nieuws

Veredeling zorgt nog steeds voor productieverhoging

nieuws
Nieuwe rassen van granen, aardappelen en suikerbieten brengen ook vandaag nog meer op dan hun voorgangers. Dat toont aan dat er nog geen productiemaximum is bereikt, terwijl wereldwijd werd vermoed dat dit wel het geval zou zijn. “De plantenveredeling zorgt dus nog steeds voor een verhoging van de maximaal haalbare opbrengst”, zeggen onderzoekers van de Nederlandse Wageningen Universiteit.
24 oktober 2013  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 15:12
Lees meer over:

Nieuwe rassen van granen, aardappelen en suikerbieten brengen ook vandaag nog meer op dan hun voorgangers. Dat toont aan dat er nog geen productiemaximum is bereikt, terwijl wereldwijd werd vermoed dat dit wel het geval zou zijn. “De plantenveredeling zorgt dus nog steeds voor een verhoging van de maximaal haalbare opbrengst”, zeggen onderzoekers van de Nederlandse Wageningen Universiteit.

In de praktijk vragen ondernemers, adviseurs en onderzoekers zich wel eens af of plantenveredelaars nog wel in staat zijn om de opbrengst van gewassen te verhogen. In de internationale literatuur duiken steeds vaker artikelen op waaruit blijkt dat praktijkopbrengsten in landen waar de productie al hoog ligt, nauwelijks meer zouden toenemen. Omdat de Wageningse onderzoekers zich afvroegen of zo’n opbrengstplafond echt bestaat, startten ze een onderzoek.

De opbrengst van een gewas is afhankelijk van de genetische eigenschappen van het ras, de bodem, het klimaat en de teelttechniek. De onderzoekers analyseerden tal van Nederlandse rassenproeven uit de periode 1980-2010. Via een statistische techniek konden de onderzoekers de invloed van weersomstandigheden, CO2-gehalte en gewasmanagement scheiden van het effect van nieuwe rassen.

Op die manier ontdekten de onderzoekers dat nieuwe rassen die tussen 1980 en 2010 op de markt kwamen, steeds net iets meer opbrachten dan de rassen die al op de markt waren. Dat geldt voor wintertarwe, zomergerst, zetmeelaardappelen en suikerbieten en in mindere mate voor consumptieaardappelen. Over de onderzochte periode nam de opbrengst van de voor het eerst op de markt verschenen rassen van wintertarwe en zomergerst met ongeveer één procent per jaar toe.

De meest opvallende conclusie van de onderzoekers is het uitblijven van een afvlakking van de opbrengsttoename. “De recente nieuwe rassen zijn nog net zoveel beter als hun voorgangers als dat het geval was in het begin van de jaren ’80. De plantenveredeling zorgt dus nog steeds voor een verhoging van de maximaal haalbare opbrengst”, klinkt het.

Toch zien de onderzoekers ook dat de mogelijkheden van de nieuwe rassen niet volledig worden benut. “Het zogenaamde opbrengstgat tussen maximaal haalbare en gerealiseerde opbrengst neemt toe in de praktijk. Het is nog de vraag waar dat aan ligt: aan het veranderende klimaat, de bodemvruchtbaarheid, de gewijzigde teelthandelingen of aan een combinatie van deze factoren”, aldus de Wageningen Universiteit.

Meer informatie: Genetic progress in Dutch crop yields

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek