"Landbouw kan niet eindeloos broeikasgas reduceren"
nieuwsEuropa heeft onlangs beslist dat in ons land sectoren zoals transport, huisvesting en landbouw hun uitstoot tegen 2020 met 15 procent moeten terugdringen. "De landbouwsector wil de handschoen oppakken, maar op een bepaald moment zullen we rationeel moeten nagaan in welke sectoren en welke landen de reductie van een kilogram CO2 het minste kost", zegt klimaatdeskundige Veerle Campens van de Vlaamse landbouwadministratie in geVILT.
Vlaanderen en Wallonië moeten nog rond de tafel zitten om een verdeling van die bijkomende inspanning af te spreken. Hoewel de Vlaamse landbouw er sinds 1990 reeds in geslaagd is om de uitstoot van broeikasgas met 18 procent terug te dringen, is Campens ervan overtuigd dat het allemaal nóg klimaatvriendelijker kan door middel van voederrantsoenen die een lagere methaanuitstoot veroorzaken, een geoptimaliseerde energiebalans in de glastuinbouw, de omschakeling naar milieuvriendelijke vistechnieken, enzovoort.
"Bovendien kan door de verbranding van biogas nog veel meer methaan omgezet worden in CO2, een broeikasgas dat 21 keer minder schadelijk is", aldus Campens, die zich tegelijkertijd hoedt voor te veel euforie. "Tegen 2050 is momenteel sprake van een reductie van minstens vijftig procent tegenover 1990, maar intussen zal de voedselproductie wereldwijd wel moeten toenemen om alle monden te kunnen voeden".
Een studie van de Leuvense universiteit die vorig jaar werd uitgevoerd heeft uitgewezen dat de Vlaamse landbouw in het kader van de klimaatverandering vooral waakzaam moet zijn voor occasionele droogteperiodes en hittestress bij dieren. In het ergste klimaatscenario wordt de financiële schade voor de land- en tuinbouw op jaarbasis geraamd op 201 miljoen euro. Maar indien de land- en tuinbouwbedrijven adaptatiemaatregelen nemen kan dat kostenplaatje heel fors gereduceerd worden.