"Mestverwerking moet inzetten op nutriëntrecuperatie"
nieuwsDe link tussen intensieve veehouderij en akkerbouw moet verder ontwikkeld worden. Dit onder meer door verder in te zetten op nutriëntrecuperatie uit dierlijke mest. Aldus was de boodschap van de studiedag ‘Van stal tot akker’, georganiseerd door Euregio Scheldemond, waartoe West- en Oost-Vlaanderen behoren. Verder werd stilgestaan bij vijf thema's: regionale eiwitten, mestverwerking en -afzet, innovatie, afzet en impact op de omgeving.
De veehouderij in Vlaanderen wordt gekenmerkt door regionale concentratie en bedrijfsspecialisatie. Gemengde bedrijven vormen een minderheid en de intensieve veehouderij concentreert zich in het noordwesten van het land. Dit heeft (schaal)voordelen, maar ook nadelen. “Zo is er een groot probleem met de productie en afzet van dierlijke mest”, stelt professor Jeroen Buysse (UGent): sommige bedrijven en regio’s (akkerbouw) hebben een tekort aan mest, terwijl anderen er een teveel aan hebben. Dit stelt zowel het eerste als tweede type bedrijven/regio’s voor grote transport- en andere kosten: het eerste moet mest aankopen en invoeren, terwijl het tweede mest moet verwerken en/of exporteren.
“De link tussen intensieve veehouderij en akkerbouw moet (opnieuw) verder ontwikkeld worden. Maar is de specialisatie op regionaal en bedrijfsniveau daarvan de oplossing?”, vraagt Buysse zich af. Hij gelooft zelf van niet. “In de praktijk zien we dan ook het omgekeerde: ondanks de hogere kosten waarmee varkenshouders in West-Vlaanderen geconfronteerd worden in vergelijking met varkenshouders elders in het land, blijft de concentratie in de provincie zich voortzetten. En ik verwacht dat die evolutie nog wel een tijdje aan de gang zal blijven.” Als reden daarvoor haalt hij de toenemende economische liberalisering van de landbouwmarkt aan, gekenmerkt door het afschaffen van onder meer de suiker- en melkquota. “Hoe vrijer een markt, hoe meer concurrentie en dus hoe belangrijker schaalvoordelen en specialisatie”, klinkt het.
Een oplossing die Buysse wél plausibel acht, is de verdere ontwikkeling van mestverwerking. En dan heeft hij het over nutriëntrecuperatie en de productie van kunstmestvervangers. “Want ondanks het feit dat mestverwerking in Vlaanderen de laatste jaren in de lift zit, blijft het gebruik van kunstmest hoog, met extra druk op het milieu en extra kosten als gevolg. Dit omdat de producten die mestverwerkers van de eerste generatie (biologie en compostering) afleveren, niet helemaal overeenstemmen met de behoeften op de akkers. Daar ligt dus nog een belangrijke taak weggelegd voor technologie en beleid.”
Behalve een situatieschets van de link tussen veehouderij en akkerbouw, werd op de studiedag stilgestaan bij vijf thema's of hefbomen. Een eerste thema was regionale eiwitten. Volgens Ruud Tijssens, voorzitter van de Europese federatie van mengvoederfabrikanten (FEFAC), bestaat er geen beter alternatief voor ingevoerd sojaschroot dan inlands gekweekt sojaschroot. “Dat thema staat dan ook hoog op de agenda in Europa en er wordt al heel wat geëxperimenteerd. Die experimenten tonen aan dat Europese sojaproductie zeker potentieel heeft, maar ook dat de teelt nog niet kan concurreren met die van graan op vlak van opbrengst. En dat maakt het voor akkerbouwers natuurlijk minder interessant, tenzij er volop ingespeeld wordt op de nichemarkt van ggo-vrije soja, want die is groot”, klinkt het.
Een tweede thema was mestverwerking en -afzet. De uiteenzetting die Bert Bohnen van de studiedienst van Boerenbond daarover gaf, sluit nauw aan bij de analyses van professor Buysse. Ook Bohnen benadrukt dat het gecombineerd gebruik van dierlijke mest en kunstmest op lange termijn niet houdbaar is – “als we tenminste de waterkwaliteit willen halen, en we mogen ervan uitgaan dat de gebruiksnormen nog zullen worden aangescherpt” – en er dus moet worden nagedacht over kunstmestvervangers uit nutriëntrecuperatie.
Als derde thema werd gesproken over de impact van veehouderij op de omgeving, meer concreet de druk op het milieu, de buurt, dierenwelzijn en het landschap (inplanting). Een vierde en vijfde thema waren innovatie en afzet. Daarbij werd vooral gewezen op het potentieel van innovatie in de aanpak van emissies, het terugdringen van het antibioticagebruik en een diervriendelijker huisvesting in de varkenshouderij, en op nieuwe afzetmogelijkheden voor vlees in Azië (vooral China).
Jaarlijks organiseren de provincies West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Zeeland een themadag in samenwerking met de vakgroep Landbouw van de Euregio Scheldemond. Na de thema's 'Korte keten' (2011) en 'Groene grondstoffen' (2012) werd in 2013 voor het thema 'Van stal tot akker: de link tussen intensieve veehouderij en akkerbouw' gekozen.