EU stelt regeling voor Nieuw-Zeelandse boter voor
nieuwsDe specifieke boterquota voor Nieuw-Zeeland dateren van de toetredingsonderhandelingen die Groot-Britannië in 1973 voerde met de toenmalige Europese Gemeenschap. Fonterra is de enige die aan de regels kon voldoen om tegen een gereduceerd tarief op de EU-markt boter af te zetten. Alle vergunningsaanvragen liepen verplicht via de Britse autoriteiten. Voor niet-Britse bedrijven was dit proces veel duurder dan voor NZMP, een onderdeel van het Fonterra-concern. Dat bedrijf was daardoor de enige EU-importeur van Nieuw-Zeelandse boter. Het Duitse zuivelbedrijf Egenberger klaagde deze gang van zaken aan bij het Europees Hof.
De nieuwe regeling maakt aan het monopolie een einde en zal voorgelegd worden aan de ministerraad. Fischer Boel toont zich alvast opgetogen over het bereikte compromis: "We hebben een middenweg gevonden die de gerechtelijke uitspraak verzoent met de belangen van zowel de Nieuw-Zeelandse als Europese zuivelbedrijven. Het was belangrijk om dit akkoord voor het einde van het jaar te bereiken om de handel ongestoord te laten verder lopen".
Indien de ministerraad instemt, worden de invoerlicenties voor in totaal 77.402 ton Nieuw-Zeelandse boter verdeeld onder traditionele en nieuwe importeurs. Daarnaast worden de invoertarieven voor de quotaboter verlaagd met bijna 20 procent en ook aan de standaarden voor botervet wordt gesleuteld.(KS)