Bange dagen voor witlooftelers die op herkansing hopen
nieuwsIn enkele dagen tijd zijn er honderden hectaren witloof gezaaid, deels in Vlaanderen maar voor een groot deel in Wallonië. Telers werken dag en nacht om de dure zaadjes aan de grond toe te vertrouwen in de hoop dat het vervolgens begint te regenen. Met een bang hart volgt Rudy Willems de weersvoorspelling op de voet. De witloofteler uit Tremelo teelt in eigen beheer witloofwortels over de taalgrens. “Om het risico te spreiden in een tamelijk uitgestrekt gebied tussen Mellery en Eghezée”, getuigt Willems, maar dat heeft in een uitzonderlijk jaar als 2017 niet mogen baten. Zijn velden kregen haast geen drup regen zodat amper 20 hectare witloof er acceptabel bij staat, 60 hectare opnieuw gezaaid werd – met zaad dat ruim 1.000 euro per hectare kost (!) – en 100 hectare nu voor het eerst. “Financieel een verloren jaar voor mij en voor haast al mijn collega’s”, zucht Willems.
Afgelopen vrijdag verzamelden witlooftelers in Herent voor de jaarlijkse openvelddag van de Nationale Proeftuin voor Witloof. De droogte was er het grote gespreksonderwerp. Ook op de proefvelden zijn de gevolgen van het uitblijven van neerslag goed te zien. “Het witloof op het eerst gezaaide perceel op 24 mei is relatief goed opgekomen maar staat vrij dun in vergelijking met andere jaren. Wat we op 6 juni zaaiden, kon niet zonder beregening en een deel van het perceel hebben we moeten opgeven”, getuigt witloofonderzoeker Jonas De Win. De ervaringen in de proeftuin zijn exemplarisch voor de catastrofe die telers op een veel grotere schaal treft.
Wie vroeg zaaide, in de praktijk zijn dat vooral de telers van grondwitloof in Vlaams-Brabant, profiteerde dit jaar van die ene stevige regenbui die de maand mei bracht. Indien de opkomst toch dreigde tegen te vallen, heeft beregening in een aantal gevallen soelaas gebracht. Op een beperkt areaal is dat vaak nog haalbaar. Slechter af zijn de grotere telers van witloof dat op hydrocultuur geforceerd wordt. Zij wijken in veel gevallen uit naar Wallonië voor de wortelteelt omdat ze daar grote percelen vruchtbare grond in seizoenpacht kunnen huren. Waar de glooiende percelen hen vorig jaar nog behoed hebben voor schade door wateroverlast wil er nu op de hellingen geen witloof groeien. De akkerbouwers die actief zijn in de driehoek tussen Waver, Charleroi en Namen zijn qua neerslag, of beter gezegd het gebrek daaraan, nog slechter af dan hun Vlaamse collega’s.
Witloofteler Rudy Willems uit Tremelo zegt dat zijn percelen op een zandbak lijken. “Sinds het najaar van 2016 is het droog, sneeuw viel er niet in de winter en het neerslagtekort is dit jaar alleen maar groter geworden. Mijn percelen bevinden zich op 80 kilometer van Tremelo, rond Mellery, Gembloux en Eghezée. Ze liggen ginds tot wel 30 kilometer uit elkaar. Andere jaren geeft dat de zekerheid dat het op de ene plek niet maar de andere wel kan regenen, maar dit seizoen hebben ze allemaal even weinig regen gekregen.” De ondergrond is uitgedroogd en na het trekken van de ruggen in afwachting van de zaai viel er amper neerslag zodat de grond niet aangedrukt werd. “Dat is nodig om kiemend zaad van opstijgend vocht te verzekeren. In de streek van Sint-Truiden en Landen hadden ze meer geluk met een onweer en konden collega’s zaaien. Zelf kon ik weinig anders doen dan wachten, wat erg stresserend kan zijn als je anderen ziet zaaien.”
Toen het begin juni eindelijk een paar liter regende in Waals-Brabant, zaaide de Brabantse witloofteler 80 hectare met het oog op nog meer neerslag die voorspeld werd. Zoals veel collega-landbouwers kwam hij bedrogen uit. Donkere wolken pakten zich samen en de wind stak op, maar de beloofde regen bleef uit … een drama zo kort na de zaai van witloof. “Van 20 hectare kan ik zeggen dat die er min of meer redelijk bij staat. De overige 60 hectare die ik toen zaaide, mislukte en werd afgelopen weekend opnieuw gezaaid. Alleen al aan zaaizaad kost mij dat meer dan 60.000 euro.” Samen met de herzaai van 60 hectare werd de voorbije dagen 100 hectare witloof voor het eerst gezaaid door Willems. Dat is een aanfluiting van de ideale zaaidatum eind mei en de uiterste zaaidatum half juni, “maar wat moet je anders doen?!”. Hij probeert er niet te veel bij stil te staan dat er nu 160.000 euro aan zaaizaad in een droge zandbak ligt te wachten op wat regen. Ondertussen gaan op de meteorologische websites die hij in de gaten houdt de voorspelde neerslagheden bergafwaarts …
De kosten voor seizoenpacht zijn gemaakt, de witloofruggen zijn getrokken en het zaad ligt klaar, dus zetten witlooftelers door. Zo ook Rudy Willems, zij het dan met een bang hart. “Dinsdagavond hoop ik met dag en nacht zaaien de werkzaamheden te kunnen afronden. Daarna zou het een vijftal dagen zachtjes moeten regenen, zeker 50-60 liter in totaal. Elk ander scenario betekent een ramp. Een eenmalige stortbui spoelt namelijk het zaad weg of zorgt voor een harde korst waar de witloofkiem niet doorheen kan. De anders zware zandleemgrond heeft geen kruimelige structuur meer, het lijkt wel bakkersbloem. Normaliter zou ik in deze omstandigheden nooit zaaien. Nu moet het wel.”
