"Regionale identiteit kan boeren inkomsten opleveren"
nieuwsDe landbouw biedt een surplus voor de streekidentiteit. Buitenlandse voorbeelden tonen aan dat een deel van de meerwaarde weer kan terugvloeien naar de agrarische sector. In opdracht van het Federaal Wetenschapsbeleid onderzoeken de UGent, het ILVO, de K.U.Leuven en de Fondation Rurale de Wallonie de effecten van een agrarische streekidentiteit in ons land.
Zelfs in het verstedelijkte Vlaanderen zijn er genoeg voorbeelden van agrarische landschappen die hun stempel drukken op de identiteit van een hele regio. Denk aan de hopvelden rond Poperinge, de glooiende akkers in het Pajottenland, het vlakke landbouwlandschap in het Meetjesland en de Katarakt-landschappen van Haspengouw. "Ondanks de stijgende vraag naar diensten zoals natuur- en landschapsbeheer volgt het aanbod deze trend niet", stelt de Gentse onderzoekster Evy Mettepenningen vast.
Overheidssteun voor dergelijke diensten is vaak onaantrekkelijk voor landbouwers, en daarbuiten lijken ze niet makkelijk te vermarkten. "Het nieuwe onderzoeksproject gaat ervan uit dat voor deze diensten wel degelijk nieuwe markten gecreëerd kunnen worden, die verbonden zijn aan de regionale identiteit", vertelt Mettepenningen.
Wetenschappelijke literatuur toont aan dat een agrarische streekidentiteit positieve economische effecten kan hebben, bijvoorbeeld op de prijzen van toeristische accomodaties en op vastgoedprijzen. Op die manier kan de landbouw onrechtstreeks bijdragen aan de competitiviteit van landelijke gebieden. Het agrarisch karakter van een streek wordt daarom vaak uitgespeeld bij streekontwikkelingsprocessen.
In Vlaanderen en Wallonië kan een sterke regionale identiteit landbouwers kansen verschaffen om onder meer via hoevetoerisme en de verkoop van hoeveproducten een extra inkomen te verschaffen. Maar uit de voorlopige resultaten van het nieuwe onderzoek blijkt dat ook andere actoren zoals uitbaters van toeristische infrastructuur, winkelcentra, plaatselijke horeca en lokale voedingsproducenten profiteren van de aantrekkingskracht van een bepaalde streek.
"Een deel van die meerwaarde zouden landbouwers kunnen recupereren via nieuwe modellen of instrumenten zoals landschapsveilingen of -fondsen, een toeristentaks of 'rood-voor-open ruimte' constructies. Bij deze laatste betalen inwoners van een gebied dat omgeven is door een mooi landschap rechtstreeks aan diegenen die hen dat mooie uitzicht bieden, wat in vele gevallen landbouwers zijn", aldus Mettepenningen.
Uit het onderzoek blijkt eveneens dat streekontwikkeling problemen kan veroorzaken voor landbouwers. Die gaan van overlast door toeristen, over beperkingen om te boeren tot de aanleg van wandelpaden en schadelijke beslissingen door beleidsmakers wegens een gebrek aan kennis over landbouw. Gebrek aan begrip voor sommige beleidsacties en angst voor ongunstige ontwikkelingen kunnen ook leiden tot tegenkanting van boeren bij streekontwikkelingsprocessen.
De eerste voorzichtige conclusie van het onderzoeksproject is dat multifunctionele landbouw en regionale identiteit een succesvolle tandem kunnen vormen, op voorwaarde dat de boeren betrokken worden bij streekontwikkelingsprocessen. "Voor de landbouworganisaties is daarom zeker een taak weggelegd om het potentieel van een sterke agrarische streekidentiteit voor landbouw te erkennen, de nodige stappen te ondernemen om betrokken te worden bij deze processen en zo maximale kansen te creëren voor lokale landbouwers", besluit Mettepenningen.
De onderzoekers zijn nog op zoek naar landbouwers uit het Meetjesland en Haspengouw die een enquête willen invullen. Op die manier helpen ze het onderzoek verder en maken ze kans om een prijs in de wacht te slepen.
Meer informatie: Universiteit Gent, Evy Mettepenningen, 09/264 59 43