Volksgezondheid bepaalt omvang veehouderij in Nederland
nieuwsIn Nederland woedt het debat over 'megastallen'. De bestaande wetgeving inzake milieu en ruimtelijke ordening liet al toe om eisen te stellen aan veebedrijven om hun effecten op de kwaliteit van de leefomgeving te beperken. De Nederlandse regering wil provincies en gemeenten de mogelijkheid bieden om ook om (wetenschappelijk onderbouwde) redenen van volksgezondheid de omvang van veebedrijven te beperken.
Landbouw is een motor van de Nederlandse economie, maar tegelijk staat de maatschappelijke waardering voor de sector onder druk door vragen over dierenwelzijn en milieu. Ook de risico’s voor de volksgezondheid, schaalvergroting en de inpassing van veebedrijven in hun omgeving maken deel uit van het maatschappelijk debat.
Staatssecretaris van Economische Zaken Sharon Dijksma laat weten dat het Nederlandse kabinet geen ongebreidelde groei wil, maar de versterking van de economische positie van de sector wel steunt. Lokale overheden hebben nu al de mogelijkheid om de effecten van veebedrijven op de omgeving te beperken om milieuredenen of vanwege de ruimtelijke ordening. De regering wil een wet wijzigen zodat er ook met het oog op de volksgezondheid regels opgelegd kunnen worden voor het houden van dieren. Men zal dit wel wetenschappelijk moeten onderbouwen.
De nieuwe beperkingen die eraan komen, zijn maximum dieraantallen voor de veehouderij in een bepaald gebied, inclusief het totaal op slot zetten van een gebied. Het wordt voor gemeenten en provincies ook mogelijk om een plafond te stellen aan de intensiteit van de veehouderij in een gebied, bijvoorbeeld via een maximum dieraantal per hectare. De derde mogelijkheid is het begrenzen van het maximum aantal dieren in een stal in een gebied. Het beslissingsrecht komt bij de gemeenten en provincies te liggen omdat "ieder gebied anders is en zijn eigen landschappelijke en sociale kenmerken heeft".
Er volgt nog een inventarisatie van mogelijke maatregelen ter beperking van de risico’s van de veehouderij voor de volksgezondheid. In 2014 treden er emissienormen voor fijn stof uit stallen in werking. De door de Gezondheidsraad voorgestelde norm voor endotoxinen (celwandresten van bacteriën) wordt toepasbaar gemaakt voor het verlenen van vergunningen. Verder maakt Nederland werk van wetenschappelijk onderzoek naar de gezondheidseffecten van veehouderij. Een kennisplatform zal provincies en gemeenten ondersteunen inzake veehouderij en volksgezondheid.
Landbouworganisatie LTO Nederland noemt het terecht dat het kabinet er niet voor kiest hoe groot de veestapel of een stal in een gebied kan zijn, maar dat regionaal of zelfs lokaal de afweging gemaakt moet worden of een veebedrijf kan uitbreiden. “Het is veel beter om te bekijken wat mogelijk en gewenst is. Als een regio erin slaagt om de gevolgen van veehouderij voor het milieu oftewel de emissies aanzienlijk te verminderen, moet er te praten vallen over bedrijfsontwikkeling.” Landbouwers moeten ruimte om te groeien als het ware gaan verdienen in Nederland.