nieuws

Vlaamse mestbalans in 2009 opnieuw in evenwicht

nieuws
Vlaams minister van Leefmilieu Joke Schauvliege stelde op Agriflanders het Voortgangsrapport 2010 van de Mestbank voor. Uit de resultaten blijkt dat de Vlaamse mestbalans in 2009 opnieuw in evenwicht was. Dat is voor de derde keer op rij. Maar het rapport toont ook aan dat landbouwers zich verder moeten inspannen om de waterkwaliteit te verbeteren.
15 januari 2011  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 14:58
Lees meer over:

Vlaams minister van Leefmilieu Joke Schauvliege stelde op Agriflanders het Voortgangsrapport 2010 van de Mestbank voor. Uit de resultaten blijkt dat de Vlaamse mestbalans in 2009 opnieuw in evenwicht was. Dat is voor de derde keer op rij. Maar het MAP-meetnet en de nitraatresidumetingen tonen ook aan dat landbouwers moeten volharden in hun inspanningen om de waterkwaliteit verder te verbeteren.

Met het Voortgangsrapport informeert de Mestbank jaarlijks de bevoegde minister van Leefmilieu over het mestgebeuren in Vlaanderen. In de lopende onderhandelingen met de Europese Commissie over het nieuwe Vlaamse mestactieplan 2011-2014 wordt dit rapport een belangrijk achtergronddocument.

Een eerste positieve vaststelling is dat de mestbalans in Vlaanderen voor 2009 weer in evenwicht is. Dat is het derde jaar op rij, wat volgens Schauvliege te danken is aan het gebruik van nutriëntenarme voeders, derogatie, mestverwerking en export van mest. Sinds 2007 heeft Vlaanderen dus geen mestoverschot meer.

“Het evenwicht op de mestbalans vertaalt zich echter nog niet in een voldoende verbetering van de oppervlaktewater- en grondwaterkwaliteit”, stelt Schauvliege vast. “Verdere maatregelen zijn nodig om de Europese doelstellingen te halen. Het nieuwe MAP moet de waterkwaliteit in de komende vier jaar nog substantieel verbeteren”, aldus Schauvliege.

Eén van de inspanningen is het gebruik van eiwit- en fosforarme voeders als aanpak aan de bron om de mestproductie van varkens en pluimvee te verminderen. Landbouwers die in 2009 opteerden voor het gebruik van nutriëntenarme voeders realiseerden samen 9 miljoen kg stikstof en 8 miljoen kg fosfaat minder mestproductie.

De evolutie van het aantal dieren wijst erop dat landbouwers gebruik maken van de mogelijkheden om uit te breiden na bewezen mestverwerking. De Vlaamse varkensstapel groeide in 2009 met 76.000 dieren. Voor pluimvee was er een toename van ruim 1 miljoen dieren. De bijkomende mestproductie van 1,5 miljoen kg stikstof werd weggewerkt via mestverwerking waarvan de capaciteit ook in 2009 nog toenam.

Een ander instrument dat de mestbalans beïnvloedde, is derogatie. Ook in 2010 vulde één landbouwer op de tien de toegelaten maximale bemesting van zijn landbouwgrond in met meer dierlijke mest, met naleving van een aantal strikte voorwaarden. “Het behoud van de derogatie is een sleutelelement voor de landbouwsector”, erkent Schauvliege. De minister beloofde alles in het werk te stellen om ook de komende vier jaar de derogatie te kunnen voortzetten.

Het evenwicht op de Vlaamse mestbalans neemt niet weg dat balansproblemen op bedrijfsniveau blijven bestaan. “Dit heeft onder meer tot gevolg dat er nog te veel mest vervoerd wordt naar akkers en weiden op het einde van de zomer, net voor de uitrijstop. Als op deze gronden geen wintervruchten of groenbemesting worden uitgezaaid, spoort dit uiteraard niet met een goede landbouwpraktijk”, betreurt Schauvliege. In het kader van het nieuwe MAP zullen op dit vlak bijkomende maatregelen worden genomen.

De finale doelstelling van het mestbeleid is een verbetering van de waterkwaliteit. De afgelopen 10 jaar is dat ook gelukt met een gevoelige verbetering van de kwaliteit van het oppervlaktewater. Het percentage MAP-meetpunten dat de Europese nitraatnorm van 50 milligram nitraat per liter overschrijdt, is gedaald van 59 procent in het winterjaar 1999-2000 tot 33 procent in het winterjaar 2009-2010.

De minister toonde zich opgetogen over deze flinke stap vooruit, maar voegde er meteen aan toe dat die verbetering moet versnellen om tijdig aan de Nitraatrichtlijn te voldoen. Het Voortgangsrapport toont immers aan dat de evolutie van de fosfaatgehalten na een positieve evolutie de voorbije drie jaar weer negatief is. Bovendien werd in het winterjaar 2009-2010 nog bij één op de drie meetpunten een overschrijding van de Europese nitraatnorm vastgesteld.

“Ook de grondwaterkwaliteit evolueert onvoldoende snel”, oordeelt Schauvliege. “Het grondwater reageert sowieso veel trager op wijzigingen van het mestbeleid. Het water dat de bodem insijpelt, heeft immers een zekere reistijd nodig voor het het grondwater bereikt.” Het Voortgangsrapport wijst wel reeds op een lichte verbetering van de gemiddelde nitraatconcentratie in de bovenste filter van het grondwatermeetnet.

De ambities van het Vlaamse mestbeleid reiken evenwel verder dan dat. Tegen 2014 mag de Europese nitraatnorm van 50 mg nitraat per liter in niet meer dan 16 procent van de MAP-meetpunten oppervlaktewater overschreden worden. Tegen 2018 moet dat nog maximaal 5 procent zijn. Het ontwerp van het mestactieplan 2011-2014 dat door de Vlaamse overheid aan Europa is voorgelegd, bevat een reeks voorstellen van maatregelen om de streefcijfers inzake waterkwaliteit te halen.

De eerste voorlopige signalen wijzen erop dat Europa betwijfelt of de voorstellen voldoende ingrijpend zijn. Minister Schauvliege doet er samen met haar collega van Landbouw Kris Peeters alles aan om dit dossier zo goed en zo vlug mogelijk af te ronden. “De inspanningen in het nieuwe MAP zullen pijn doen”, aldus Schauvliege, “maar er rest ons weinig keuze wil Europa ons bij de bespreking van een volgend MAP niet tot een afbouw van de veestapel verplichten.”

Meer info: Voortgangsrapport 2010

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek