ABS met politici op bezoek bij Limburgse veehouders
nieuwsAls je wil dat er over je problemen gepraat wordt, dan moet je ze aan mannen voorleggen. Wil je dat er effectief iets aan gedaan wordt, dan leg je ze beter aan vrouwen voor. Dat moeten ze bij het Algemeen Boerensyndicaat gedacht hebben toen ze Europees parlementslid Hilde Vautmans, Vlaams parlementslid en burgemeester Lydia Peeters en landbouwgedeputeerde Inge Moors uitnodigden. Op het programma stonden drie bedrijfsbezoeken in Limburg: een zeugenbedrijf, een loonwerk- en vleesveebedrijf en tot slot een melkveebedrijf. Mooie bedrijven, met gemotiveerde bedrijfsleiders en toch ontbrak er iets bij alle drie. De ‘missing link’ is een faire prijs: een eerlijke vergoeding voor het geleverde werk, voor de inspanningen die gedaan worden om het dierenwelzijn te verhogen en de zware investeringen die de overheid oplegt om de milieudruk te verkleinen.
Het Algemeen Boerensyndicaat had met de rondgang op drie Limburgse landbouwbedrijven een dubbel doel: enerzijds duidelijk maken dat de productiestandaarden en de beroepsernst van de boeren in ons land zo hoog liggen dat de consument best wel chauvinistisch mag zijn in zijn voedingskeuze en anderzijds aandacht vragen voor alle dierlijke sectoren in crisis. Het is niet omdat de melkprijs in één jaar tijd van het ene in het andere uiterste valt dat er minder aandacht moet uitgaan naar sectoren die de laatste jaren alleen prijsdalingen en geen pieken meer kennen. Om maar te zeggen dat het in de varkens- en vleesveehouderij al veel langer spaak loopt met de prijsvorming.
De eerste boerderij die op vraag van ABS zijn deuren openstelde, is een gespecialiseerd zeugenbedrijf in Dilsen-Stokkem. Het jonge koppel Wouter Aerts en Annemie Bernaerts heeft tussen 2009 en nu een modern varkensbedrijf met 600 zeugen uitgebouwd. De biggen blijven tot ze 20 kilo wegen op het bedrijf en worden dan verkocht aan vleesvarkensbedrijven die gespecialiseerd zijn in het verder opkweken van de jonge dieren. Verscherpte dierenwelzijnseisen deden hen investeren in een nieuwe stal voor groepshuisvesting van de drachtige zeugen. Alleen in de kraamstal zitten de zeugen nog in individuele boxen om te voorkomen dat het zware moederdier op de pasgeboren biggen gaat liggen.
Investeren in dierenwelzijn is voor varkenshouder Wouter Aerts geen brug te ver. Het wordt maar een probleem wanneer de maatschappij dat van de boer gaat verwachten zonder daar een meerprijs voor het vlees tegenover te stellen. Idem dito voor milieueisen, die de kostprijs van varkensproductie aanzienlijk verhogen zonder dat de varkensprijs dat compenseert. Aerts denkt dan vooral aan de luchtwassers die een klein fortuin kosten. Het minste wat de maatschappij zou kunnen doen, is in het huidige klimaatdebat rekening houden met de inspanningen die de sector al leverde. Het doet hem zichtbaar pijn dat vlees en veehouderij sinds de start van de klimaattop in Parijs met de vinger worden gewezen. “Weet dat de luchtwassers op dit bedrijf 85 procent van de ammoniak uit de stallucht filteren en ook de geuremissie met 30 procent reduceren.”
Dat inspanningen voor dierenwelzijn en milieu in de mediaverslaggeving over landbouw weinig aandacht krijgen, is niet leuk. Maar voor de betrokkenen wordt het pas echt frustrerend wanneer er over een genuanceerd wetenschappelijk rapport omtrent het eten van rood vlees ongenuanceerd bericht wordt. Daarom deed het Algemeen Boerensyndicaat erg zijn best om met drie bedrijven als uithangbord evenveel sectoren in een positief daglicht te stellen.
Door de aanwezigheid van drie politici was het voor ABS ook het moment om enkele eisen op tafel te leggen. Om meer financiële steun werd niet gevraagd. Landbouwers willen nu eerst en vooral een eerlijke prijs voor hun producten. Voor de jongste generatie bedrijfsleiders in de varkenshouderij zou dat een nieuwe realiteit zijn. Aerts: “Ik zou graag zeggen dat het dankzij een hoge biggenprijs economisch al eens goed draaide sinds ik in 2009 begon, maar het is niet zo.”
Provinciaal ABS-voorzitter Koen De Busschop hamerde vooral op ‘iedereen gelijk voor de wet’ en ‘gelijke prijzen voor een identiek product’. Waarom worden in de ééngemaakte markt die Europa is, milieu- en andere eisen niet even hard afgedwongen in Oost- als in West-Europa? Dat zou het verschil aan kostenzijde verkleinen. En wat de opbrengst betreft, is het voor De Busschop onbegrijpelijk waarom er een opvallend verschil is tussen lidstaten in de prijs voor varkensvlees. Zo wordt een levend varken in ons land uitbetaald aan 1,03 euro per kilo terwijl een soortgelijk varken van Duitse origine 1,25 euro per kilo waard is. Begrijpen wie begrijpen kan.
Ondanks deze prijsverschillen wordt de prijsdruk in gans Europa gevoeld. Vraag en aanbod zijn niet in evenwicht. “Het succes van de sector doet ons dood”, vreest De Busschop, verwijzend naar de productiecijfers en de voederconversie die fel verbeterd zijn. Varkenshouder Wouter valt hem bij: “Toen ik van school kwam, werd gepraat over 25 biggen per zeug. Met zo’n productiegetal krijg je vandaag van adviseurs te horen dat je eerst moet verbeteren alvorens aan uitbreiden te denken.”
