Pesticidenverbruik in de VS steeg door ggo-teelt
nieuwsOp akkers met ggo's spuiten Amerikaanse boeren een vijfde meer gewasbeschermingsmiddelen dan op akkers met conventionele katoen, soja en maïs. Onderzoek van de Washington State University brengt een groot verschil aan het licht tussen twee soorten ggo's: Bt-gewassen konden het insecticidengebruik effectief verminderen, maar glyfosaatresistente ggo's lijken de strijd tegen onkruid te verliezen.
Monsanto claimt al jaren dat ggo-gewassen het gebruik van pesticiden verminderen, maar volgens de Washington State University is het tegendeel waar. Met behulp van cijfermateriaal van het Amerikaanse landbouwministerie toonde professor Charles Benbrook aan dat glyfosaatresistente gewassen die belofte enkel waarmaken in de eerste jaren dat zij op de markt zijn.
Intussen worden ggo's op ongeveer de helft van de Amerikaanse akkers geteeld en loopt dat voor maïs (85%), soja en katoen (95%) nog veel hoger op. Onkruiden hebben zich aangepast en werden resistent voor het totaalherbicide glyfosaat. Daardoor zijn boeren die glyfosaatresistente ggo's telen meer bespuitingen gaan toepassen en hebben ze nieuwe herbiciden toegevoegd aan hun bespuitingsschema.
Glyfosaatresistente gewassen hebben het gebruik van herbiciden met 239 miljoen kilo (11%) verhoogd van hun introductie in 1996 tot 2011. Benbrook berekende dat zonder ggo's in 2011 ongeveer 41 miljoen kilo minder herbiciden nodig zou geweest zijn om de akkers onkruidvrij te houden. "Op percelen met ggo's moet de dosis elk jaar met een kwart verhoogd worden om de onkruiden meester te blijven", weet professor Benbrook. De milieuwinst die oorspronkelijk geboekt werd, gaat zo volledig verloren.
Anders dan glyfosaatresistente ggo's slagen insectenresistente Bt-gewassen er wel in om het pesticidengebruik duurzaam te verlagen. Dankzij deze soort ggo's is het insecticidengebruik met 56 miljoen kilo (28%) verminderd tussen 1996 en 2011. Maar ook hier loert het gevaar van resistentie om de hoek want er duiken insecten op die bestand zijn tegen het Bt-gif in de ggo's. Benbrook merkt bovendien op dat deze planten meer van het Bt-gif produceren dan het volume van een insecticide dat de landbouwer nodig zou hebben om de plaag te bestrijden.
Tot 2001 was het globaal milieuresultaat van herbiciden-/glyfosaatresistente en insectenresistente ggo's nog positief. Samen zorgden ze namelijk voor een reductie van het pesticidengebruik met twee procent. De toenemende resistentie bij onkruiden deed het tij vervolgens keren zodat van 1996 tot 2011 het totale pesticidenverbruik zeven procent (184 miljoen kilo) hoger lag dan het geval zou zijn geweest zonder ggo's. Voor elke kilo insecticide die vermeden werd, is er vier kilo herbicide bijgekomen.
Als reactie op de verspreiding van resistente onkruiden ontwikkelde de industrie nieuwe variëteiten die voor meerdere herbiciden resistent zijn, inclusief oudere middelen als 2,4D en dicamba. Deze middelen houden grotere gevaren in voor het milieu en de volksgezondheid.
Meer info: Impacts of genetically engineered crops on pesticide use in the US