De witloofjaar herinnert zich het legendarische jaar 1976 nog, maar toen was de situatie voor hem minder ernstig. Willems: “De droogte startte pas in juli, toen de gewassen al goed en wel op het veld stonden. Schade deed zich toen vooral voor op witloofpercelen met een minder goede bodemkwaliteit. Nu is het bijna juli en moeten de zaai en het seizoen nog starten. Wat voor witloofwortel daaruit voortkomt, is een groot vraagteken. Het volstaat niet dat we de komende dagen geluk hebben met neerslag, heel de zomer zal ons gunstig gezind moeten zijn met regelmatige buien. Een Belgische kwakkelzomer zoals we die vroeger kenden, dat hebben we nodig, want als het in juli of augustus opnieuw droog en heet wordt dan komt het niet meer goed. Het najaar zal dan weer warm moeten zijn om de groei erin te houden.”
Gelet op het gelimiteerd aantal groeidagen dat rest, is een kleine witloofwortel het hoogst haalbare voor de recent gezaaide percelen. “Op een kleine wortel kan je klein witloof telen, zonder wortel helemaal niets”, bekijkt Willems het filosofisch. Maar met een lagere opbrengst van wat bovendien kleinere wortels zullen zijn, redt hij zijn seizoen niet in de forcerie. “Witloof dat niet aan de maat is, wordt slechter betaald. Hopelijk krijgen we een strenge winter die de consument veel zin geeft in witloof zodat de prijs aantrekt. Zelfs een betere prijs van 1 of 1,1 euro per kilo witloof zal dit seizoen financieel niet meer redden voor de producenten. Met in het beste geval 60 à 70 procent van een normale wortelopbrengst en de extra kosten die gemaakt zijn, ligt er een zware hypotheek op de witloofteelt. De enige zekerheid die witlooftelers momenteel hebben, is dat ze niet uit de rode cijfers geraken dit seizoen.”
In Vlaanderen wordt volop gespeculeerd op een tussenkomst van het Landbouwrampenfonds, maar Tremelonaar Rudy Willems heeft weinig informatie daaromtrent uit Wallonië. Op de vraag of hij een betaalbare weersverzekering zou afsluiten als die mogelijkheid bestond, antwoordt Willems: “Meteen, er moet iets gebeuren en liefst preventief want het Rampenfonds zijn vijgen na Pasen. Alleen heb ik geen weet van weersverzekeringen die droogte dekken zonder een belachelijk hoge premie aan te rekenen.” We weten ondertussen dat de droogte in Vlaanderen, vooral voor groentetelers, ernstig is. Rudy Willems benadrukt dat in Wallonië alle landbouwers in de klappen delen: “Het vlas staat er waardeloos kort bij. Cichoreivelden tellen te weinig planten per lopende meter. De opbrengst van de vroeg gezaaide percelen valt tegen en de laat gezaaide erwten zijn waardeloos door tweewassigheid. Als er morgen regen valt, gaan Waalse boeren massaal hun mislukte teelten onder ploegen.”
Jonas De Win van de Nationale Proeftuin voor Witloof bevestigt aan VILT dat witlooftelers voor een ongelijke strijd tegen de natuurelementen stonden. “Sommige telers hun areaal is te groot om te beregenen en wie wel kon beregenen, heeft dat moeten volhouden tot de witloofplantjes sterk genoeg zijn. In 2015 kenden we ook een droog voorjaar tijdens de zaai, maar toen begon het sneller weer te regenen zodat de zaai tijdig hervat kon worden. Het enige geluk bij een ongeluk is dat de droogte onze buurlanden even erg treft. Als het een troost kan zijn: in de regio Béthune in Frankrijk is inmiddels al voor de derde keer witloof gezaaid nadat een zwaar onweer eerst het zaad wegspoelde en bij de tweede poging de droogte noodlottig werd.”
De wetenschappelijk medewerker van het proefcentrum houdt net zoals de teler zijn hart vast voor het vervolg van het seizoen: “De witloofruggen zijn uitgedroogd. Wordt het na een week regen opnieuw droog, dan zijn we vertrokken voor nieuwe problemen. Op het einde van het seizoen hebben we bovendien schade door de witloofmineervlieg te vrezen nu het enige effectieve gewasbeschermingsmiddel zijn erkenning verloor en er vooralsnog geen alternatief is. Ook dat zorgt voor ongerustheid bij de witlooftelers die al financieel moeilijke jaren kenden. Ook het voorbije seizoen was de witloofprijs ondermaats en dus keken telers uit naar een nieuw en beter seizoen. Die kans is door de droogte reeds verkeken.”
Beeld: Nationale Proeftuin voor Witloof