Voor Wouter hoeft het niet per se meer en beter. “Als ik door vijf procent minder varkens te houden meer zou verdienen, dan doe ik dat meteen. Maar wie zou ons dat kunnen garanderen?” Vandaag steken Wouter en Annemie geld toe aan elke verkochte big om hun bedrijf overeind te houden, een penibele situatie die ze geen jaar meer volhouden. ABS geeft ons een idee van de verliezen: “Inclusief toeslag levert een big 23 euro op terwijl het 40 euro kost. Vleesvarkenshouders verliezen 20 euro per dier.”
De twee andere bedrijfsbezoeken laten de delegatie van politici en pers kennismaken met gezinnen met een passie voor loonwerk, vleesvee en melkvee. Daar rijzen soortgelijke vragen over het prijsverschil met de buurlanden. Koen De Busschop namens ABS-Limburg: “In Frankrijk ontvangt de boer tot 30 procent meer voor vleesvee. Ook in Nederland geeft men in verhouding een betere prijs. Wij kweken nochtans een kwaliteitsvol product: dikbillen van het Belgisch wit-blauw ras. Dit wordt echter niet gewaardeerd. Meer nog, Meritus, het stokpaardje van de vleesveehouderij en een label dat bekendheid genoot bij de consument, verdween.” Ter illustratie van de betere tijden in de vleesveehouderij: 30 jaar geleden bracht een dikbil 135 frank per kilo levend gewicht op. Dat is vandaag niet meer terwijl de kosten wel fors gestegen zijn. Belgisch rundvlees wordt voor 90 procent in eigen land verkocht zodat ABS nadrukkelijk richting distributie kijkt voor een oplossing.
“Ook voor melk behoort de in België uitbetaalde prijs bij de laagste in Europa”, vervolgt de provinciale voorzitter. “Nochtans zijn de productieomstandigheden van de moeilijkste van alle lidstaten.” Voor de lagere melkprijs heeft De Busschop een vermoeden van de oorzaak: “Teveel melk wordt de markt op geduwd in de vorm van melkpoeder en boter.” Sinds de afschaffing van het melkquotum in april van dit jaar is de melkprijs met 18 procent gedaald. Hoewel melk momenteel geen 30 euro per 100 liter meer waard is, stellen marktanalisten een verdere daling in het vooruitzicht. Op het melkveebedrijf van Anja Stassen en Karel Meertens is de infrastructuur er om meer dan de huidige 90 koeien te melken. Bij de huidige lage prijzen kijken ze kat liever uit de boom dan te investeren in extra nutriëntenemissierechten “om te mogen werken”.
Dat landbouwers geen eerlijke arbeidsvergoeding uit de markt kunnen halen, stoort ook de aanwezige politici. Bereidheid om daar mee wat aan te helpen veranderen, is er bij alle drie. Al is het altijd de vraag wat er in hun vermogen ligt en wat zij als beleidsmakers aan de markt moeten overlaten. Als politici vooral gunstige randvoorwaarden moeten scheppen om te ondernemen, dan geeft Lydia Peeters (Open Vld) als burgemeester van Dilsen-Stokkem het goede voorbeeld. Het jonge koppel Aerts-Bernaerts kreeg van het College van burgemeester en schepenen een vergunning en dus een kans om bijna vanaf nul een varkensbedrijf uit te bouwen. In het Vlaams Parlement verdedigt zij de landbouwbelangen als plaatsvervangend lid in de commissie Landbouw.
Limburgs gedeputeerde van Landbouw Inge Moors (CD&V) herinnerde bij het bezoek aan het zeugenbedrijf aan de ‘roadmap’ die de toekomst van de varkenshouderij in Limburg uitstippelt. Vanuit de sector ervaart ze veel tevredenheid over de denkoefening die nog volop bezig is en waarover recent voor het eerst gecommuniceerd werd. De roadmap past in Moors haar visie om als provincie faciliterend te werken richting agrarische ondernemers. “We zetten bijvoorbeeld ook sterk in op lokale landbouwproducten. Denk bijvoorbeeld aan het kerstmenu waarmee we de inwoners van onze provincie met de feestdagen helpen om met lokale producten heerlijke gerechten te bereiden. In volume is dat een druppel op een hete plaat, maar het draagt wel bij aan het positieve imago van landbouw.”
Hilde Vautmans (Open Vld), schepen van Landbouw en Fruitteelt in Sint-Truiden, zetelt sedert 1 januari in het Europees Parlement. Ze volgde er Annemie Neyts op en maakt deel uit van de commissie Buitenlands beleid, waar de laatste maanden de Russische handelsboycot vaak besproken werd. Liever vandaag dan morgen is ze de boycot kwijt, maar Vautmans lijkt zelf niet te geloven in een snelle oplossing zolang Rusland de akkoorden van Minsk niet respecteert. Net zoals haar collega-politici vermoedt de Truiense dat de oplossing ook van de consument moet komen. De Vlaming mag best wat fierder zijn op voedingsproducten van eigen bodem. Om de werkzaamheden in de commissie Landbouw op te volgen, houdt ze nauw contact met het liberale parlementslid Jan Huitema, die naast politicus ook melkveehouder is. Alle dossiers uit de commissie Landbouw belanden vroeg of laat in de plenaire zitting van het Europees Parlement. Daar stemt Vautmans mee met de 70 leden tellende Alliance of Liberals and Democrats for Europe (ALDE).