nieuws

"Erosieproblematiek brongericht aanpakken"

nieuws
Na een eerder SALV-advies spreekt nu ook de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen (Minaraad) zich uit over de aanpak van de erosieproblematiek. "Het beleid moet krachtiger", zo klinkt het, en brongerichter, door de verplichte maatregelen in de randvoorwaarden uit te breiden naar alle erosiegevoelige percelen. Het VLIF moet voor ondersteuning zorgen.
26 februari 2014  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 15:14
Lees meer over:

Na een eerder SALV-advies spreekt nu ook de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen (Minaraad) zich uit over de aanpak van de erosieproblematiek. "Het beleid moet krachtiger", zo klinkt het, en brongerichter, door de verplichte maatregelen in de randvoorwaarden uit te breiden naar alle erosiegevoelige percelen. Het VLIF moet voor ondersteuning zorgen.

Het advies van de Minaraad volgt op een ontwerpbesluit tot wijziging van de randvoorwaarden voor landbouwsteun, zodanig dat meer landbouwers erosiebestrijdende maatregelen zouden nemen op het terrein. Die maatregelen moeten  volgens de Minaraad vertrekken van het principe dat de vervuiler betaalt. De raad wil een brongerichte aanpak door de verplichte maatregelen in de randvoorwaarden uit te breiden naar alle erosiegevoelige percelen.

De voorgestelde uitbreiding van ongeveer 40.000 hectare gaat niet ver genoeg voor de raad: "Door enkel de potentieel (zeer) hoog erosiegevoelige percelen op te nemen, wordt ongeveer 92 procent potentieel erosiegevoelig areaal – verantwoordelijk voor tussen de 60 à 70 procent bodemverlies per jaar buiten beschouwing gelaten. Door ook deze percelen op te nemen in de randvoorwaarden, zou er een extra vermindering in erosie van ongeveer 50 procent geboekt kunnen worden", aldus de raad.

Deze maatregelen moeten dan wel in verhouding staan tot de ernst van de erosieschade. Bij het uitwerken van een werkbaar en praktisch lastenboek op bedrijfsniveau moet er rekening gehouden worden met de realiteit van de bedrijfsvoering. Deze overgang zou volgens de Minaraad ondersteund moeten worden door het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) door maximaal in te zetten op investeringssteun voor aangepaste machines, opleiding, advies en sensibilisatie.

Ook opleiding en advisering in het kader van erosiebestrijding moet in aanmerking komen voor financiële steun, aldus de raad. "Via de VLIF-steun draagt niet alleen de individuele landbouwer, maar ook de sector en de maatschappij bij in de bestrijding van erosie", zo luidt het. De raad vraagt dat de maatregelen gekaderd worden in een globaal plan voor de aanpak van erosie, dat zou uitgewerkt moeten zijn tegen 2015, in afstemming met MAP 5 en de bekkenbeheerplannen.

Hierbij kan ook aandacht gaan naar de bescherming van bodemkwaliteit in geval van pacht of huur, zo wordt er nog aan toegevoegd. "Nu worden eigenaars van landbouwgronden vaak verantwoordelijk gesteld voor vervuiling die niet door hen veroorzaakt zou kunnen zijn of zijn er moeilijkheden bij de eventuele overdracht van het perceel." Voor de periode 2005-2015 wordt er in Vlaanderen via verschillende beleidsmaatregelen van de Vlaamse overheid en initiatieven op provinciaal en gemeentelijk niveau, jaarlijks tussen de 34 en de 44 miljoen euro besteed aan erosiebestrijding.

Meer info: Minaraad

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek