header.home link

Agrolink Vlaanderen zorgt voor synergie in landbouwonderzoek

23 december 2021

Het land- en tuinbouwonderzoek in Vlaanderen is divers en sterk verspreid, maar dat hoeft zeker geen nadeel te zijn. Dat zeggen Joris Relaes en Mia Demeulemeester, respectievelijk afscheidnemend en kersvers voorzitter van Agrolink Vlaanderen. “Een transitietraject bij Agrolink heeft ervoor gezorgd dat onderzoekers van 18 Vlaamse kennisinstellingen, van zeer fundamenteel tot sterk praktijkgericht, over sectoren heen samenkomen om thematisch ideeën uit te wisselen en onderzoek op elkaar af te stemmen.”

Lees meer over:

Agrolink Vlaanderen is een samenwerkingsplatform tussen 18 Vlaamse kennisinstellingen die in Vlaanderen bezig zijn met land- en tuinbouwonderzoek. Hoewel de organisatie al werd opgericht in 2014, doet ze bij veel mensen wellicht geen belletje rinkelen. “Dat hoeft ook niet”, zegt Joris Relaes, directeur-generaal van het Vlaams Instituut voor Landbouw-, Voedings- en Visserijonderzoek (ILVO) uit. “Het is vooral de bedoeling dat Agrolink in alle stilte de samenwerking rond de verschillende onderzoeksinstellingen beter maakt.”

Nood aan overkoepelende instantie

De nood aan een overkoepelende instantie voor het landbouwonderzoek is ontstaan omdat Vlaanderen een zeer divers en verspreid onderzoekslandschap kent. “In landen als Nederland of Ierland heb je, met Wageningen University & Research en Tegeasc, één groot onderzoeksinstituut waar alle land- en tuinbouwonderzoek wordt in ondergebracht. Dan is afstemming van het onderzoek eenvoudiger”, meent Relaes. Toch hoeft ons divers onderzoeksveld volgens hem geen nadeel te zijn. “Maar dan is het wel belangrijk dat onderzoek op elkaar wordt afgestemd en complementair is. Als dat gebeurt, dan is zo’n brede waaier aan onderzoeksinstellingen, van fundamenteel tot heel praktijkgericht, zelfs een meerwaarde.”

Voor Joris Relaes voorzitter werd, focuste Agrolink Vlaanderen zich vooral op het faciliteren van onderzoeksprojecten waarin telkens enkele Agrolink-leden participeerden. “Maar we botsten op een aantal problemen. In een project kan je zelden alle kennisinstellingen meenemen en dat wekte wrevel. Bovendien begon Agrolink ook als autonome entiteit zelf projecten te ontwikkelen, wat kon resulteren in een vorm van concurrentie met individuele leden.”, herinnert hij zich. Bij zijn aantreden als voorzitter van Agrolink Vlaanderen in 2019 besloot Relaes een veranderingstraject in te zetten gericht op een betere, niet-competitieve samenwerking.

agrotopia-inagro-dakserre-3-1250
drone ILVO_Matthias Vanheerentals

Van projectmatige naar thematische aanpak

Dit proces heeft ervoor gezorgd dat Agrolink Vlaanderen van een projectmatige aanpak naar een thematische aanpak is gegaan. Daarvoor werden onderzoeksplatformen opgericht rond verschillende thema’s. In totaal zijn er vandaag 9 van die platformen: IPM, Melkvee en duurzame voedergewassen, Water, Belichting, Duurzame verdienmodellen en rendabiliteit, Klimaat, Nieuwe veredelingstechnieken, Eiwit en Precisielandbouw en data. “De keuze van thema’s werd bepaald door onderwerpen waar we nog onvoldoende rond samenwerken of die het beleid heel belangrijk vindt”, aldus Relaes.

Hoe werkt zo’n platform nu concreet? “Per platform zijn er altijd twee trekkers. Die bereiden de vergaderingen voor waaraan onderzoekers van de verschillende instellingen deelnemen. Iedereen kan er onderwerpen of interessante invalshoeken aanbrengen. Die worden besproken en er wordt bekeken wat leeft en waar er nood aan is. Op basis daarvan kunnen werkgroepen samengesteld worden die zich over een bepaald facet gaan buigen of kunnen nieuwe projecten uitgeschreven worden. Soms ontvangen we ook vragen uit het beleid of de bedrijfswereld”, vult Mia Demeulemeester, afgevaardigd bestuurder van praktijkcentrum Inagro, aan.

Die aanpak heeft volgens haar opnieuw dynamiek gebracht bij Agrolink Vlaanderen. “Het uiteindelijke kerndoel van ons onderzoek is om een antwoord te formuleren op de uitdagingen waar de landbouwsector vandaag voor staat. Daarbij gaan we fundamentele kennis matchen met de kennis bij de praktijkcentra”, vertelt Demeulemeester die benadrukt dat er echt sprake is van een tweerichtingsverkeer tussen fundamenteel en praktijkonderzoek.  Alle betrokken onderzoekers dragen daar actief toe bij en dat appreciëren we sterk.

Waar voordien nog vragen werden gesteld over de meerwaarde van Agrolink Vlaanderen, staat vandaag iedereen volmondig achter de nieuwe manier van werken

Joris Relaes - Afscheidnemend voorzitter van Agrolink Vlaanderen

Slanke organisatie

Om de werking van Agrolink Vlaanderen in goede banen te leiden, is er één coördinator aangesteld die als verbindingsfiguur fungeert. “Anne-Rose Gustin speelt een belangrijke rol in de dynamische werking die Agrolink Vlaanderen vandaag heeft. Dat kunnen we niet genoeg benadrukken”, zeggen Relaes en Demeulemeester uni sono. “Zij brengt mensen bij elkaar, is goed op de hoogte van wat iedereen doet en houdt de trekkers van de platformen op koers. Daarnaast is Anne-Rose de ‘go between’ naar het beleid en volgt ze de Europese projectaanvragen op. Ze is met andere woorden de olie in de machine die ervoor zorgt dat de 9 platformen en 18 kennisinstellingen aan de gang blijven.”

Het was van bij de start de bedoeling om een heel slanke structuur na te streven bij Agrolink Vlaanderen. “We wilden vermijden dat er een grote koepel boven alle onderzoeksinstellingen ontstond”, aldus Relaes. Hij wijst erop dat Agrolink Vlaanderen er gekomen is op initiatief van de onderzoeksinstellingen zelf en dat zij ook volledig zelf voor de financiering zorgen.

Wisselwerking met beleid

Hoewel Agrolink Vlaanderen autonoom werkt, is de koppeling met het Vlaamse en Europese beleid wel belangrijk. “We streven naar een wisselwerking met het beleid”, klinkt het. In het Vlaamse regeerakkoord wordt ook expliciet verwezen naar meer samenwerking tussen de Vlaamse onderzoeksinstellingen. “Letterlijk wordt gezegd dat het onderzoek complementair en in synergie moet gebeuren. Daar moet Agrolink Vlaanderen aan bijdragen.”

Zo valt het op dat de onderzoekskoepel sinds zijn vernieuwingsoperatie veel meer vragen krijgt van overheden. “Vroeger wisten ze niet goed tot wie men zich moest wenden als er bepaalde onderzoeksvragen waren. Nu worden die neergelegd bij Agrolink Vlaanderen en van daaruit verder behandeld. We worden dus echt wel gevonden als contactpunt”, stelt Demeulemeester. Daarbij verwijst ze naar het platform ‘Eiwit’. “Dat is naar aanleiding van de Vlaamse eiwitstrategie van minister Crevits ontstaan.”

mia demeulemeester portret Inagro

Een vlotte en respectvolle uitwisseling tussen de verschillende onderzoeksinstellingen is belangrijk om de uitdagingen die op de landbouwsector afkomen, aan te pakken

Mia Demeulemeester - Kersvers voorzitter van Agrolink Vlaanderen

Voorzitterswissel

Na twee jaar als voorzitter geeft Joris Relaes de fakkel nu daar aan zijn Inagro-collega. “Waar ik het meest trots op ben, is het transitietraject dat Agrolink Vlaanderen heeft doorgemaakt”, antwoordt Relaes op de vraag naar zijn mooiste verwezenlijking. “Waar er voordien nog vragen gesteld werden over de meerwaarde, staat vandaag iedereen volmondig achter de nieuwe manier van werken. Bovendien kregen we er met VITO en Proefcentrum Bijen twee nieuwe leden bij.” Hij is dan ook bijzonder tevreden dat hij het samenwerkingsplatform op deze manier mag doorgeven.

Mia Demeulemeester wil de komende twee jaar de werking van Agrolink Vlaanderen verder versterken. “Samen met Anne-Rose Gustin wil ik de platformen die al sterk staan, sterk houden en de andere die nog niet zo lang bestaan, sterker maken zodat Agrolink nog beter wordt.” Vertrouwen is volgens haar cruciaal. “We moeten zorgen dat er een veilige en gezellige omgeving ontstaat waarin iedere onderzoeker zich goed voelt en ideeën durft spuien. Er mag geen angst zijn dat collega-onderzoekers met onderzoekstopics gaan lopen. Zo’n vlotte en respectvolle uitwisseling tussen de verschillende onderzoeksinstellingen is belangrijk om de uitdagingen die op de landbouwsector afkomen, aan te pakken”, aldus Demeulemeester die hoopt dat er tijdens haar voorzitterschap opnieuw wat meer fysieke bijeenkomsten aan te pas kunnen komen.

Samenwerking tussen 18 Vlaamse kennisinstellingen

Agrolink Vlaanderen is een uniek samenwerkingsplatform tussen 18 Vlaamse belangrijke kennisinstellingen:

  • Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO)

  • Inagro

  • UGent (Faculteiten Bio-ingenieurswetenschappen en Diergeneeskunde)

  • KULeuven (Departement Biosystemen)

  • HOGENT (AgroFoodNature)

  • Proefstation voor de Groenteteelt (PSKW)

  • Proefcentrum Fruitteelt (pcfruit)

  • Proefcentrum voor Sierteelt (PCS)

  • Interprovinciaal Proefcentrum voor de Aardappelteelt (PCA)

  • Provinciaal Proefcentrum voor de Groenteteelt Oost-Vlaanderen (PCG)

  • Proefcentrum Hoogstraten

  • Hooibeekhoeve

  • Praktijkpunt landbouw Vlaams-Brabant

  • Proefbedrijf Pluimveehouderij

  • Vlaams Centrum voor Bewaring van Tuinbouwproducten (VCBT)

  • Koninklijk Belgisch Instituut tot Verbetering van de Biet (KBIVB)

  • Proefcentrum Bijen (PC Bijen)

  • VITO

Bron: Eigen berichtgeving

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek