelijkheid opnemen en veel strenger toezien op de productieprocessen en kwaliteitsgaranties van die producten. De eerste pijler van het Europese landbouwbeleid kan overigens perfect verantwoord worden als tegemoetkoming voor het dure productieproces van het Europese kwaliteitsvoedsel. We stellen vandaag overigens vast dat Europa vooral bezorgd is om het welzijn van de consument. De voedselvoorziening, die vroeger een even belangrijke doelstelling was als een redelijke consumentenprijs, is nu  ondergeschikt zolang het belang van de consument niet geschaad wordt'.

Reageer op dit antwoord

Hoe vindt u dat het ondernemerschap van de landbouwers verder kan gestimuleerd worden? Wat is de rol van de overheid?

'Het Landbouwinvesteringsfonds moet minstens in zijn huidige vorm verder blijven functioneren. Dit instrument zorgt voor een zekere vorm van houvast bij investeringen op het bedrijf. Pijnpunt is dat de defiscalisering van de investeringssteun er nog altijd niet is, dit zou ook al een duwtje in de rug zijn voor iedereen die ervoor kiest om verder te investeren op zijn bedrijf. Het blijft onbegrijpelijk dat innovatieprojecten onder andere daardoor gehypothekeerd worden. Ook vorming moet in al zijn facetten blijvend ondersteund worden. Waarom trouwens geen economische vormingspakketten aanbieden? Iedere bedrijfsleider van de toekomst moet spelenderwijs balansen en jaarresultaten kunnen interpreteren en erop anticiperen. Een goede boekhoudkundige basiskennis wordt onontbeerlijk om in de toekomst het hoofd te kunnen bieden aan de steeds volatielere markten.

Reageer op dit antwoord

Inspelen op veranderende marktomstandigheden is een noodzaak om als sector te kunnen overleven. Wat kan de overheid op dit vlak doen?

'We hebben reeds meermaals laten blijken dat Europa productiebeperkingen en marktondersteunende maatregelen niet zonder gevolgen aan het afbouwen is. Van de vier poten onder het huidige landbouwbeleid blijven er maar twee meer over: de exportrestituties en de invoerheffingen werden al overboord gegooid, de rechtstreekse steun en de plattelandssteun staan er nog, al is de poot van de eerste pijler nu ook al voor de helft doorgezaagd. Europa moet goed uitkijken dat het zelf niet zorgt voor een sociaal drama op zijn eigen platteland, de tweede pijler ten spijt.

Ongetwijfeld liggen er ook voor de Vlaamse landbouw kansen op de markt van de biobrandstoffen, ook al hebben we hier niet de ruimte om er massaal op in te spelen. Maar alleen al een deel van de productie, die nu aan dumpingprijzen op de wereldmarkt afgezet wordt, doorschuiven naar de groene energieketen kan ook voor de traditionele kanalen betere prijzen genereren. De verplichte inmenging van biobrandstoffen moet hier uiteindelijk toch wel resultaat opleveren.

Eén van de cruciale opgaven om te komen tot een betere prijsvorming is een betere afstemming van vraag en aanbod. Hiertoe dienen beiden beter in kaart gebracht te worden, zal men aan aanbodbeheersing dienen te doen en meer producentenverenigingen moeten oprichten voor alle sectoren. Europa laat dit trouwens ook toe'.

Reageer op dit antwoord

Moeten landbouwers zich beter organiseren om problemen aan te pakken?

'Een eerlijke prijs voor onze heerlijke producten is het enige waar een boer of tuinder op rekent. Wij zullen dit moeten afdwingen door acties en onderhandelingen, maar vooral door een sturing van het aanbod. Producentenverenigingen worden ongetwijfeld een belangrijke gesprekspartner in de nabije toekomst, niet alleen om tot correcte afspraken te komen de afnemers, ook bij gezamenlijke aankoop van productiemiddelen en dergelijke kan dit alleen maar voordelen bieden.

Zeker op het vlak van prijsvorming, maar dus ook in verband met ontvangstvoorwaarden, lastenboeken en dergelijke zullen landbouwers met één stem naar buiten moeten komen. Naast de producentenverenigingen zullen er interprofessionele overlegorganen moeten opgericht worden, zoals de coördinatiecomités en de fabriekscomités van de suikerbietplanters. Meer dan ooit te voren zullen de boeren hun krachten moeten bundelen en werken aan een nieuwe solidariteit. Vóór het Mac Sherry-tijdperk kon je als boer je boterham verdienen, waarom lukt dit nu niet meer in de meeste sectoren?'

Reageer op dit antwoord

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek