"Beheersovereenkomsten niet afgestemd op akkervogels"
nieuwsNagenoeg alle karakteristieke akkervogelsoorten zijn recentelijk op de rode lijst van Vlaamse broedvogels beland. Zo is het aantal veldleeuweriken in dertig jaar tijd met minstens 95 procent verminderd. Het aantal geelgorzen daalde met 80 procent, grauwe gorzen met 75 procent, en graspiepers en zomertortels beide met 70 procent. De dieren verloren nest- en schuilgelegenheid, insecten als voedsel voor de jongen, en granen en andere zaden op stoppelvelden als wintervoedsel, aldus het INBO.
De oorzaken zijn volgens het instituut de intensivering van de landbouw, de toenemende versnippering van landbouwgebied en een groeiende specialisatie. Toch is het nog niet te laat, meent het INBO. "Dat hoeft niet noodzakelijk via reservaten of een terugkeer naar de landbouw uit grootvaders tijd. Om enige kans op succes te hebben, moeten de maatregelen inpasbaar zijn in de huidige landbouw, dus zonder al te veel extra werk of kosten", klinkt het met realiteitszin.
De huidige beheersovereenkomsten voor perceelsrandenbeheer, botanisch beheer en dergelijke volstaan volgens het INBO niet. "Afhankelijk van de kenmerken van een gebied en de aanwezige soorten moet een landbouwer een weloverwogen keuze kunnen maken tussen maatregelen voor vogels van open gebieden en vogels van kleinschalige gebieden. Het is bovendien van groot belang dat de maatregelen op een zo breed mogelijke schaal worden opgenomen door landbouwers, willen ze een behoorlijk effect bereiken", luidt het.
Dit vereist een duidelijk engagement van de bevoegde overheid én een aangepast pakket begeleidende maatregelen. "Het uitwerken van adviesverlening aan landbouwers, demonstratiebedrijven, experimenten en zeker ook opvolging van het natuurresultaat zijn absoluut noodzakelijk voor een duurzame kans op slagen", besluit de organisatie in zijn rapport.(KS)
Meer informatie: Rapport 'Van de stakkers van de akkers naar de helden van de velden'