"Bedrijven moeten bewuster omspringen met water"
nieuwsBedrijven moeten in de toekomst bewuster omspringen met hun waterverbruik. Dat zegt Vlaams minister van Omgeving Joke Schauvliege in De Morgen. “Panikeren hoeft niet”, zegt ze, “maar als we niets doen, kan er zoals een energieblack-out ook ooit eens een waterblack-out komen.” Omdat de wetgeving over de materie erg versnipperd is, wil de minister nog deze legislatuur alle bepalingen erover bundelen in een ‘Waterwetboek’.
Dat Schauvliege het waterverbruik strikter wil controleren, is niet onlogisch. In een nieuw rapport van het Rekenhof staat duidelijk dat Vlaanderen kampt met waterschaarste. Bovendien zijn de maatregelen van de Vlaamse regering volgens het Rekenhof onvolledig en traag. Niet alleen kampt onze regio geregeld met wateroverlast, er dreigt ook een watertekort. Acht van de 42 grondwaterreservoirs in Vlaanderen hebben een te laag peil.
Ook in vergelijking met andere Europese landen doet Vlaanderen het slecht. Gemiddeld is er in Vlaanderen en Brussel jaarlijks tussen de 1.100 en 1.700 m³ water per persoon beschikbaar. Alleen Italië en Tsjechië doen slechter. Die lage waterbeschikbaarheid in onze regio komt onder meer door de grote bevolkingsdichtheid. Het beschikbare water moet op een beperkte oppervlakte, onder heel wat inwoners verdeeld worden. "We mogen water niet zomaar aanzien als een vanzelfsprekendheid", benadrukt Schauvliege. "In Vlaanderen is er geen water in overvloed. Daar moeten burgers en politici zich van bewust zijn."
Ook bedrijven moeten volgens Schauvliege bewuster omspringen met hun verbruik. "Als er vergunningen of hervergunningen worden uitgedeeld, is één van de belangrijke punten: hoeveel water wil een bedrijf jaarlijks verbruiken? We worden daar steeds strenger in. Je moet natuurlijk ook de economische realiteit meenemen. Ik kan grote voedingsbedrijven waar 200 mensen werken niet van vandaag op morgen sluiten. Maar ik kan wel eisen dat ze hun watermanagement stap voor stap veranderen."
De Vlaamse overheid probeert nu al het waterverbruik in de mate van het mogelijke in te perken. Zo zijn er heffingen op grondwater, die regio per regio verschillen. Bijvoorbeeld in West-Vlaanderen, waar de watervoorraden heel beperkt zijn, moet meer betaald worden. Schauvliege wil dit systeem verder uitbouwen.
"In Zuid-West-Vlaanderen is de situatie inderdaad onrustwekkend", bevestigt professor Patrick Willems, hoogleraar Hydrologie aan de KU Leuven. "Doordat er zoveel water wordt opgepompt, vooral door de textielindustrie, daalt de grondwatertafel er met meer dan 100 meter in vergelijking met de natuurlijke toestand. In het algemeen geldt dat we in Vlaanderen zeker geen grote hoeveelheden water te veel hebben, in tegenstelling tot wat we vaak denken."
"Dat komt in de eerste plaats door de hoge bevolkingsdichtheid van ons land", legt Willems uit. "Per inwoner beschikken we over 1.500 liter per kubieke meter per jaar, wat vrij weinig is. Minder bijvoorbeeld dan 'droge' landen als Portugal en Spanje. Daar komt nog bij dat we voor een groot stuk afhankelijk zijn van het water dan ons land instroomt vanuit de buurlanden. Door de klimaatverandering zullen onze zomers bovendien 30 tot 50 of misschien zelfs 70 procent droger worden."
"De beste oplossing is om ons grondwater zo veel mogelijk te voeden en dus de verharding van de ondergrond te stoppen", adviseert Willems. "In de jaren 70 was 4 procent van Vlaanderen verhard, vandaag is dat meer dan 10 procent. De overheid moet strenger optreden tegen het oppompen van grondwater en moet overschakelen op het gebruik van grondwater. Een mogelijkheid is de hemelwaterheffing zoals ze die in Duitsland kennen. Daar moet je per vierkante meter oppervlakte waar regenwater in de riolering terechtkomt, betalen."
Bron: De Morgen/Belga/Radio 1