FAVV verstrekt aanbevelingen aan geitenbedrijven
nieuwsIn een omzendbrief aan melkschapen- en melkgeitenhouderijen vraagt het Voedselagentschap om een aantal aanbevelingen in de mate van het mogelijk in acht te nemen om het risico op besmetting met Q-koorts te beperken. Zo wordt aanbevolen om de melk van het bedrijf te pasteuriseren omdat de bacterie die de ziekte veroorzaakt mogelijk via melk kan overgedragen worden.
Vorige week kon de Q-koorts plots op nationale mediabelangstelling rekenen nadat de Nederlandse regering besliste om alle drachtige schapen en geiten te ruimen op bedrijven waar een besmetting met de ziekte werd vastgesteld. Op bedrijven waar wel is ingeënt maar toch Q-koorts wordt geconstateerd, zullen enkel de besmette dieren afgemaakt worden. In ons land loopt het zo’n vaart niet omdat het aantal personen met Q-koorts voorlopig beperkt blijft.
Het Voedselagentschap zal niettemin aan zijn wetenschappelijk comité een advies vragen in verband met maatregelen voor de bewaking van Q-koorts en de maatregelen die genomen moeten worden in geval een besmetting in ons land wordt vastgesteld. Bovendien zullen vanaf nu monsters genomen worden om de epidemiologische situatie in de veestapel beter in kaart te brengen.
Van alle melkgeiten- en melkschapenbedrijven zal tankmelk getest worden. In geval van verwerping moet de bedrijfsdierenarts gecontacteerd worden en moeten de nodige stalen overgemaakt worden aan Dierengezondheidszorg Vlaanderen voor verder onderzoek. De kosten voor dat onderzoek zijn voor rekening van het Voedselagentschap.
Aan de veehouders met melkgeiten en melkschapen worden intussen een reeks aanbevelingen verstrekt. De toegang tot de bedrijven en het contact met de dieren moet beperkt blijven tot de personen waarvan de aanwezigheid gerechtvaardigd is. Contact tussen dieren die werpen of gaan werpen en de rest van de kudde moet vermeden worden.
Verder moeten dieren die een abortus hebben of recent gehad hebben in afzondering geplaatst worden. Het afvalmateriaal van geboortes en abortussen moet steeds in een hermetisch gesloten bak terechtkomen. Die moet vervolgens zo snel mogelijk opgehaald worden door het vilbeluik. Ook met de mest van de dieren, die als belangrijkste bron van besmetting wordt beschouwd, moet voorzichtig omgesprongen worden.