Bemest niet op buikgevoel of op het oog van de meester
nieuwsIedere week duikt in de landbouwbladen ‘MAP-man’ op, de cartoonfiguur die een brede sensibiliseringscampagne ondersteunt. Afgelopen week vestigden MAP-man en Dirk Coomans van coördinatiecentrum CVBB de aandacht op het belang van advies en staalnamen. “Nog te veel landbouwers gaan traditioneel tewerk”, klinkt het. Coomans verduidelijkt: “Meer dan voldoende bemesten is geruststellend. Maar het buikgevoel volgen of afgaan op de visuele indruk ‘mijn teelten staan mager‘ zijn meestal slechte raadgevers. Ze hebben menige land- en tuinbouwer al veel geld gekost.”
Nu aprilse grillen de veldwerkzaamheden een tijd stilleggen, hebben landbouwers wellicht weer wat meer tijd om te lezen. In de ledenbladen Boer&Tuinder (Boerenbond) en Drietand (Algemeen Boerensyndicaat) krijgen ze week na week adviezen die hen helpen bij het oordeelkundig bemesten van hun teelten. Afgelopen week benadrukte Dirk Coomans van coördinatiecentrum CVBB dat een landbouwer inzake bemesting niet alles kan of moet weten zolang hij maar weet waar de nuttige informatie beschikbaar is. “Vraag advies, het is er niet voor niets”, klinkt het.
Bemesten moet voor een landbouwer beginnen bij regelmatig bodemstalen laten nemen en de bijbehorende adviezen volgen. Coomans: “Wie om de drie jaar een bouwvooranalyse laat nemen voor alle percelen op zijn bedrijf of elk jaar een analyse voor een derde van de percelen is voldoende gewapend om de basisbodemvruchtbaarheid op te volgen. Baseer de bemesting van een perceel niet op de adviezen van een ander perceel. Zelfs op twee naburige percelen die jarenlang op dezelfde wijze zijn bemest en waar steeds dezelfde teelten worden verbouwd, kan het resultaat van de bouwvooranalyse sterk verschillen.”
Coomans brengt onder de aandacht dat bemesting niet hetzelfde is als (even)veel van elk nutriënt aan de bodem toevertrouwen. Er bestaat zoiets als een antagonistische werking want de verhouding tussen de inhoud van voedingselementen is van belang. Een teveel van één nutriënt kan de opname van een ander element onderdrukken. “Oordeelkundig bemesten is de bodemvoorraad aanvullen tot het gewenste niveau voor elk element zodat ze mekaar niet beconcurreren.” Op de website 'MAPman' vind je meer uitleg over de zuurtegraad van de bodem, organische stof en voedingselementen.
Aanvullend op de bouwvooranalysen is het belangrijk in het teeltjaar zelf bijkomende stikstofprofielanalysen te laten uitvoeren om de stikstofbemesting te sturen. “Anders dan een bouwvooranalyse is het voor een stikstofanalyse belangrijk om deze zo kort mogelijk voor zaaien of planten uit te voeren, én voor het opbrengen van dierlijke mest of vier weken na toediening. Staalname na het bemesten heeft het voordeel dat dan precies gemeten wordt hoeveel stikstof de voorafgaande bemesting reeds vrijstelde.”
Landbouwers krijgen ook de raad om dierlijke mest te laten analyseren. In de praktijk zou dit vooralsnog weinig gebeuren terwijl het een beter beeld geeft van de mestsamenstelling. “Meten is hier zeker meer weten dan de gemiddelde inhoud van mestsoorten volgens de tabel. De ‘gemiddelde mest’ bestaat immers niet!”
“Welke stalen nuttig zijn, bespreekt een landbouwer best met de contactpersoon of staalnemer van het labo. Hij kan zich daarin ook laten begeleiden door de diverse praktijkcentra of door andere diensten. En bedenk dat grondontleding de goedkoopste bemesting is. De adviezen laten toe de beschikbare mest en meststoffen zo efficiënt mogelijk toe te dienen. Te veel mest of kunstmest gebruiken is niet alleen nefast voor het milieu, het plundert ook de portemonnee”, besluit Dirk Coomans.