BioForum definieert kansen voor biologische verwerking
nieuwsBioForum Vlaanderen, ILVO en Flanders Food organiseerden vrijdag een seminarie over kansen voor de biologische verwerking, als afsluiter van een IWT-onderzoeksproject. Doel van dat seminarie was onderzoekers en verwerkers bij elkaar brengen, omdat dit innovatie stimuleert. Tijdens een panelgesprek werden hindernissen en succesfactoren aangehaald, die daarna vertaald werden in kansen.
Tijdens het panelgesprek tussen enkele kenniscentra en bedrijfsleiders werd onder meer gesproken over de drempel voor ‘kleine’ bioverwerkers om de hulp in te roepen van ‘grote’ onderzoekinstellingen. Alle partijen zijn het erover eens dat het interessant is voor KMO’s om die stap te zetten, maar erkennen dat velen bang zijn voor de investering. Toch mikken veel kenniscentra volgens Charlotte Boone van Flanders Food net op kleine bedrijven, door de deelnamekost voor hen bijvoorbeeld lager te maken, en is er de steun van het agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT) waarop zij kunnen rekenen.
Sommige kenniscentra hebben zelfs speciale projecten uitgewerkt op maat van KMO’s, zoals de Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen (Katho) met zijn LED-project. “Dat staat voor Laagdrempelig Expertise- en Dienstverleningscentrum”, stelt Ann Callens van het Expertisecentrum voeding. “Dat is opgericht voor specifieke, kleine problemen en is nagenoeg kosteloos. Een bedrijf dat hierop beroep wil doen, moet alleen betalen voor de onkosten die het team maakt. Het advies en de werkuren zijn gratis.”
Andere onderwerpen tijdens het panelgesprek waren groei en reststromen. Volgens een onderzoek gesteund door IWT en uitgevoerd door KAHO Sint-Lieven bij 688 consumenten, blijkt dat 49 procent minstens één biologisch product kocht in november of december 2012. “Dat wijst erop dat bio ook in gewone supermarkten aan een opmars bezig is”, stelt begeleider Timothy Lefeber van ILVO.
Wordt het dan geen tijd om inkopers van supermarkten te benaderen, of is dat taboe in de biosector? Volgens Stefaan Deraeve van La vie est belle moet elke verwerker of producent dat voor zichzelf uitmaken. Hij erkent dat supermarkten voor velen gelijk staan aan massaproductie, terwijl de biosector prat gaat op zorg voor het product en meerwaarde voor de consument. “Maar als we die nieuwe bio-consumenten willen bereiken en als bedrijf willen groeien, zullen we nieuwe kanalen moeten aansnijden”, besluit hij samen met Hendrik Durnez van De Trog.
Uit het consumentenonderzoek bleek nog dat die “nieuwe bio-consumenten” in de eerste plaats bio kopen omwille van gezondheidsaspecten, gevolgd door de smaak en daarna pas door duurzaamheid. “Op vlak van gezondheid zijn er nog veel mogelijkheden”, pikt Lucy van de Vijver van het Louis Bolk instituut daarop in, “maar onderzoek naar het al dan niet gezonder zijn van bio tegenover gangbaar is moeilijk. Het gaat immers om een effect op lange termijn.”
Wat het onderzoek naar de valorisatie van restromen betreft, hinkt de biosector volgens de aanwezigen wat achterop in vergelijking met de gangbare sector. “En dat terwijl bio een groot voordeel heeft: de restromen bevatten geen residuen en additieven”, beaamt Boone. Toch wordt er al wat geëxperimenteerd, bijvoorbeeld bij De Troch. “Maar de extra administratie die hergebruik van reststromen met zich meebrengt, is vaak een probleem”, stelt Durnez.
Liesbet Vandenabeele van VITO pleit dan weer voor een andere benadering van reststromen. “De eerste stap naar duurzaamheid op dit vlak is het optimaliseren van de productieprocessen, zodat afval tot een minimum beperkt wordt. Als dit goed gebeurt, is er nog zo weinig sprake van reststromen dat het amper nog de moeite is om over valorisatie te spreken. Misschien kunnen we het geweer wat dit betreft dus beter van schouder veranderen.”
Na het panelgesprek kregen de aanwezigen de kans om in kleine groepjes in discussie te treden met de panelleden. Daarna presenteerde Elke Denys, coördinator van het IWT-project en verantwoordelijk voor de afdeling verwerking binnen BioForum, de projectresultaten geformuleerd als kansen voor de biologische verwerking. Een eerste kans die zij aanhaalt, is extra innovatie door een betere samenwerking met kenniscentra. “De huidige kloof tussen wetenschap en bedrijven moet weggenomen worden, zodat er meer technologisch-wetenschappelijk onderzoek kan worden uitgevoerd en de doorstroming van de onderzoeksresultaten naar de praktijk geoptimaliseerd kan worden.”
Daarenboven moet meer geïnvesteerd worden in consumentenonderzoek want dat kan tot belangrijke inzichten leiden, en moet meer ingezet worden op gezondheid en onderzoek naar de gezondheidseffecten van bio want dat blijkt de belangrijkste reden voor aankoop. Verder moet de biosector zijn pioniersrol op vlak van duurzaamheid blijven vervullen, niet alleen wat de productiewijze betreft. “We denken bijvoorbeeld aan innovatie in water- en energiemanagement, afvalbeheersing, verpakking en reststromen. Ook hier ligt nog een enorm potentieel en moet samengewerkt worden met kennisinstellingen.”
Ten slotte moet de biosector niet bang zijn voor groei, omdat het de ambacht of kwaliteit van hun proces en product zou aantasten, “want dat is niet noodzakelijk het geval”. Ook kan het aandeel bioproducten in supermarkten volgens Denys nog flink stijgen, gezien het consumentenonderzoek van KAHO Sint-Lieven wijst op een groot potentieel. “Het komt er nu dus op aan om de inkopers van supermarkten te overtuigen een ruimer aanbod te voorzien.”
“Om de kansen voor innovatie te grijpen, is het nodig dat verschillende partijen de handen in elkaar slaan: landbouwers, verwerkers, retailers, maar ook onderzoekers en consumentenverenigingen”, besluit Denys. Een rapport van de IWT-studie verschijnt eind maart 2013.
Bron: eigen verslaggeving/Belga