Aantal geslachte runderen met 8,4 procent gestegen
nieuwsIn 2014 is het aantal geslachte en ingedeelde runderen met 8,4 procent gestegen ten opzichte van 2013 tot 295.000, of ongeveer evenveel als in 2012. Dat blijkt uit cijfers van het Departement Landbouw en Visserij. Met ongeveer 295.000 geslachte en ingedeelde runderen zitten we weer op het niveau van 2012. Kanttekening is wel de daling van het aandeel S-dieren tot 36 procent. Voor varkens ging het vorig jaar om een totale slachtpopulatie van 9.700.000 dieren, goed voor een stijging van 5,3 procent.
Er werden vorig jaar aanzienlijk meer runderen (+8,4 pct) en varkens (+5,3 pct) geslacht dan in 2013. Voor runderen ging het in totaal om 295.000 stuks, voor varkens om net geen 10 miljoen stuks. Dat meldt het Departement Landbouw en Visserij, dat vorig jaar 197 controlebezoeken uitvoerde in de runderslachthuizen, waarbij 2,4 procent van het aantal geslachte en ingedeelde runderen werd gecontroleerd. Daarnaast voerde het departement ook 199 controlebezoeken uit in de varkensslachthuizen.
Opvallend is de dalende trend in het aantal goed bevleesde runderen. In 2014 daalde het aandeel S-dieren binnen de slachtpopulatie tot 36 procent, of een daling met 7 procent ten aanzien van 2013. Het aandeel O- en P-dieren steeg met 4 procent en het aandeel U-dieren steeg met 2 procent. Wat de vetheid betreft werd een lichte stijging genoteerd, zowel in de magere klasse 1 als in de iets vettere klasse 3, en dit over alle categorieën heen.
Het aantal geslachte en ingedeelde varkens bedroeg in 2014 bijna 9.700.000 dieren, goed voor een stijging van 5,3 procent ten opzichte van 2013. Het aandeel S-dieren binnen de slachtpopulatie bedroeg bijna 84 procent. Wat de conformatiebepaling van het volledige karkas betreft, zien we een dalende trend in het aantal slachthuizen die nog aan conformatiebepaling doen. Het gevolg is een sterke terugval van het aantal geslachte varkens die een conformatiebepaling hebben verkregen.
Verder stelden de toezichthouders van het Departement Landbouw en Visserij vast dat de runderkarkassen steeds beter ingedeeld worden naar categorie, vetheidsgraad en aanbiedingsvorm. Dat geldt niet voor de indeling van de runderkarkassen volgens conformatie of bevleesdheid: de laatste vijf jaar vertoont de correcte conformatiebepaling bij runderen een steeds dalende trend. In 2014 werd zelfs de ‘symbolische drempel’ van 80 procent correcte indelingen niet meer gehaald: slechts 79 procent van de geslachte runderen werd correct ingedeeld volgens conformatie.
Uit een studie van de Cel Begeleiding Karkasclassificatie van de UGent op vraag van het Departement Landbouw en Visserij blijkt overigens dat er sprake is van een systematische overwaardering van de karkassen inzake conformatie of bevleesdheid. Over alle categorieën heen worden bij de U-klasse en de E-klasse ongeveer 26,5 procent van de karkassen overgewaardeerd. Dat wil zeggen dat die karkassen in de slachthuizen minstens twee subklassen hoger werden ingedeeld dan dat de karkassen effectief waard waren. Dit kan op middellange termijn een negatief effect hebben op bijvoorbeeld de prijszetting van de karkassen die effectief S-waardig zijn.
Als het gaat over mannelijke runderen, dan blijkt dat de overwaardering van de runderen met een U-klasse oploopt tot 34 procent en die van een E-klasse zelfs tot 46 procent. Dat impliceert dat bijna 1 mannelijk E-rund op 2 overgewaardeerd wordt met minstens 2 subklassen. Voor de vrouwelijke runderen is er sprake van een overwaardering van de U- en de E-klasse van ongeveer 26,5 procent van de runderen. Bij de vrouwelijke runderen is er ook een opvallende overwaardering van de P- en O-klasse met respectievelijk 24 procent en 20 procent.
Bij de controlebezoeken in de varkensslachterijen stelden de toezichthouders van het departement vast dat de indeling van de varkenskarkassen met manuele indelingsmethoden er op vooruitgaat tijdens het toezicht op de slachtlijn, behalve voor het criterium ‘prikplaats horizontaal’, waar een daling van 5 procent correcte metingen werd vastgesteld ten opzichte van vorig jaar.
Verder blijft het opvallend dat de resultaten van het toezicht in de koelruimtes een stuk minder zijn dan de resultaten op de slachtlijn. Het blijvend correct prikken, ook al is er geen toezicht op de slachtlijn, blijft een uitdaging voor de erkende classificeerders en voor de slachthuizen in kwestie. Het aantal slachthuizen dat gebruik maakt van automatische indelingsmethoden blijft stijgen. In 2014 werd al 41 procent van de slachtpopulatie bij de varkens officieel ingedeeld via een automatische indelingsmethode.
Beeld: Wikimedia Commons - Thomas Bjorkan