Zoogkoeienpremie valt weg bij 1 op 3 vleesveehouders
nieuwsDe gekoppelde steun voor de vleesveehouderij in Vlaanderen is overeind gebleven na de jongste hervorming van het Europees landbouwbeleid. Voor de campagne 2015 wordt in een budget van 23,6 miljoen euro voorzien. Nu er minder geld naar deze sector vloeit hoewel de rendabiliteit van vleesveehouderij nog altijd even fragiel is, werd er vanuit Vlaanderen voor geopteerd om de steun te richten op bedrijven waar vleesvee meer is dan een kleine neventak. Het waardeverlies per zoogkoeienpremie blijft zo beperkt maar de keerzijde van de medaille is dat een aantal begunstigden in de nieuwe regeling uit de boot valt. Via een schriftelijke vraag gericht aan de minister van Landbouw meet Vlaams parlementslid Francesco Vanderjeugd (Open Vld) de schade op. Bijna één op de drie zoogkoeienhouders moet het voortaan zonder gekoppelde steun zien te redden, zo blijkt.
Over de alternatieve steunregeling voor de vleesveehouderij hebben de landbouworganisaties meer dan even gebakkeleid. Het Algemeen Boerensyndicaat en BioForum konden zich maar moeilijk neerleggen bij de nieuwe Vlaamse regeling omdat een aantal bedrijven uitgesloten wordt. Door de gekoppelde steun niet langer te verstrekken aan alle zoogkoeienhouders maar enkel aan de bedrijven met op jaarbasis minstens 20 kalvingen wou de minister van Landbouw vermijden dat de zoogkoeienpremie volledig zou verwateren. Het beschikbare budget daalt immers. Door de premies gerichter te verstrekken, hoopt de overheid ook de komende jaren een positief effect te genereren op het inkomen van (gespecialiseerde) vleesveehouders.
In het streven naar het behoud van vleesvee op het Vlaamse platteland zijn er dus ook verliezers: begunstigden van de oude zoogkoeienpremie die het voortaan zonder gekoppelde steun moeten stellen. Vlaams parlementslid Francesco Vanderjeugd (Open Vld) probeert de impact van de nieuwe steunregeling in te schatten. Daartoe stelde hij een schriftelijke vraag aan Vlaams minister Joke Schauvliege. Uit haar antwoord leren we dat bijna één op de drie vleesveehouders uit de boot valt. In 2015 daalt het aantal begunstigden van zoogkoeienpremies naar 3.539 vleesveehouders. Dat zijn er 1.486 minder dan in de oude steunregeling. Deze daling is uit te splitsen in veehouders die niet langer voldoen aan de (nieuwe) premievoorwaarden en aan nieuwkomers in de sector die evenmin in aanmerking komen.
De jonge landbouwers onder de vleesveehouders liggen Vanderjeugd nauw aan het hart zodat hij ook wil weten hoeveel begunstigden er zijn jonger dan 40. Ze zijn met 723, zo blijkt, en opnieuw spannen Oost- (218) en West-Vlaanderen (325) de kroon. Ook uit het totale aantal begunstigden kan je afleiden dat er richting de Vlaamse kust meer gespecialiseerde vleesveehouders actief zijn: 1.542 landbouwers in West-Vlaanderen en 1.037 in Oost-Vlaanderen hebben genoeg zoogkoeien en kalvingen om in aanmerking te komen voor de nieuwe premieregeling.