RUP glastuinbouwcluster Melsele naar Vlaamse regering
nieuwsOm de glastuinbouwsector de nodige ruimte te geven om zich te handhaven op de Europese markt is door de provincie Oost-Vlaanderen een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) voor een glastuinbouwcluster in Melsele opgemaakt. Nu het RUP definitief is vastgesteld door de provincieraad wordt het samen met het begeleidend onteigeningsplan ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse regering.
De Vlaamse glastuinbouw is een sector met economisch belang die op een beperkte oppervlakte zorgt voor toegevoegde waarde en tewerkstelling. Het aantal glastuinbouwbedrijven daalt, maar de bestaande bedrijven worden groter en geraken nog moeilijk aan vergunningen om op nieuwe locaties te bouwen. De provincie Oost-Vlaanderen zet voor de verdere ontwikkeling van de sector daarom in op een glastuinbouwsector in Melsele.
"Het groeperen van glastuinbouwbedrijven biedt een aantal voordelen: van meer rechtszekerheid tot een efficiënter en duurzamer gebruik van ruimte, energie en water", motiveren gedeputeerden Alexander Vercamer (landbouw) en Marc De Buck (ruimtelijke ordening). "Ook bedrijfseconomisch heeft de tuinder baat bij de samenwerking. Door gebruik te maken van gemeenschappelijke voorzieningen worden de eigen kosten gedrukt."
Als het ruimtelijk uitvoeringsplan wordt goegekeurd door de Vlaamse regering, dan zal de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij een trekkersrol vervullen in het ontwikkelingstraject. Zuinig energie- en watergebruik zijn daarbij bijzondere aandachtspunten. In het kader van het EFRO-project 'Duurzame glastuinbouwclusters in Oost-Vlaanderen' is al een grondwaterstudie opgemaakt. De resultaten daarvan worden meegenomen bij het verder uittekenen van de inrichtingsschetsen.
Op vlak van energiegebruik wordt bekeken op welke wijze een WKK-installatie (warmtekrachtkoppeling) en een warmtenet ingeschakeld kunnen worden. Bij een WKK-installatie worden stroom, warmte en CO2 gelijktijdig opgewekt. De warmte en CO2 die als restproducten bij de elektriciteitsproductie vrijkomen, kunnen door de tuinders gebruikt worden om de groei van de gewassen te stimuleren.
Ook mogelijke synergieën met landbouwaanverwante bedrijven, die terecht kunnen in de daarvoor voorziene zone, worden onderzocht. De landschapskwaliteit van het project en de integratie van de serres in de omgeving worden verder onder de loep genomen en indien mogelijk gestuurd via een beeldkwaliteitsplan. De POM zal daarnaast werk maken van een sterke juridische en financiële basisstructuur en een terreinmanagementplan voor het beheer van deze cluster.