Resultaten efficiënte bestrijding exoten bekendgemaakt
nieuwsIn de strijd tegen invasieve exotische planten en dieren, is preventie het belangrijkste. En als ze toch in de natuur opduiken, is het zaak zo snel mogelijk in te grijpen. Zo luiden enkele van de conclusies van het Interreg-project Invexo, die afgelopen week bekend werden gemaakt. 24 organisaties uit Vlaanderen en Nederland onderzochten daarbij hoe invasieve exoten kostenefficiënt bestreden kunnen worden.
Er komen steeds meer exotische planten en dieren door toedoen van de mens in onze natuur terecht. Meestal veroorzaken die soorten geen problemen, vaak kunnen ze hier zelfs niet overleven. Maar sommige soorten slagen er wel in zich te vestigen en zijn ‘invasief’, onder meer door het ontbreken van natuurlijke vijanden. Invasieve exoten kunnen aanzienlijke schade veroorzaken aan natuur, economie, veiligheid of gezondheid van mens en dier. De stierkikker bijvoorbeeld koloniseert vijvers en verstoort het natuurlijk evenwicht. Grote waternavel overwoekert hele waterlopen en zomerganzen zorgen voor schade in landbouw-, natuur- en recreatiegebieden.
Omdat de bestrijdingskosten hoog oplopen, besloten 24 organisaties uit Vlaanderen en Nederland hun krachten te bundelen in het Interreg-project Invexo (2009-2012). Zij werkten samen op vlak van preventie, risicobeoordeling, melding, schademeting, bestrijding, monitoring, kennisopbouw en communicatie, en dit specifiek voor vier invasieve soorten: grote waternavel (en andere invasieve waterplanten), zomerganzen, stierkikker en Amerikaanse vogelkers. “Hoe kan kostenefficiënt ingegrepen worden?”, luidde de hamvraag, “zonder dat het ten koste gaat van andere inspanningen voor natuurbehoud”.
Op het Invexo-eindsymposium in s’-Hertogenbosch afgelopen week werden de resultaten van het project voorgesteld. Naast een reeks algemene beleidsaanbevelingen, formuleerde Invexo ook aanbevelingen voor de vier specifieke probleemsoorten en ondertekenden de projectpartners alvast een intentieverklaring om te blijven samenwerken.
De aanpak van een invasieve soort vergt altijd maatwerk: de aanpak hangt af van de soort, de plaats en het doel. Invasieve waterplanten bijvoorbeeld, verdwijnen volledig als ze ongeveer drie jaar lang intensief bestreden worden. Nadien is nazorg nodig, maar dalen de bestrijdingskosten aanzienlijk. Voor de stierkikker werd door de projectpartners dan weer een waarschuwingssysteem opgezet, zodat nieuwe waarnemingen snel gelokaliseerd kunnen worden. “Want hoe sneller men kan ingrijpen, hoe beter”, klinkt het. Geïsoleerde populaties kunnen bovendien effectief aangepakt worden, door een integrale bestrijding en nazorg. Voor populaties in een netwerk van vijvertjes daarentegen, blijkt eliminatie niet meer haalbaar.
Wat de zomerganzen betreft, maakten de partners werk van jaarlijkse gezamenlijke tellingen. “Dit is nodig om de ontwikkeling van populaties te volgen en de inspanningen te evalueren.” Verder werd een combinatie van beheermaatregelen toegepast, zoals het prikken van eieren, afvangen van ganzen en stimuleren van de jacht. “Een goede aanpak vereist in ieder geval monitoring, overleg en samenwerking tussen natuur-, landbouw-, jachtsector en terreinbeheerders.” Voor de Amerikaanse vogelkers ten slotte, blijkt ‘overal bestrijden’ geen optie meer. Hij gedijt al te lang in onze natuur. “Of de soort nog aangepakt wordt in bossen, hangt af van de beheerdoelstelling van die bossen.”
Als algemene conclusie stellen de partners dat voorkomen het belangrijkste is. Goede voorlichting en eenduidige wetgeving, zoals een verkoop- en handelsverbod, kunnen bijvoorbeeld verhinderen dat invasieve planten in onze natuur terechtkomen. En als ze dan toch in de natuur opduiken, moet er zo snel mogelijk worden ingegrepen.
Consumenten kunnen thuis zelf ook maatregelen nemen. “Door géén soorten toe te voegen aan uw vijver bijvoorbeeld. Inheemse kikkers en salamanders komen er vanzelf wel op af. Kies verder voor inheemse, niet-invasieve planten, en zorg dat uitheemse planten of dieren niet ‘ontsnappen’ naar de vrije natuur. Zet planten of dieren uit vijver of aquarium dan ook nooit in een vijver, sloot of waterloop.”
Meer info: Minder invasieve planten en dieren, meer biodiversiteit