nieuws

Wat zijn de bronnen van broeikasgasemissie in landbouw?

nieuws
Milieuminister Joke Schauvliege deelt mee dat de luchtkwaliteit in Vlaanderen de jongste tien jaar verbeterde. Uit de cijfers van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) blijkt onder meer dat de totale broeikasgasemissie in 2011 met 12 procent is gedaald ten opzichte van 2000. Een blik op de emissies uit landbouw leert dat veeteelt, bodemprocessen, kunstmest en brandstofverbruik voor uitstoot zorgen.
18 december 2012  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 15:07
Lees meer over:

Milieuminister Joke Schauvliege deelt mee dat de luchtkwaliteit in Vlaanderen de jongste tien jaar verbeterde. Uit de cijfers van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) blijkt onder meer dat de totale broeikasgasemissie in 2011 met 12 procent is gedaald ten opzichte van 2000. Een blik op de emissies uit landbouw leert dat veeteelt, bodemprocessen, kunstmest en brandstofverbruik voor uitstoot zorgen.

Dierlijke mest is de belangrijkste bron van ammoniake­missie in Vlaanderen, goed voor 83 procent van de tota­le NH3-emissie. Ammoniakemissie naar de lucht gebeurt voornamelijk uit veestallen en mestopslagplaatsen, bij mestuitspreiding, weiden en grazen en bij het gebruik van kunstmeststoffen. Kunstmest veroorzaakt acht procent van de Vlaamse NH3-emissie.

Het aantal stuks vee en de NH3-emissie in het jaar 2000 wor­den gelijkgesteld aan 100 procent. De ammoniakemissie afkomstig van de rundvee- en varkenshouderij daalt in de periode 2000-2011 respectievelijk met 36 procent en 27 procent. In dezelfde peri­ode vermindert het aantal runderen slechts met 11 procent en de varkensstapel met vijf procent. De pluimveestapel daalde ten opzichte van het basisjaar 2000 met 17 procent, terwijl de NH3-emissie een sterkere daling van 27 procent kende. De aanzienlijke verbetering van 2003 naar 2011 verklaart VMM grotendeels door de maatregelen uit de mestactie­plannen.

De methaanemissie door de sector is sinds 2000 met ongeveer acht procent gedaald.Toch is het belang van de sector in de totale CH4-emissie in Vlaanderen sinds 2000 procentueel aan­zienlijk toegenomen, van 65 naar 80 procent. De veeteelt is bij uitstek de belangrijk­ste bron van CH4-emissie (77%). De bijdrage van de natuur, land­bouwgronden en het brandstofverbruik in de landbouw is eerder gering. De veeteelt is de belangrijkste bron van methaanemissie in Vlaanderen.

Landbouw zorgt voor 56 procent van de lachgasemissie in Vlaanderen. In 2000 was dit nog 40 procent. N2O is een broeikasgas dat een belangrijk aandeel heeft in de klimaatopwarming. Lachgas wordt in hoofdzaak gevormd door biologi­sche processen in de bodem. Meer stikstof toedienen op landbouwgronden resulteert in het algemeen in een groter risico op N2O-emissie.

Emissies van CO2 afkomstig van (veranderingen in) landgebruik maken in 2011 minder dan twee procent uit van de totale CO2-emissie in Vlaanderen. Toch zijn deze ecosystemen in het broeikasverhaal niet onbe­langrijk volgens VMM. Ze kunnen CO2 uitwisselen en zo de atmosferische CO2-concentraties beïnvloeden. Deze emissies zijn afkomstig van veranderingen in bodemkoolstofvoorraad van permanente graslanden, ak­kerlanden en bossen, veranderingen in bovengrondse biomassa van bomen en de emissies ten gevolge van het kappen van bomen.

Meer info: Lozingen in de lucht 2000-2011 & Luchtkwaliteit in het Vlaams gewest

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek