"Agro-ecologie kan voor meer jobs op platteland zorgen"
nieuwsNatuur is een vorm van spitstechnologie. Hoe beter we dat doorgronden, hoe efficiënter en met minder fossiele brandstoffen landbouwproductie kan plaatsvinden. Dit zijn de woorden van Jeroen Watté van Wervel. Hij slaagt er in om het mysterie rond ‘agro-ecologie’ weg te nemen. Agro-ecologie heeft volgens hem ook te maken met jobs op het platteland. “De trend van arbeidsextensivering is verkeerd. In de landbouw moeten we met meer handen meer waarde gaan creëren. En dat niet alleen op vlak van productie, maar evenzeer ecologisch en sociaal.” Dat sociale kan hem in de kleine dingen zitten, zoals de voldoening uit arbeid. Watté weet zeker dat die hoger ligt bij een ambachtelijke slager die een karkas van een West-Vlaams rood rund uitbeent dan bij de Poolse arbeider die aan het werk is in een Belgisch slachthuis.
Naar aanleiding van het 25-jarig bestaan van Wervel had VILT een uitgebreid gesprek met één van de boegbeelden van de werkgroep, Jeroen Watté. Jeroen en zijn collega’s bij Wervel staan er om bekend dat ze snoeihard uithalen naar de ‘systeemfouten’ in de gangbare landbouw. Nu gaan ze zich meer toeleggen op positieve verhalen over de alternatieven voor het heersende landbouwmodel. Als gevolg daarvan gaan we veel meer horen over agro-ecologie. Agro-wat? “Door je te inspireren op de natuur ontdek je als landbouwer hoe bepaalde zaken veel beter kunnen”, zegt Watté. Spontaan denken we aan de natuurlijke vijanden van schadelijke insecten. Deze ecologische bestrijdingsmethode is zo succesvol gebleken dat ze toegepast wordt in zowel biologische als gangbare fruitteelt en tuinbouw. Op het vlak van efficiëntie kan de landbouw volgens Watté nog veel meer leren van de natuur.
Door de Europese natuurdoelstellingen is de polarisatie tussen landbouw en natuur nog nooit zo groot geweest. Wervel wil daar niet aan meedoen. Agro-ecologie is immers net een verhaal van samenwerking tussen landbouw en natuur. Neem nu agroforestry, dat is het aanplanten van bomenrijen op een akker of weiland vanuit het idee dat de gezamenlijke biomassa groter is dan bij gescheiden bosbouw en landbouw. Mengteelten vertrekken van dezelfde filosofie. De foto bovenaan dit artikel toont een veld waar zowel lupine als biologische baktarwe zijn uitgezaaid. Net omdat Wervel zo overtuigd is van het verweven van landbouw en natuur reageerde de organisatie zo fel op het pleidooi voor een scheidingsmodel dat gehouden werd door een denktank van de KU Leuven.
Jeroen Watté heeft ons nog niet overtuigd dat ‘agro-ecologie’ meer is dan een synoniem voor ‘biolandbouw’, maar hij vervolgt: “Met een agro-ecologisch voedselsysteem kan je veel meer mensen tewerkstellen.” Dat heeft naar verluidt niet te maken met het afzweren van technologie en andere verworvenheden maar met de hogere toegevoegde waarde die gerealiseerd wordt. In een agro-ecologisch agrovoedingssysteem rekruteert een Belgisch slachthuis geen Polen om zo goedkoop mogelijk karkassen van piétrain-varkens en wit-blauwe runderen te versnijden. Het zal een duurder karkas van bijvoorbeeld een West-Vlaams rood rund zijn dat versneden wordt door een ambachtelijke slager. Dat bijzonder stukje rundvlees wordt voor een hogere prijs verkocht. Voor de consument is dat geen breekpunt want hij eet minder maar beter vlees. En de werkgelegenheid vaart er wel bij want deze lokale economie draait niet op jobs die van vandaag op morgen naar het buitenland kunnen verhuizen of uitbesteed kunnen worden aan goedkope arbeidskrachten.
Wervel verwacht niet dat de voedingsindustrie zal wegtrekken uit ons land als agro-ecologie de norm wordt. De sector zal zich omscholen van bulkproductie naar waardecreatie. En wat met de landbouw? Watté: “Primaire productie wordt kennisintensiever maar extensiever in de zin dat een gemengd bedrijf weer het ideaal wordt. Dat hoeft daarom niet altijd op bedrijfsniveau want kringlopen kunnen ook gesloten worden door samenwerking tussen landbouwers. De diversiteit in de sector neemt weer toe, zowel wat de schaalgrootte als de specialisaties betreft. Het eindresultaat is een breder gamma aan kwaliteitsvolle voedingsproducten.”
Die grotere diversiteit ga je ook in de winkelrekken van de supermarkten vinden. “De retail zal meer inspelen op maatschappelijke verwachtingen zoals lokaal vlees”, denkt Watté. Retail is voor Wervel geen vies woord, integendeel, de organisatie gelooft dat de distributie een belangrijke schakel is om het voedingspatroon van een grote groep mensen (bij) te sturen. Anderzijds zijn ze bij Wervel wel op hun hoede voor ‘greenwashing’, waar alle grote spelers in de retail zich in min of meerdere schuldig aan maken. Hoe waarachtig is bijvoorbeeld het hoekje met lokale en duurzame voedingsproducten als de aankopers voor de ‘mainstream aan voeding’ nog steeds de leveranciers uitknijpen… De goede intenties zijn vaak aanwezig volgens Watté, maar wie uitzoomt naar het volledige bedrijfsbeleid krijgt vaak een kwalijker beeld te zien. De kunst voor een retailer is om goede initiatieven op te schalen naar het ganse aankoopbeleid. Doen ze dat niet, dan heeft Wervel zijn reactie al klaar: “Voor een ‘schaamlapje’ zijn wij kritisch.”
Met de campagne ‘Zondag vleesdag’ herinnert Wervel ons er aan dat vlees in een niet zo ver verleden enkel op hoogdagen op het bord kwam. In het rijke Westen is vlees de normaalste zaak van de wereld geworden. We eten het dagelijks zonder stil te staan bij de impact ervan op de omgeving. Wervel laat zich niet in de hoek van de ‘anti-vleeslobby’ duwen. De organisatie gelooft immers dat duurzaam vlees consumeren mogelijk is. Daarvoor heb je herkauwers nodig die met weinig meer dan gras en klaver gevoed worden.
Met varkens en kippen ligt het iets moeilijker. Dit zijn net als mensen omnivoren die in de intensieve veehouderij met de mens concurreren omdat ze voornamelijk granen eten. Historisch gezien werden varkens en kippen echter gehouden als verwerkers van overschotten en afval, en geconsumeerd in tijden van schaarste. “De varkenshouderij zou er enorm kunnen op vooruitgaan als reststromen opnieuw de hoofdstroom worden, zo krijgen varkens opnieuw hun oorspronkelijke rol in de landbouw terug, namelijk die van spaarpot. Nu boeren varkenshouders eerder hun eigen spaarpot op. Bovendien is de milieu-impact per kilo product minimaal als het aandeel restromen maximaal is.”
Beeld: Wervel