285 hectare blijft open ruimte om Vlaanderen beter als spons te laten werken
nieuwsDe Vlaamse regering heeft 26 nieuwe watergevoelige openruimtegebieden afgebakend. Samen gaat het om ongeveer 285 hectare waar in de toekomst bouwen niet meer mag. Het gaat om gronden met een hoog overstromingsrisico die volgens de huidige bestemming nog in aanmerking kwamen voor ontwikkeling. Voor landbouwers die de percelen vandaag gebruiken, verandert er niets.
Volgens Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&v) zijn de gronden in de 26 gebieden vooral eigendom van steden en gemeenten, al zijn er ook private eigenaars. Zij zullen een compensatie ontvangen. De gebieden waren onder meer bestemd voor industrie, wonen of als woonreservegebied.
De nieuwe afbakening kadert in de stroomgebied-beheerplannen en de Blue Deal 2.0. Twee jaar geleden stelde de Vlaamse regering al eens 139 watergevoelige openruimtegebieden vast. De 26 nieuwe gebieden die nu voorlopig zijn vastgesteld, bestaan uit signaalgebieden die nog niet eerder waren meegenomen. Het gaat ook om gebieden met een hoge ontwikkelingsdruk die lokale besturen en waterbeheerders naar voren schoven om ze te vrijwaren voor overstroming. Ook volgend jaar wil de Vlaamse regering weer samen met de lokale besturen bekijken welke bijkomende gebieden in aanmerking komen.
Sponslandschap
Met de afbakening wil Vlaanderen de sponswerking van de bodem versterken. Open ruimte kan regenwater beter opnemen tijdens hevige neerslag en langer vasthouden in droge periodes, waardoor het risico op wateroverlast en droogte afneemt.
In watergevoelige openruimtegebieden is nieuwe bebouwing in principe niet langer mogelijk. De gronden krijgen een functie van open ruimte en kunnen onder meer als landbouw-, natuur- of bosgebied worden ingericht, of een recreatieve bestemming krijgen. Bestaand agrarisch gebruik kan ook gewoon worden voortgezet. “De aanduiding legt geen bijkomende beperkingen op aan landbouwers die de percelen vandaag gebruiken”, aldus minister Brouns.
Over de voorlopige afbakening volgt nu een openbaar onderzoek van 60 dagen, dan kan de lijst definitief worden.
Bron: VRT NWS / Eigen berichtgeving