ILVO gaat co-existentieregels toetsen aan praktijk
nieuwsOp een proefveld van het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) in Wetteren werd dinsdag ggo-maïs ingezaaid. Hiermee willen de onderzoekers van het ILVO de voorgestelde co-existentieregels in de Vlaamse wetgeving toetsen aan de Vlaamse praktijkomstandigheden. De analyseresultaten moeten tegen het voorjaar van 2011 gebundeld worden in een globaal evaluatierapport.
In Europa is de invoer en de teelt van twee ggo-gewassen toegelaten: de maïsvariëteit MON810 en de Amflora-aardappel. Welke gewassen en onder welke voorwaarden die toegelaten worden, ligt in handen van de EU. Het uitvaardigen van regels over co-existentie maatregelen is een bevoegdheid van de lidstaten. Co-existentie duidt op het naast elkaar laten bestaan van zowel ggo’s, conventionele als biologische gewassen binnen de landbouw. Regels over co-existentie dienen om de consument keuzevrijheid te verzekeren en economische schade te vermijden.
Economische schade kan optreden wanneer de sporen van ggo’s zich gaan vermengen met conventionele of biologische gewassen. Vermenging kan plaatsvinden door pollenbestuiving, bij het zaaien of planten, het oogsten en het transport of door opslag. Om vermenging te beperken en co-existentie mogelijk te maken, moeten co-existentiemaatregelen uitgevaardigd worden. De oorzaken en de kansen op vermenging variëren per teelt en dus moeten de maatregelen ook teeltspecifiek zijn.
In Vlaanderen zijn momenteel besluiten van de Vlaamse regering (BVR’s) in voorbereiding die de concrete procedures en specifieke teeltvoorwaarden gewas per gewas vastleggen. Voor maïs is onder meer bepaald dat wanneer een landbouwer ggo-maïs wil telen, hij dit ten laatste op 10 december voor het inzaaien moet melden aan de overheid. Ook moet hij een intentieverklaring sturen naar buurproducenten binnen een meldingsafstand van 100 m rond een ggo-veld, ten laatste op 30 december voor de inzaai.
Een teler moet bovendien een technische isolatieafstand van 50 meter respecteren als hij ggo’s wil telen. Hij is ook verplicht om eventuele opslagplanten die in latere teelten opschieten, te bestrijden. Daarnaast is er ook een verplichte reiniging voorzien van de machine wanneer die gebruikt werd op een ggo-veld. Overgebleven zaad mag niet doorverkocht worden en moet apart gestockeerd worden. De geoogste gewassen moeten apart opgeslagen worden.
Naast het vermijden van economische schade gaat Vlaanderen ook verder. Zo is er een compensatieregeling uitgewerkt via de oprichting van een compensatiefonds. “Elke teler die ggo-gewassen wil telen, moet 15 euro per ha in dat fonds storten. Wanneer iemand dan schade ondervindt van een ggo-teelt, kan die vergoed worden vanuit dit fonds”, aldus Cindy Boonen, ggo-specialiste van het Beleidsdomein Landbouw en Visserij.
De Vlaamse wetgeving voorziet in een evaluatiemoment van deze regels tegen het voorjaar van 2011. In dat kader heeft ILVO dinsdag maïs gezaaid op een 12 ha groot perceel. Op een deel daarvan zal ggo-maïs MON810 gezaaid worden. Daar omheen komt conventionele maïs met een sterk gelijkende genetische achtergrond en met een synchrone bloei. “De percelen zullen ook beheerd worden alsof ze van verschillende landbouwers zijn”, legt Marc De Loose van ILVO uit.
Op basis van dit proefveld willen de ILVO-onderzoekers de voorziene wettelijk maatregelen testen in praktijkomstandigheden. “Tijdens de teelt, maar vooral tijdens de oogst en de opslag zullen monsters genomen worden om aan de hand van analyses hiervan na te gaan of vermenging van ggo-maïs en niet-ggo-maïs heeft plaatsgevonden. Als dat wel het geval is, moet we nagaan of de drempelwaarde voor etikettering overschreden is”, aldus De Loose.
Daarnaast wil ILVO ook onderzoeken welke impact de handelingen van een loonwerker of landbouwer kunnen hebben op de verspreiding van de ggo-maïs. Tijdens de uitvoering zal er ook aandacht gaan naar het opstellen van praktische en economisch haalbare scenario’s voor het uitvoeren van bemonstering en analyses in het kader van monitoring en eventuele klachten rond contaminaties. Ook moet er een scenario uitgewerkt worden voor de bewaring van monsters. Het is de bedoeling dat ILVO alle onderzoeksresultaten bundelt in een globaal evaluatierapport.
Het zaaien van ggo-maïs op het proefveld van ILVO stuitte op protest van Greenpeace. De milieuorganisatie vindt dat Vlaanderen beter investeert in duurzame landbouw in plaats van “schaarse middelen te verspillen aan zinloze publiciteitsstunts”. Actievoerders strooiden biologisch bloemenzaad uit op het perceel in Wetteren, maar ze konden niet verhinderen dat de ggo-gewassen werden ingezaaid.