nieuws

Vlaamse steun richt lokaal milieubeleid op resultaten

nieuws
De Vlaamse gemeenten en provincies ontvangen vanuit het beleidsdomein Leefmilieu en Natuur elk jaar 300 miljoen euro ondersteuning voor hun milieubeleid. Met dat geld personeel financieren, is niet de beste manier om milieuwinsten te boeken. Daarom gaat Vlaams minister Joke Schauvliege de gemeenten stimuleren om met concrete projecten meer resultaten te boeken op het terrein. Het budget blijft onveranderd.
28 november 2012  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 15:07
Lees meer over:

De Vlaamse gemeenten en provincies ontvangen vanuit het beleidsdomein Leefmilieu en Natuur elk jaar 300 miljoen euro ondersteuning voor hun milieubeleid. Met dat geld personeel financieren, is niet de beste manier om milieuwinsten te boeken. Daarom gaat Vlaams minister Joke Schauvliege de gemeenten stimuleren om met concrete projecten meer resultaten te boeken op het terrein. Het budget blijft onveranderd.

In de commissie Leefmilieu van het Vlaams Parlement werd dinsdag de studie over de effectiviteit van milieusubsidies aan gemeenten en provincies voorgesteld. Studiebureau Tritel voerde het onderzoek uit in opdracht van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie van de Vlaamse gemeenschap. Het doel was te komen tot voorstellen om de effectiviteit van de milieusubsidies aan lokale overheden te verbeteren, de subsidies te vereenvoudigen en beter op elkaar af te stemmen.

Kort samengevat, leert de studie dat ondersteuning van het lokaal milieubeleid effectief is als het resultaatgericht is. Het subsidiëren van ambtenaren of instellingen heeft weinig of geen effect. Wat wettelijk verplicht is, moet de Vlaamse overheid niet ondersteunen. Subsidies worden best gericht op de prioritaire doelstellingen van het leefmilieu- en natuurbeleid. En het is verstandig om als regionale overheid rekening te houden met grote lokale verschillen.

Op basis van deze bevindingen besliste Vlaams minister van Leefmilieu Joke Schauvliege om vanaf 2014, als de samenwerkingsovereenkomst afloopt, de gemeenten en provincies op een andere manier verder te ondersteunen. Een deel van de huidige middelen (23,3 miljoen euro) zal aan gemeenten (9 miljoen) en provincies (1 miljoen) worden betaald op basis van ingediende projecten die resultaten moeten opleveren. De overige 13 miljoen euro gaat naar de lokale besturen voor de aanleg van rioleringen.

Bij het uitwerken van projecten genieten de gemeenten een ruime vrijheid. De minister verbindt daar wel de voorwaarde aan dat projecten moeten kaderen in de Vlaamse én Europese milieudoelstellingen. Lokale projecten die in aanmerking komen voor Vlaamse steun zijn bijvoorbeeld erosiebestrijdingswerken, maatregelen tegen overstromingen of herstel van biodiversiteit door mee te werken aan de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen. Het kan ook gaan om projecten die een vermindering beogen van de CO2-uitstoot of van de milieuhinder door geluid, geur, licht of stof.

“De studie toont aan dat de meeste vooruitgang voor het leefmilieu wordt geboekt wanneer gemeenten worden ondersteund om daadwerkelijk resultaten neer te zetten op het terrein, en niet om personeel te financieren", aldus Schauvliege. Per gemeente laat de minister een projectenveloppe ter beschikking stellen zodat duidelijk is op wat de gemeente kan rekenen.

Eerder is al beslist dat gemeenten niet langer een apart milieubeleidsplan en milieujaarprogramma hoeven op te maken. Het milieubeleid hoort thuis in het algemeen beleidsplan van de gemeente. Dat vermindert de plan- en rapportagelasten voor de gemeenten inzake leefmilieu. Ook de opvolging van de projecten zal eenvoudig en resultaatgericht gebeuren. De nieuwe subsidieregeling zal nu samen met de verenigingen van de steden en gemeenten en de Vlaamse provincies verder worden uitgewerkt.

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek