"Varkenshouders laten veel geld liggen"
nieuwsBackus heeft de voorbije jaren onderzoek gedaan naar de prijsvorming in de varkenshouderij. Ook is zijn afdeling van het LEI betrokken bij de economische onderbouwing van Farmingnet, het analyseprogramma van de Nederlandse slachterij Vion. Varkenshouders krijgen met Farmingnet alle technische gegevens uit het slachthuis ter beschikking. Het gaat om het gewicht van hun dieren, spek- en spierdikte, vleespercentage, huidaandoeningen, enzovoort.
Waar de meeste afnemers van vleesvarkens varkens op de voet kopen, werkt Vion met een prijs per kilo geslacht gewicht. De basisprijs wordt verrekend met de kwaliteit van de varkens. Deze manier van uitbetalen is mogelijk omdat Nederlandse slachterijen een uniform uitbetalingssysteem hebben. Onafhankelijke instanties zien toe op het naleven van het systeem. "Hoe meer info een varkenshouder heeft, hoe meer hij het management kan verbeteren", zegt Backus. "Per varken praat je misschien maar over een paar eurocent, maar op bedrijfsniveau gaat het om grote bedragen per jaar".
De vraag is of de Belgische varkenshouders wel zitten te wachten op een dergelijk systeem. Een varkenshouder kan met het op voet verkopen immers ook proberen de hoogste prijs in de wacht te slepen. "Uiteindelijk moet de economische waarde van het varken toch uit de markt komen", reageert Backus. Uit Nederlands onderzoek blijkt dat de economische schade van slachtafwijkingen ongeveer 2,87 euro per geslacht varken bedraagt. De totale varkensvleesketen bij onze noorderburen zou 70 mijoen euro kunnen besparen door een betere afstemming tussen slachthuis en varkensbedrijf.
"Voor Nederland gaat het om een gemiddeld bedrag van 7.000 euro per bedrijf", zegt de econoom. "Ik heb geen concrete informatie uit België, maar ik verwacht dat de potentiële voordelen per bedrijf daar nog groter zijn". Vooral door het verkleinen van de spreiding in gewicht bij de levering van varkens zou een forse kostenbesparing mogelijk zijn. Kostenbeheersing in de productieketen worden in de toekomst overigens belangrijker dan ooit wegens de toenemende internationale concurrentie.