Belg krijgt toppositie bij Wereldhandelsorganisatie
nieuwsDe 58-jarige Belg Marc Vanheukelen begint op 7 september als ambassadeur van de EU bij de Wereldhandelsorganisatie in Genève. In een interview met De Tijd schetst hij de gigantische uitdaging waarmee de WHO vandaag wordt geconfronteerd: haar relevantie niet verliezen. Te beginnen dit najaar in Nairobi, waar de 161 WTO-landen Doha zullen proberen redden door een deal te sluiten over een vlottere wereldhandel. “We willen de plafonds voor de handelsverstorende landbouwsubsidies naar beneden krijgen”, aldus Vanheukelen, vooral Brazilië en India met de vinger wijzend.
De Belg Marc Vanheukelen bekleedt vanaf volgende week als ambassadeur van de EU een topfunctie bij de Wereldhandelsorganisatie. Tijdens de vorige legislatuur was Vanheukelen kabinetschef van Europees commissaris voor Handel Karel De Gucht (Open Vld). “We zijn nog altijd de belangrijkste speler”, zegt Vanheukelen over de positie van Europa in de wereld. “Door het slechte economische nieuws wordt dat wel eens vergeten. De EU is goed voor 17 procent van de wereldhandel, de VS voor 16 procent en China voor 14 procent. Dat drietal speelt daarom een voortrekkersrol bij de WHO.”
“Bovendien heeft de WHO de macht om geschillen tussen landen te beslechten”, aldus Vanheukelen. “Zelfs Amerika plooit zich naar de vonnissen van de geschillencommissie van de WHO.” Maar sinds de Doha-ronde in 2001 werd afgetrapt met de bedoeling een consensus te vinden rond nieuwe handelsregels, staat het overleg nog niet veel verder. “We moeten dit jaar Doha echt proberen af te ronden”, aldus Vanheukelen, “enkel zo maken we de weg vrij om het over de handelsvraagstukken van de 21ste eeuw te hebben, zoals energie- en voedselveiligheid, veilige handel, investeringen, mededinging of duurzame ontwikkeling.”
Waar knelt het schoentje dan precies volgens Vanheukelen? “Landbouw en industrie”, klinkt het onomwonden. “We willen de plafonds voor de handelsverstorende landbouwsubsidies naar beneden krijgen. Ook de plafonds voor douanetarieven moeten omlaag. India en Brazilië kunnen nu hun tarieven nog flink optrekken zonder met de WHO in de problemen te komen. Europa van zijn kant zit comfortabel. We geven de boeren nog altijd veel geld, maar de subsidies zijn niet langer gekoppeld aan een bepaalde productie en beïnvloeden de keuze van een landbouwer voor bepaalde teelten niet. Het geld is een soort sociale of ecologische maatregel geworden.”
Wat de douanetarieven betreft wijst Vanheukelen erop dat die in de EU voor landbouwproducten gemiddeld rond 10 procent liggen, waar dat in de hele wereld nog gemiddeld 30 procent is. “Ook daar zitten we trouwens goed”, aldus Vanheukelen. “Europa voert meer landbouwproducten uit dan in. De EU geeft geen exportsubsidies of soortgelijke steun meer, en die willen we ook wereldwijd weg.” Zelf wordt Vanheukelen “de dagelijkse stem” van Europa binnen de WHO.
Over het intussen controversiële handelsverdrag tussen de Verenigde Staten en Europa zegt Vanheukelen nog het volgende: “Bilaterale akkoorden kunnen een laboratorium zijn om dan later de afspraken over te nemen in een multilateraal verdrag. Maar het is niet makkelijker geworden om handel politiek te verkopen. Zeker niet als de discussie almaar minder over douanetarieven gaat, maar over regelgeving. En dan kom je uit bij dierenwelzijn, arbeidsomstandigheden, volksgezondheid en milieu.”
“Een van de misverstanden die over TTIP bestaan is dat we 'onderhandelen' over regulering”, vertelt hij. “Eigenlijk dekt dat woord de lading niet. Het gaat niet van: ik laat jouw chloorkippen binnen en dan doe jij de deur open voor iets van mij. Je kan niet tegen de consumenten zeggen dat je de ogen zal sluiten voor zorgen over volksgezondheid. Dat is politiek onverkoopbaar. En terecht. Waar het wel over gaat? Samenwerken om onnodige verschillen in de toekomstige regelgeving van in het begin te vermijden.”
Bron: De Tijd
Beeld: Thomas Thielemans